‘Aanklagers hadden uit zaak moeten stappen’

De aanklagers in hoger beroep in het proces tegen Geert Wilders hadden zich moeten terugtrekken. „Dat zou hen gesierd hebben”, zei Wilders dinsdag, aan het eind van een debat tussen zijn advocaat Geert-Jan Knoops en de beide aanklagers over de geldigheid van de strafvervolging van de PVV-voorman. Knoops en Wilders willen dat het hof direct een eind maakt aan het proces, omdat volgens hen is bewezen dat het politiek aangestuurd is. „Een politieke afrekening van de hoogste orde”, aldus Wilders.

Maandag deed Wilders aangifte tegen de beide aanklagers, omdat zij in een proces-verbaal zouden hebben gelogen over overleg tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid en het OM. Dat overleg heeft volgens Knoops plaatsgevonden over onder meer het al dan niet vervolgen van Wilders. Het OM zegt dat het die beslissing zelfstandig heeft genomen.

De aangifte moet aan het procesdossier worden toegevoegd, vindt Wilders, omdat deze direct verband houdt met de zaak. Het OM ziet er de relevantie niet van in. Wilders noemde de beide aanklagers „potentiële delinquenten”.

De e-mails van ambtenaren, waaruit het overleg moet blijken, laten volgens de PVV-leider „pure haat” zien. „Ik werd echt misselijk toen ik dat las. En daarna werd ik heel boos. Deze topambtenaren wilden me zo hard mogelijk aanpakken. Poetin kan hier nog wat van leren, als het gaat om het aanpakken van leiders van de oppositie.”

Het hof heeft zich tot circa half zes teruggetrokken. Het is nog niet duidelijk of het dan ook daadwerkelijk beslist over het verzoek van Knoops om een abrupt einde te maken aan het proces.