Benodigde ic-capaciteit nog niet op orde, piekbelasting eind mei verwacht

Corona
beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Hoe lang kunnen de intensive careafdelingen van de Nederlandse ziekenhuizen de instroom van coronapatiënten nog aan? Én, kan de Tweede Kamer donderdag nog extra maatregelen of kunstgrepen voorstellen om de ic-capaciteit nog verder op te schalen?

Die twee vragen stonden woensdag centraal in een zogeheten technische briefing in het Tweede Kamergebouw; een toelichting van experts met aansluitend een vragenronde.

Hoop en vrees wisselden elkaar af, tijdens de bijeenkomst waarin RIVM-chef prof. dr. Jaap van Dissel en intensivist prof. dr. Diederik Gommers het woord voerden. Gommers is tevens voorzitter van de beroepsvereniging, de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care.

Hoopgevend was een onderzoek van arts-microbioloog Jan Kluytmans van het Amphiaziekenhuis in Breda, waar Van Dissel aan refereerde. De arts deed steekproefsgewijs onderzoek onder 1400 zorgmedewerkers en concludeerde dat voor 2 procent van degenen die de coronabesmetting hadden opgelopen een ziekenhuisopname noodzakelijk was. Dat is lager dan het percentage waar tot nog toe, mede op grond van gegevens uit China, van werd uit gegaan. Eigen RIVM-onderzoek over de besmettelijkheid van de ziekte laat zien dat het aantal personen dat nieuw wordt aangestoken door een patiënt dalende lijkt. Eerst ging het om bijna 2 nieuwe besmettingen per patiënt, maar inmiddels schommelt dat kengetal rond de 1. „De exponentiële groei is naar alle waarschijnlijkheid tot stand gebracht”, aldus Van Dissel.

Modelleurs van het RIVM proberen in kaart te brengen hoe de corona-uitbraak zich de komende weken verder zou kunnen ontwikkelen. Cruciaal daarbij is de bereidheid van de bevolking om de gedragsaanwijzingen vanuit de overheid op te volgen. Omdat de modellen zijn gebaseerd op aannames kan het instituut vele tientallen, soms afwijkende scenario’s doorrekenen. Het gros van de opgestelde modellen gaat ervan uit dat de grenzen van de ic-capaciteit in beeld zullen komen, maar dat deze naar verwachting net volstaat.

In antwoord op vragen van Kamerleden bevestigde Van Dissel nogmaals hoe cruciaal het is dat zieke patiënten in thuisquarantaine gaan. Aan het begin van de epidemie kon de GGD daar nog gerichte aanwijzingen voor geven, omdat er toen nog voldoende testmateriaal was om vast te stellen of een verdachte patiënt daadwerkelijk was besmet. Momenteel is de richtlijn dat zodra één persoon in een gezin verkoudheidsklachten en koorts en/of benauwdheid heeft alle gezinsleden thuis moeten blijven. Alleen mensen met een vitaal beroep mogen doorwerken tot ze zelf klachten krijgen.

Van Dissel nam ook al een klein voorschot op een nog te ontwikkelen exit-strategie: het afschalen van de maatregelen als dat weer verantwoord lijkt te zijn. Mogelijk wordt het moment van afbouwen mede bepaald door steekproefsgewijs bloedtesten af te nemen onder de bevolking, om zo te zien hoeveel mensen al met het virus in aanraking zijn geweest én antistoffen hebben aangemaakt.

Zorgelijk was het relaas van Gommers, die uit de RIVM-scenario’s afleidde dat er rond 1 april waarschijnlijk 1100 ‘corona-opnames’ zullen zijn op de ic’s. In totaal zijn er dan 1600 bedden nodig, omdat er ook ic-capaciteit nodig blijft voor patiënten na een complexe, spoedeisende operatie, én voor slachtoffers van verkeersongevallen. „Die bedden zijn er nu nog niet”, waarschuwde hij.

De hoogste piek van ic-opnames wordt eind mei verwacht, omdat dan ook de gemiddeld lange opnameduur van ongeveer 3 weken zijn tol gaat eisen. Gommers voorziet dan een benodigde capaciteit van 2200 bedden, waarvan 1700 voor coronapatiënten.

Intensivisten uit Brabant die het noodsignaal afgeven dat er per direct patiënten moeten worden overgeplaatst, omdat er anders geen ic-plekken meer zijn, liepen dinsdagnacht en woensdag nog te vaak tegen gesloten deuren aan, schetste Gommers. In een lege collegezaal in het Erasmus MC wordt om die reden momenteel het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) ingericht dat het overplaatsen van patiënten landelijk moet regelen. Defensiespecialisten ondersteunen dat proces.

Gommers zei het spijtig te vinden dat een dergelijke „directieve” aanpak nu met behulp van de krijgsmacht moet worden opgebouwd. „We komen er nu achter dat hier in de zorg zelf eigenlijk geen landelijke regisseur voor is.”

Gommers weersprak dat de druk op de ic’s al zo hoog is opgelopen dat artsen nu al selecteren wie er nog wel kan worden opgenomen en wie niet. „Zo’n oorlogs- of crisistriage is nog niet aan de orde”, verzekerde hij. Mogelijk, zo opperde hij, ontstaat hierover enige verwarring doordat artsen vooraf met patiënten en hun familie bespreken of een ic-opname medisch gezien nog wel is aan te raden. Zo’n gesprek vooraf is in de Nederlandse zorg echter gebruikelijk, benadrukte hij.

Donderdag presenteren artsenorganisaties een gezamenlijke richtlijn die zorgwerkers die dergelijke gesprekken moeten voeren zoveel mogelijk voorziet van objectieve informatie over het coronavirus, het te verwachten ziektebeloop en de impact van een ic-opname. Gommers verzekerde dat er in Nederland voldoende palliatieve kennis en kunde voorhanden is om terminale coronapatiënten die niet meer op de ic worden opgenomen zo goed mogelijk te begeleiden in de stervensfase.