Advocaat pleit voor debat én heldere wetgeving rondom besnijdenis

beeld ANP
2

Het is wenselijk dat er heldere regels komen rondom besnijdenis. Daarvoor pleit advocaat Bart Bouter. „Breid bijvoorbeeld de Wet BIG uit bij de voorbehouden handelingen met een uitzonderingspositie voor jongensbesnijdenis.”

Joden en moslims laten hun jongetjes ook door niet-artsen besnijden, berichtte tv-programma Nieuwsuur donderdag. Dat is onwettig, omdat volgens de Wet BIG alleen artsen lichaamsweefsel mogen verwijderen.

Nieuwsuur laat onder anderen Herman Loonstein aan het woord. Behalve advocaat is hij ook moheel, besnijder. Loonstein vindt dat de overheid hem niets kan maken. Besnijdenis is volgens hem puur een godsdienstige zaak.

Godsdienstvrijheid is niet onbeperkt, reageert mr. Bouter. In een democratische samenleving moet rekening worden gehouden met andere belangen, zoals de volksgezondheid. Daarom mogen in principe alleen artsen medische handelingen uitvoeren.

2019-05-31-VP1-Loonstein-1-FC_webOok niet-arts voert besnijdenis uit

Niettemin is besnijdenis een „schemergebied”, vindt Bouter. „Nederland faciliteert besnijdenis, maar heeft geen heldere regels geformuleerd. De overheid weet ook dat niet-artsen deze handeling uitvoeren, maar grijpt niet in als er niets misgaat. Kennelijk is er een soort verlegenheid. Mij hoor je dan ook niet zeggen dat Loonstein fout zit doordat hij als niet-arts besnijdenissen verricht. Dat is aan de rechter.”

Toch ziet Bouter weinig heil in bijvoorbeeld een proefproces. Hij vindt dat er eerst een goed maatschappelijk en politiek debat gevoerd moet worden over besnijdenis. Daarin zou het midden gevonden moeten worden tussen de godsdienstige belangen en rechten van joden en moslims en de belangen van volksgezondheid en de vrijheid van anderen.

Dat debat zou moeten uitmonden in heldere regelgeving. Bouter heeft wel een suggestie. „Breid de Wet BIG uit bij de voorbehouden handelingen met een uitzonderingspositie voor jongensbesnijdenis. Stel daaraan kwaliteitseisen. Denk aan regels voor wie zo’n besnijdenis mag uitvoeren of dat een moheel vóór een besnijdenis een arts moet inlichten.”

Er klinken steeds vaker pleidooien om besnijdenis aan banden te leggen, constateert Bouter. Zoals in onder meer Zweden, Finland, Duitsland en vorig jaar nog in IJsland. Omgekeerde tendensen zijn er ook. De Raad van Europa deed in 2013 de deur naar besnijdenis bijna dicht, maar zette die in 2015 weer open. Bouter ziet het dan ook niet zomaar gebeuren dat besnijdenis verboden wordt. „Godsdienstvrijheid is in het internationaal recht stevig verankerd. De overheid zou ook gewoon pal voor die vrijheid kunnen gaan staan door jongensbesnijdenis mogelijk te maken. Maar dat lijkt onwaarschijnlijk.”