Bouwen aan een museumstuk

Student Marijn Sjouke (18) uit Sexbierum brandt het hout van een Vikingschip in aanbouw. Samen met vier andere studenten van roc Friese Poort en begeleider Bein Brandsma (l.) werkt hij op de opleidingswerf in Sneek. beeld Jan Ligthart

Op bedrijventerrein ’t Ges in Sneek bouwen studenten van het roc Friese Poort met Bein Brandsma een Vikingschip. Het vaartuig moet het pronkstuk worden van de expositie ”Wij Vikingen!”, vanaf oktober te zien in het Fries Museum in Leeuwarden.

„Het Fries Museum heeft ons met een heel groot probleem opgezadeld”, grapt scheepsbouwer Bein Brandsma (75) van Jachtwerf Brandsma in Augustinusga. ,„Hoe krijg je een Vikingschip van 15 meter op de tweede verdieping van een museum als de goederenlift maar 5 meter breed is?”

Toch hadden de scheepsbouwer en de vijf studenten van de opleidingen scheeps- en interieurbouw en watersportindustrie van roc Friese Poort in Sneek vrij snel een oplossing voor dit probleem gevonden. Het Vikingschip, waar de groep in opdracht van het Fries Museum sinds november aan werkt, wordt in de loods op bedrijventerrein ’t Ges in Sneek in drie delen gebouwd en kan daardoor vrij simpel uit elkaar worden gehaald.

Dat aspect is gelijk de grootste uitdaging van dit project, vertelt de 18-jarige mbo-student Marijn Sjouke uit Sexbierum. Hij was al vaker betrokken bij de bouw van een schip, maar een uitneembaar Vikingschip van 15 meter lang stond nog niet op zijn lijstje. „Het hout moet op juiste spanning blijven en de gangen moeten goed overlopen”, legt hij uit. „Je moet er telkens rekening mee houden.”

Dag extra

Marijn vindt het bijzondere scheepsbouwproject zo leuk en uitdagend dat hij een dag extra aan de scheepsbouw werkt in vergelijking met de rest van de studenten. „Ik kom uit de wereld van restauratie en scheepsbouw. Hiervoor werkte ik ook al vier jaar in Harlingen. Het is gewoon machtig mooi werk.”

De studenten krijgen bij de bouw van het eikenhouten schip met koperen klinknagels hulp van een ervaren kracht. Scheepsbouwer Bein Brandsma uit Rohel is gespecialiseerd in de bouw van schepen en begeleidt de jonge scheepsbouwers. „Soms weten we even niet op welke manier we iets voor elkaar moeten krijgen. Dan vragen we Bein om hulp”, zegt student Jesse Brand (18). „Wij leren oude technieken van hem, maar hij leert ook weer nieuwe technieken van ons. Dat maakt de samenwerking wel heel leuk.” Kennisoverdracht is wat betreft Bein Brandsma dan ook de belangrijkste pijler van het project.

De studenten werken tien maanden lang aan het schip. Houtsnijkunstenaar Erno Korpershoek uit De Knipe is verantwoordelijk voor een mythologisch ontwerp voor het boegbeeld van het schip.

Het is voor het eerst dat het Fries Museum Friese studenten aan het werk zet om aan een museumstuk te werken. „En dat bevalt heel goed”, zegt Daniël Hoogterp, coördinator tentoonstellingen van het Fries Museum.

„Het is een gewaagde operatie, omdat je met studenten werkt en afhankelijk bent van de tijd en de kwaliteit van de bouwers. Tot nu toe zijn we heel tevreden. Het project loopt zelfs voor op schema.”

Wauweffect

Bezoekers van het Fries Museum kunnen vanaf oktober dit schip betreden en zien dan vanaf het dek uit op de tentoonstelling ”Wij Vikingen!”. Het museum wil met die expositie de ware cultuur van Vikingen in beeld brengen.

Een beeld dat volgens het museum verder gaat dan woeste plunderaars die de wereld over trokken. „De Vikingcultuur spreidde zich uit over het hele Noordzeegebied”, zegt Hoogterp. „We krijgen opgegraven schatten en andere voorwerpen in bruikleen, maar we misten nog iets wat een wauweffect zou creëren. Zo kwamen we dus bij de bouw van een levensgroot Vikingschip.”

Voor de bouw van het schip, dat ongeveer 13.000 euro kost, kregen het Fries Museum en Friese Poort informatietekeningen van Soren Nielsen van het Vikingeskibs Museet in Roskilde, Denemarken. Nielsen bouwt traditionele Vikingschepen in Denemarken en vaart daar ook mee.

Vaarklaar maken

Het Vikingschip dat momenteel verrijst in de loods aan de Houkesloot zal na de oplevering in oktober voorlopig niet gaan varen. Pas na afloop van de tentoonstelling zal er gewerkt worden aan het vaarklaar maken van het schip. „Daar gaat ook nog heel wat werk in zitten”, zegt Marijn. „Het hout moet dan gekit en met gedroogde hennep gebreeuwd worden. Dan ben ik waarschijnlijk al van school.”

Een cijfer krijgen Marijn, Jesse en de overige studenten niet. De bouw is onderdeel van hun schoolprogramma. „Maar we krijgen vast wel een kaartje voor de expositie. We willen natuurlijk wel even komen kijken.”