Brand is nachtmerrie van elke kerkbeheerder

De Sint-Janskerk in Gouda. beeld ANP, Lex van Lieshout

Met afgrijzen bekeek Jaap van Rijn, kerkbeheerder van de Goudse Sint-Jan, de beelden van de brandende Notre-Dame. Hij besefte: als onze houten kap vlam vat, is er waarschijnlijk geen redden meer aan.

Een paar uur nadat de vernietigende vlammen in de Parijse kathedraal zijn gedoofd, wordt de beheerder door bezoekers en via sociale media bedolven onder vragen: hoe brandveilig is de monumentale kerk van Gouda? Welke risico’s zijn er?

Net als in de meeste stadskerken hangt er in de langste kerk van Nederland een sprinklerinstallatie die vuur binnenin kan blussen. Die bestaat uit een bluslijn, die aangesloten kan worden op de waterslangen van de brandweer. Bhv’ers, een calamiteitenplan, ontruimingsoefeningen, keuringen van installaties en een rookverbod zijn geregeld. De Sint-Jan heeft ook een brandmeldinstallatie, die in Nederland niet verplicht is voor dit soort gebouwen. Verder zijn de gewelven gecompartimenteerd door brandscheidingen. „Allemaal maatregelen die ervoor zorgen dat het vuur zich minder snel verspreidt. Maar als er brand is, gaat het heel hard. In de kap zit veel droog hout.”

Een kluis herbergt „de echte schat” van de Sint-Jan: de ontwerptekeningen van de beroemde gebrandschilderde ramen, op ware grootte gemaakt.Met de brandweer is besproken dat die niet zomaar op de kluis moet gaan spuiten, anders zou dit erfgoed alsnog waterschade oplopen.

Stoflaag

Nederlandse monumentale kerken lopen een soortgelijk risico op brand als de Notre-Dame, stelt brandveiligheidsadviseur Björn Peters. Dat zit ’m vooral in de houten kapconstructies.

Sommige kerken hebben een sprinklerinstallatie in die constructie. „Nadeel daarvan is dat die afhankelijk is van de brandweer. Voordat die ter plaatse is, de pijp gekoppeld heeft aan de auto en die weer verbonden heeft met een waterbron, ben je zo een halfuur verder. Gisteren zagen we wat er in zo’n korte tijd kan gebeuren.”

De regelgeving in Nederland is er vooral op gericht dat mensen snel een brandend pand kunnen verlaten en dat de vlammen niet overslaan naar bijvoorbeeld huizen in de binnenstad, legt Peters uit. „En dus niet op het beschermen van een gebouw en de inhoud daarvan.”

Tips om brand te voorkomen heeft hij wel. „Zorg dat er in de kerk geen oude lampen hangen, open bedrading loopt of oude installaties zijn. Regel toezicht bij brandgevaarlijke werkzaamheden, zoals de renovatie van daken. En bespreek met de brandweer hoe die de buitenkant kan blussen in een volgebouwde binnenstad.” Ook waarschuwt de adviseur voor dikke lagen stof op het houtwerk. Eén vonkje kan die al in de fik zetten.

Alert

Veel stof ligt er niet op de Goudse gewelven, zegt Van Rijn. Al kan hij zich de laatste schoonmaakbeurt niet zo snel herinneren. Of de brand in Parijs hem extra alert maakt? „Het zou niet mogen uitmaken. Maar het is nu natuurlijk het gespreksonderwerp van de dag. Een kerkbeheerder gaat dit dubbel aan het hart.”