„Als marinier eenmaal in Zeeland is, wil hij nooit meer weg”

Provinciale Staten waren vrijdagochtend binnen een paar minuten klaar met het debat over de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen. Wel stuurden de Staten een brief naar de Tweede Kamer.  beeld beeld Van Scheyen Fotografie

Krijgt Zeeland nu wel of niet een marinierskazerne? Provinciale Staten hadden vrijdagochtend maar een paar minuten nodig om over deze prangende vraag te debatteren in hun maandelijkse plenaire vergadering.

De bouw van de Michiel Adriaenszoon de Ruyterkazerne stond, gezien alle commotie van de voorbije weken, vanzelfsprekend op de agenda. Maar de voor het dossier verantwoordelijke gedeputeerde Dick van der Velde (VVD) deelde aan het begin van de vergadering mee dat er aanstaande dinsdagavond opnieuw overleg is in Den Haag over de kwestie die Zeeland al weken in zijn greep houdt. Staatssecretaris Barbara Visser van Defensie heeft een Zeeuwse bestuurlijke delegatie op haar ministerie uitgenodigd om verder te praten na een eerder, ijzig gesprek eind vorige maand op het Provinciehuis in Middelburg.

De mededeling van de gedeputeerde was voor de Statenleden voldoende reden om het onderwerp nu te laten rusten. De vraag is natuurlijk of dit een verstandig signaal is richting de staatssecretaris. Was het niet beter geweest als de Staten aan Den Haag in een stevig debat even flink de tanden lieten zien in aanloop naar het komende gesprek?

Unaniem

Inmiddels hebben de Zeeuwse Statenleden vrijdag wel een stevige brief gestuurd naar de Tweede Kamer, waarin zij unaniem hun collega-volksvertegenwoordigers vragen het Rijk te houden aan de gemaakte afspraken over de verhuizing van de mariniers van Doorn naar Vlissingen. „Wij doen een klemmend beroep op u om er voor te zorgen dat het Rijk een betrouwbare partner voor Zeeland blijft en de afspraken –vastgelegd in tal van overeenkomsten– nakomt.” „Er ligt een onvoorwaardelijke overeenkomst om in Vlissingen een kazerne te realiseren, en de uitvoering van die overeenkomst leidde tot tal van soms ingrijpende besluiten: mensen hebben hun huis moeten verlaten, bedrijven zijn verplaatst, een camping is verplaatst, er is gesaneerd en de wegen zijn aangelegd. Een groot aantal bedrijven en personen zet zich hier al jaren intensief in voor de komst van de marinierskazerne.”

Gedeputeerde Van der Velde liet de Staten vrijdag weten dat de Zeeuwse delegatie, met daarin naast hemzelf Commissaris van de Koning Han Polman, waterschapsbestuurder Toine Poppelaars en de Vlissingse burgemeester Bas van den Tillaar het gesprek dinsdag open in gaat. Desgevraagd zegt Van der Velde dat hij „nog steeds geen argumenten heeft gehoord” van het Rijk die het rechtvaardigen om de afspraak uit 2012 over de bouw van de Vlissingse kazerne niet langer na te komen. „Wij hopen tijdens het gesprek alle relevante informatie van de staatssecretaris te krijgen, zodat we niet achteraf zaken uit Haagse bronnen hoeven te vernemen.”

In het gesprek liet Visser de Zeeuwse bestuurders weten dat zij worstelt met het dilemma dat er een afspraak ligt met Zeeland, maar dat zij wordt geconfronteerd met een dreigende leegloop bij het Korps Mariniers, omdat een deel van de militairen er faliekant tegen is naar Vlissingen te verhuizen.

Twijfel

Maar de Zeeuwse politiek slikt dat argument niet, blijkt uit de brief van de Staten. Zij onderstrepen dat Visser dit zogenaamde dilemma aan zichzelf te wijten heeft door na het besluit van 2012 over de verhuizing „twijfel te zaaien” of deze wel doorging. Een twijfel die ontstond toen zij „vertraging op vertraging” begon te stapelen. „Maar de staatssecretaris heeft na 2012 geen nieuwe, relevante feiten gepresenteerd die een heroverweging van dat besluit rechtvaardigen.” Volgens de Staten was al in 2012 bekend dat de verhuizing van het Korps Mariniers naar Zeeland tot een uittocht binnen het korps zou leiden, maar dat dit effect tijdelijk zou zijn. „Dat kan nu dus geen nieuw dilemma zijn en rechtvaardigt geen heroverweging.”

De Staten drukken de Kamer op het hart dat zij klaar staan „om alles te doen wat in ons vermogen ligt om eventuele restproblemen weg te nemen en de mariniers te overtuigen dat zij, eenmaal gesetteld in Zeeland, daar nooit meer weg zullen willen.”