Arnhemse oorlogsexpositie toont dunne lijn tussen goed en fout

Eef Peeters met symbolen van de keus tussen ‘goed’ of ‘fout’ in de Tweede Wereldoorlog: in zijn linkerhand een Duitse platte pet, in zijn rechterhand een geallieerde vliegenierscap. beeld VidoPhoto

„Hoe fout was een NSB’er, moffenmeid of Nederlandse SS’er in de oorlog? Achteraf weten we het precies en was iedereen opeens een verzetsheld. Het verschil tussen goed en fout bleek in de praktijk echter maar flinterdun.”

Directeur Eef Peeters van het Arnhems Oorlogsmuseum 40-45 houdt met zijn nieuwste tentoonstelling ”De keuze. Goed of fout?” de oorlogsmoraal van de doorsnee-Nederlander kritisch tegen het licht. Landverraders blijken uiteindelijk minder fout dan gedacht. En andersom.

Niet zo koosjer

Een vijftiental museumpoppen en acht geluidskisten vertellen vanaf 21 mei het verhaal van de keuzes die Nederlanders in oorlogtijd moesten maken.

Geïnspireerd door 3000 processen-verbaal tegen ”foute Nederlanders”, die zich na de Tweede Wereldoorlog moesten verantwoorden voor de rechter, ontstond bij Peeters jaren geleden al het plan om een tentoonstelling te wijden aan de dilemma’s waar veel landgenoten mee te maken kregen.

De rechtbankverslagen waar hij de hand op wist te leggen, boden een kijkje in de niet zo koosjere keuken van het gewone volk.

Tweestrijd

Via een achttal kisten, gevuld met oorlogsherinneringen en een geluidsbox, krijgen bezoekers een indruk van de tweestrijd waar jong en oud tijdens de bezetting mee te maken had. Dan blijkt er plots begrip voor de keuze van een moffenmeid.

Knappe jongens

Een verzetsman vertelt hoe hij tijdens de Bevrijding zijn buurvrouw, die een relatie met een Duitse soldaat had, heeft kaalgeschoren. Achteraf had hij daarvan spijt toen hij hoorde over de trieste omstandigheden waarin deze vrouw verkeerde. Geen man, geen eten en een kind om te voeden.

Peeters vult aan: „Vergeet ook niet dat Duitse militairen vaak keurige, beleefde en knappe jongens waren. Ze hadden voldoende eten, snoep, zeep en alles waar in Nederland een groot tekort aan was. En ze bezaten geld. Die meiden waren vaak nog maar tieners, wisten weinig tot niets van oorlog en politiek.”

Nauwelijks inkomen

Een ander voorbeeld is dat van een schoenmaker met negen kinderen. „Nauwelijks inkomsten. De man sloot zich in 1943 aan bij de SS en vocht een jaar later in Arnhem tegen de Britten. Na de oorlog is hij veroordeeld tot 7,5 jaar celstraf.

Nederlanders die in de oorlogsjaren samen met Duitsland tegen het bolsjewisme vochten waren landverraders. Vijf jaar later kregen ze in de Koreaoorlog voor dezelfde strijd een lintje. Mensen werden ook gehersenspoeld door de Duitse propaganda en een tegengeluid klonk er nauwelijks. Het was Mussert of Moskou. En als je door bunkers te helpen bouwen wel genoeg te eten kreeg?”

Hoe dun het lijntje is tussen goed en fout blijkt ook uit het voorbeeld van een hoedenmaker uit Arnhem. Zijn winkel hing vol pro-Duitse pamfletten. De man was bovendien uitermate vriendelijk voor zijn Duitse clientèle.

Tijdens bijltjesdag drongen ‘goede’ Nederlanders zijn winkel binnen om de ‘verrader’ eens ongenadig de oren te wassen. Het slachtoffer vluchtte naar zolder. Daar bleek een illegale drukpers te staan. De winkelier was een verzetsman. Of het verhaal van de NSB’er met Joodse onderduikers in zijn kelder, waardoor hij dankzij z’n ‘foute identiteit’ anderen een veilig onderkomen kon bieden.

Nog spectaculairder is het verhaal van Johannes Dirk Staling uit Nijmegen. De jonge knaap meldde zich, op zoek naar avontuur, bij de Kriegsmarine.

Daar kreeg hij van een onderofficier een schop onder zijn achterwerk, met als gevolg dat Staling uit wraak Engelandvaarder werd en bij de Koninklijke Marine terechtkwam. „Ik ben die Duitser nog dankbaar”, klinkt het geluidsfragment vanuit de kist.

Verkracht

Voor de museumdirecteur is het duidelijk: niet iedere Nederlander was een held en niet iedere Duitser was slecht. „Mijn moeder is bijvoorbeeld verkracht door onze bevrijders, terwijl Duitse soldaten haar nooit met één vinger hebben aangeraakt. Niet een volk, maar de mens zelf deugt niet.”

Vanaf 21 mei is de tentoonstelling te zien voor het publiek. Een maand later viert het Arnhems Oorlogsmuseum 40-45 zijn 25-jarig bestaan met een ‘levend’ hospitaal uit de Tweede Wereldoorlog, een militariabeurs en diverse (wapen)demonstraties van re-enactors.

arnhemsoorlogsmuseum.com