Baggermuseum Sliedrecht in de knel

Het college vindt dat de baggerindustrie een belangrijke historische waarde voor Sliedrecht vertegenwoordigt. beeld André Bijl

Het voortbestaan van het Nationaal Baggermuseum in Sliedrecht staat onder druk. Vandaar dat het bestuur nadenkt over de toekomst van het museum. Daarbij is zelfs niet uitgesloten dat het Baggermuseum uit Sliedrecht vertrekt.

„We richten ons op de toekomst, maken plannen en zijn bezig met een aantal scenario’s. Echte problemen zijn er niet”, relativeert secretaris Remco van de Ven de recente ophef rond het museum.

Toch blijkt uit een informatiebrief van het Sliedrechtse college aan de gemeenteraad dat het museum zich zorgen maakt over de toekomst. In een serie gesprekken met het college werd duidelijk dat de bezoekersaantallen achterblijven, het museum van lieverlee veroudert en belangrijke sponsors dreigen te vertrekken. „Het aantal bezoekers loopt inderdaad terug”, geeft Van de Ven toe. „Op dit moment komen er tussen de 5500 en 6000 bezoekers per jaar, een jaar of tien terug waren dat er 10.000 of meer. Dat zorgt ervoor dat we de exploitatie niet rond krijgen. De inkomsten zijn niet voldoende om de kosten te dekken, daardoor moeten we een beroep doen op onze reserves.”

Volgens Van de Ven zit het museum in dezelfde situatie als veel andere kleine musea. „De neerwaartse spiraal moet worden doorbroken. We moeten aan de slag om bezoekers te trekken. Daar zijn we druk mee bezig.”

De secretaris vindt dat de collectie moet worden vernieuwd.„Bovendien moeten we ons aanpassen aan de actualiteit. Vroeger stonden Sliedrechtse bedrijven bekend om hun baggeractiviteiten. Diezelfde bedrijven richten zich nu ook op offshoreactiviteiten, zoals de aanleg van windmolens. Die trend moeten we als museum laten zien.”

Bakermat

Om antwoord te geven op die uitdagingen onderzoekt het museumbestuur drie scenario’s. Een daarvan is het vertrek naar een andere locatie, mogelijk het terrein van Mercon Kloos in Alblasserdam, in combinatie met het Werelderfgoed Kinderdijk. Beide partijen kunnen daar een nieuw grootschalig waterbouwkundig museum realiseren dat voldoet aan de eisen van deze tijd. Ook wordt overwogen de collectie van het Baggermuseum over te dragen aan het Maritiem Museum in Rotterdam. Nadeel hiervan is wel dat het Nationaal Baggermuseum daarmee haar eigen identiteit en autonomie verliest.

Beide opties zorgden voor opschudding in het baggerdorp. Voormalig wethouder Hans Tanis en directeur Erik Zindel van de regionale VVV lieten in de media weten die ontwikkeling onvoorstelbaar te vinden, omdat Sliedrecht en het Baggermuseum van oudsher met elkaar verbonden zijn. „Diezelfde geluiden horen we van inwoners. Sinds duidelijk is dat een vertrek uit Sliedrecht wordt overwogen, zijn de mensen aan het denken gezet. De toekomst van het museum houdt ineens iedereen bezig. Mensen komen in beweging en dat is niet zo gek: Sliedrecht is de bakermat van de baggerindustrie.”

Waterbouwkunde

Vandaar ook dat het museumbestuur als derde alternatief overweegt om in Sliedrecht te blijven om zich op de huidige locatie door te ontwikkelen tot een modern waterbouwkundig museum dat voldoende bezoekers trekt.

Omdat het college vindt dat de baggerindustrie en het Nationaal Baggermuseum een belangrijke culturele en historische waarde voor Sliedrecht vertegenwoordigt, onderzoekt de gemeente de optie blijven in Sliedrecht. Half juni worden de resultaten van dit onderzoek bekend.

Secretaris Van de Ven wil niet vooruit lopen op de uitkomst van het onderzoek. „Natuurlijk heb ik een voorkeur, maar het is niet verstandig om voor de muziek uit te lopen. Rond de zomer weten we meer.”