Blokhuis: Meer les over Jodenhaat nodig

Staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil met onderwijsminister Slob in gesprek over de mogelijkheid om onderwijsprogramma’s over antisemitisme verplicht te stellen op scholen.

Dat zei de staatssecretaris tijdens een werkbezoek aan Herinneringscentrum Voormalig Kamp Westerbork. Uit de deze week gepresenteerde Monitor Antisemitische Incidenten bleek dat het antisemitisme in Nederland groeit. Het afgelopen jaar registreerde het CIDI bijna twintig procent meer antisemitische incidenten dan het jaar ervoor.

Het is volgens de ChristenUnie-bewindsman lastig om de vinger achter de oorzaak van de stijging van het aantal incidenten te krijgen. Juist omdat er verschillende educatieve programma’s over antisemitisme voor scholen bestaan.

Blokhuis: „Die programma’s zijn er, maar dat wil nog niet zeggen dat die op iedere school worden aangeboden. Het zit namelijk niet verplicht in het onderwijspakket.”

De staatssecretaris geeft aan in gesprek te willen met minister Arie Slob over het verplicht stellen van dat soort programma’s. „De jaren 2019 en 2020 zijn bijzonder want dan vieren we 75 jaar bevrijding. Dat is voor ons een goede aanleiding om extra te gaan investeren in educatie op verschillende niveau’s. Wij vinden dat bijvoorbeeld het fenomeen antisemitisme veel duidelijker in beeld kan komen”, aldus Blokhuis.

Schoolklas

Het herinneringscentrum in Westerbork is volgens directeur Dirk Mulder continu bezig met het bedenken van manieren om het verhaal van de Tweede Wereldoorlog te vertellen. Dagelijks krijgen schoolklassen vanuit het hele land rondleidingen over het voormalige kampterrein van Westerbork en door het museum. „We proberen bij scholen vaak de verbinding te zoeken met de eigen woonplaats. Komt er een school uit Harderwijk, dan proberen we het hele programma in te richten rondom een Joodse familie uit die stad. Die kleine geschiedenis triggert kinderen om vragen te stellen over nu”, zegt Mulder.

Dat die geschiedenis levend blijft, vindt het herinneringscentrum belangrijk. Binnen de Joodse gemeenschap liggen nog veel gevoeligheden, ook 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Dat ondervond het centrum in Westerbork zelf ook, bij het bekendmaken dat de wandeltocht Nacht van de Vluchteling start bij het herinneringscentrum. „Er heerste onbegrip, omdat dit voor sommige mensen een beetje hun plek is. Het voelde voor hen alsof ze over één kam geschoren werden met vluchtelingen. Voor het ontstaan van dat beeld is ook niet zo snel een oplossing”, aldus Mulder.

Vrijwillig

Een mogelijkheid om jongeren meer bewust te maken van de geschiedenis, zou volgens de staatssecretaris zijn om de maatschappelijke diensttijd voor scholieren te koppelen aan herinneringscentra zoals die in Westerbork en Vught. De maatschappelijke diensttijd is een plan van de Rijksoverheid om jongeren te stimuleren zich vrijwillig in te zetten voor de maatschappij. Blokhuis: „Dat kan helpen in een verzorgingscentrum of bij de reddingsbrigade zijn, maar een herinneringscentrum als in Westerbork zou ook een hele mooie plek zijn om dat te doen.”

Beloning

De maatschappelijke diensttijd is niet bedoeld als verplichting; jongeren mogen zelf bepalen of ze zich in willen zetten voor de maatschappij of niet. Een echte beloning staat er volgens Blokhuis niet tegenover, maar ze moeten er in de toekomst wel iets aan hebben.

„Jongeren krijgen dan bijvoorbeeld een certificaat dat later goed staat op hun CV als ze een baan zoeken. Dan heb je wel iets tastbaars. Ik vind het interessant om uit te zoeken of we die twee thema’s, diensttijd en herinneren, aan elkaar kunnen koppelen.”