Bewoners De Eersteling zijn blij met hun plekje

Kees Schot houdt zelf zijn appartement schoon. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Linekes appartement in De Eersteling in Moerkapelle oogt gezellig. Toch zit ze ’s avonds het liefst met andere bewoners in de huiskamer. „Om te breien, te kletsen of de krant te lezen.” Lineke Rijstenbil (59) was veertig jaar geleden een van de eersten die in het ”gezinsvervangend tehuis” gingen wonen.

Gastvrij opent Lineke de deur van haar appartement. „Kom verder! Ik moest best wennen in de nieuwe Eersteling, maar het is fijn dat mijn kamer een stuk groter is. Deze stoelen heb ik nieuw gekocht. In Gouda, samen met mijn broer en schoonzus. Een werkster houdt mijn kamer schoon.”

Naast de zithoek staan twee kasten. Aan de sleutel van de ene hangen een fleurig tasje en een rood koord. Aan de sleutel van de andere een witte vlinder en een opengewerkt hart. Op de salontafel staat een vaas met bloemen, liggen een breiwerkje, de kerkbode van de gereformeerde gemeente Moerkapelle en een zangbundel.

Genade

„Ik zing graag, Je moet wel weten wát je zingt. Pasgeleden heb ik nog een mooi vers opgegeven: ”Genade groot, oneindig groot”. In Jesaja 55 gaat het ook over genade. Psalmen zijn ook mooi: ”Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen” en ”Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet”. We moeten naar de Heere luisteren. Dat is voor ons allemaal belangrijk.”

Lineke is een oudgediende. Ze woont al sinds de opening in 1978 in De Eersteling, een woonlocatie van Siloah voor mensen met een verstandelijke beperking. „De tijd gaat hard. Toen het gebouw oud was, ging het lekken. Daar heb ik in het nieuwe huis dat in 2011 openging gelukkig geen last van.”

Behalve haar broer heeft Lineke een zus, Jannet. „Jannet woont ook in De Eersteling. Dat is gezellig.”

Bakkie koffie

Lineke werkt vier dagen per week. Ook thuis steekt ze regelmatig de handen uit de mouwen. „Vrijdagavond is het mijn beurt, dan zet ik een bakkie koffie. Op zondag heb ik officieel corvee. Ik dek dan de tafel en zet alles in de vaatwasser als we klaar zijn.”

Op de tafel van de eethoek staat een rek vol cd’s. Lineke laat de cd ”Credo” zien, die verkocht wordt ten bate van ”Geloofwaardig”. Met de opbrengst van deze actie steunt de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten Bijbels onderwijs in diverse landen.

Lineke: „Het is belangrijk dat kinderen naar school kunnen en juffen en meesters hun lesgeven. Mijn vader was schooldirecteur in Zeeland en mijn moeder verpleegkundige.”

Dagboeken

Ook Kees Schot (72) is een bewoner van het eerste uur. „Ik vind het wel fijn om in De Eersteling te wonen. Hier wordt uit de Bijbel gelezen.” De nieuwbouw bevalt hem goed. „Ik heb nu een eigen badkamer, dat is beterder.”

Het appartement van Kees ziet er spic en span uit. „Mooi hé? Opruimen en schoonmaken doe ík altijd. Elke woensdag. De badkamer schoonmaken, stofzuigen. Mijn bed afhalen en opmaken. Ik vind het fijn als het lekker fris is.”

In de kast staan dagboeken en een rij uitgaven met Bijbelvertellingen. Kees kijkt graag naar de platen die erin staan en houdt van voorlezen. „Dat klopt. Of ik luister naar een cd met orgelmuziek of een mannenkoor. Of ik luister naar een preek op cd. De Heere Jezus gaat door met Zijn werk.”

Kees pakt ”Geef Mij je hart”, geschreven door ds. D. W. Tuinier. „De leiding leest uit dit dagboek voordat ik ga slapen. Daarna bid ik.”

Koster

„Ik ben net na de oorlog in Tholen geboren en heb daarna in Yerseke gewoond. Ik heb twee broers en drie zussen”, vertelt Kees. „Met Pinksteren heb ik nog bij een nicht in Yerseke geslapen.”

De bewoner is al jaren met pensioen, maar hij zit niet stil. „Elke dinsdag heb ik corvee en zet ik koffie voor de bewoners. Op zaterdag doe ik keukendienst. Ik heb er geen hekel aan, want het moet toch gebeuren. Ik werk ook in de tuin van De Eersteling, schoffelen bijvoorbeeld. En ik help de koster van de kerk. Met stofzuigen en het klaarmaken van de psalmborden. Een mooie psalm vind ik ”Ik ben verblijd, wanneer men mij Godvruchtig opwekt: ”Zie, wij staan gereed, om naar Gods huis te gaan”.”

Overdag gaat Kees soms wandelen of fietsen. „Pas heb ik in Gouda een cd gekocht bij boekwinkel Smit. Dan vertel ik de leiding dat ik wegga. Ik weet de weg, dat wel.”

