Astrid: we mochten ons nergens in mengen

beeld ANP

Astrid en Sonja Holleeder mochten zich nooit met de zaken van hun broer Willem bemoeien, zelfs niet als hun eigen leven in het geding was. „We mochten ons nooit ergens in mengen”, zei Astrid Holleeder vrijdagmorgen in de extra beveiligde gerechtsbunker in Osdorp.

Het Openbaar Ministerie (OM) ondervraagt Astrid Holleeder over de tot nu toe onbekende geluidsopnamen die ze stiekem maakte van gesprekken met haar broer. Later op de dag wordt een geluidsfragment afgespeeld. Willem Holleeder heeft zich in het eerste uur van de ondervraging afzijdig gehouden. Hij overlegt nu en dan met zijn raadsman.

De opgenomen gesprekken dateren van voorjaar 2013. In een ervan geeft Holleeder zijn zus een spreekwoordelijke tik op de vingers. Dat gebeurde omdat zij zelf ingreep toen zij was getipt dat een van de zussen van Holleeder zou worden vermoord als vergelding voor een liquidatie.

„Ik heb dat zelf opgelost”, zei Astrid. „Mensen dachten dat ze Wim raakten als ze ons iets zouden aandoen. Maar dat is niet zo. Mensen denken in andere gevoelstermen. Het probleem was dat wij ons erbuiten moesten houden, maar we konden hem ook niet vragen het op te lossen. Hij zou ons niet beschermen. Als er iets is, dan is het ons probleem. Het is nooit zijn probleem.”

Ze hielp de kwestie zelf uit de wereld „omdat ik het risico niet ga nemen dat er wel of niet iets gebeurt. Dat Wim dat helemaal niks vond, snap ik wel. Maar ik durfde mijn eigen broer hierin niet te vertrouwen. Dan doe ik het liever zelf.”