De bewoner heeft een zwak voor schapen. Op zijn nachtkastje staan vier schapen en ligt een lam. Erboven hangt een foto waarop dergelijke dieren te zien zijn. „Ik houd ervan om schapen te zien lopen in een wei. Dat vind ik mooi.”

Elke dag is weer anders in de gehandicaptenzorg

Evelien Driessen (59) en Gerda Zwijnenburg (50) werken in de gehandicaptenzorg, respectievelijk 42 en 28 jaar. Driessen is coördinator zorg en Zwijnenburg begeleider in De Eersteling. Zwijnenburg geniet van haar werk: „Mensen met een verstandelijke beperking zijn eerlijk. De zorg verandert voortdurend en dat biedt de nodige uitdaging.”

Driessen: „Elke dag is weer anders. Het is mooi dat veel bewoners, ook de ouderen, nieuwe dingen kunnen leren.” Zwijnenburg: „We proberen zo goed mogelijk rekening te houden met hun mogelijkheden.”

De visie op mensen met een verstandelijke beperking veranderde de laatste decennia sterk. Driessen: „Toen ik in de jaren zeventig mijn opleiding deed, werd het niveau van ”zwakzinnigen” omschreven in termen als idioot en debiel. Vandaag de dag hanteren we leeftijden. Iemand functioneert bijvoorbeeld op het niveau van een zevenjarige. Toch zijn dergelijke omschrijvingen niet volledig, want bewoners hebben veel meer levenservaring dan een kind.”

Gezinsvervangend tehuis De Eersteling opende in 1978 zijn deuren. Het was de eerste woonlocatie van de Stichting Gehandicaptenzorg Gereformeerde Gemeenten, het huidige Siloah. Er woonden twee groepen van elk twaalf bewoners. Iedereen maakte gebruik van één woonkamer. Later werden er drie huiskamers gerealiseerd. Sinds de nieuwbouw in 2011 heeft elke bewoner een eigen appartement met een zit- en een slaapgedeelte, een keukenblokje en een eigen badkamer. Er zijn vier woongroepen van zes mensen. Iedere groep heeft een huiskamer.

Zwijnenburg: „We namen de term gezinsvervangend vroeger letterlijk en deden bijna alles voor de bewoners.” Driessen: „Zo vulden we ’s avonds hun broodtrommels voor de volgende dag. Nu doen bewoners dat zo veel mogelijk zelf. In tegenstelling tot vandaag de dag had niemand een vaste corveetaak. Bewoners hoefden alleen iets in het huishouden te doen als zij daar zin in hadden.”

Zwijnenburg: „Vroeger dachten wij als zorgmedewerkers voor bewoners en hun familie. Nu worden zij veel meer bij de invulling van de zorg en bij de opstelling van het begeleidingsplan betrokken.”

Driessen: „Niet alleen de familie, maar ook bewoners zijn mondiger geworden. Toen een verkoopster iemand aanbood om te assisteren bij het omdoen van een horloge omdat dit wat lang duurde, zei de desbetreffende bewoner: „Niet nodig. Dat kan ik zelf. Dat heb ik geleerd.”” Lachend: „Iemand wil nooit gehandicapt zijn, behalve als het hem uitkomt. Toen de politie hem aanhield, reageerde hij: „Ik woon in een tehuis, dus ik weet niet alles.””

Elke dag gaat in De Eersteling de Bijbel open. Zwijnenburg: „Onder andere tijdens de maaltijden en bij de avondsluiting.” Driessen: „Met sommige bewoners zingen we ’s morgens de Morgenzang en lezen we ’s avonds uit een dagboek.” Zwijnenburg: „Vaak hebben we fijne gesprekken naar aanleiding van de preek. Het is ontroerend dat bewoners toepasselijke psalmen opgeven om na de avondsluiting te zingen.”

Jubileum

De Eersteling, woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking, opende in 1978 haar deuren. Het was het eerste gezinsvervangende tehuis van de Stichting Gehandicaptenzorg Gereformeerde Gemeenten, tegenwoordig Siloah geheten.

Ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum vindt er op zaterdag 2 juni een bijeenkomst plaats in de gereformeerde gemeente in Moerkapelle. Aansluitend is er een receptie in dorpshuis Op Moer in de Zuid-Hollandse plaats.

De Eersteling kwam mede tot stand door de inspanningen van ds. D. Rietdijk, predikant van de Gereformeerde Gemeenten, en Bep Hulsman. Eerstgenoemde was voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg Gereformeerde Gemeenten, het huidige Helpende Handen. Laatstgenoemde werkte er als maatschappelijk werkster.

De woonlocatie bood plaats aan 24 bewoners. Tegenwoordig heeft Siloah twintig woonlocaties, vijf dagactiviteitencentra, een kinderdagcentrum en een gezinshuis. Siloah levert zorg aan ruim 580 cliënten.