Aagtekerke: een deugdelijk en authentiek Zeeuws dorp

Christelijke dorpen
Aagtekerke. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

Het ligt prachtig tussen de badplaatsen Domburg en Westkapelle. Aagtekerke, een bolwerk van de gereformeerde gemeente, de kerk die in het hoog­seizoen vier diensten op één zondag houdt. Een dorp dat is genoemd naar Santa-Agatha, een naam die is afgeleid van agathos, dat ”goed” betekent.

Aagtekerke, op Walcheren, bleef door de eeuwen heen een gaaf ringdorp en kreeg pas later twee uitwaaierende linten: de Westhoek en de Roosjesweg. De Prelaatweg leidt naar de trekpleister Westkapelle, de Roosjesweg naar het mondaine Domburg. Een droom van een dorp, met akkers en weilanden eromheen, het geheel in de setting van een intiem landschap. Torens aan de horizon, bosschages langs wegen en fietspaden.

Dit is hartje Walcheren, waar de mensen niet aan de ramp van 1953 denken als ze het over ”het water” hebben. Ze bedoelen dan het oorlogsjaar 1944, toen de geallieerden de dijken van Westkapelle bombardeerden en grote delen van Walcheren onder water lieten lopen om de Duitse positie te verzwakken. Een jaar waarin velen moesten evacueren. Na de bevrijding werden de dijken van Westkapelle opnieuw gebouwd, waardoor Walcheren in 1953 droog bleef.

Landelijk

Het dorp Aagtekerke, dat in de middeleeuwen ontstond, lijkt op Madurodam als je er binnenkomt: de zeskantige molen van het type grond­zeiler, popperige huisjes rond de moederlijke Sint-Agatha­kerk in het centrum, frisse gordijnen, en planten op de vensterbanken, op de hoek de enige supermarkt van het dorp, een benzinestation, hotel-café-restaurant Kodde voor al uw feesten en partijen, verderop verenigingsgebouw Amicitia, een kinderopvangverblijf, een verlos­kundigenpraktijk, een sporthal, woon-zorgcomplex Waterwel veel vrijstaande huizen en overal bordjes met ”mini­camping”, ”kamer vrij” (”Zimmer frei”) of ”appartement te huur”. Alles keurig aangeharkt, een dorp dat, kortom, gastvrij oogt.

Naar verluidt stap je hier bij de mensen gemakkelijk over de drempel, vriendelijk als ze zijn. Vergis je niet: het duurt wat langer voordat de dorpelingen zich in hun hart laten kijken. De bewoners van dit stukje Zeeland zijn gesloten – hoewel daar een ontwikkeling in zit, als we ds. Tuinier van de gereformeerde gemeente mogen geloven (daarover verderop in dit artikel meer).

Eerst naar Rob van der Zwaag, sinds 2006 burgemeester van de in 1997 na een herindeling ontstane gemeente Veere, met dertien kernen op Walcheren. Een burgemeester die hier vooral past omdat hij toegankelijk en open is.

Kleine zelfstandigen

De gemeente werkt met het zogenaamde DNA-profiel, zegt Van der Zwaag, en dat houdt in dat „elke kern het eigen DNA mag promoten.” Identiteit en authenticiteit staan daarbij voorop, en op die manier heeft Aagtekerke er zelf de hand in hoe het zich presenteert. Dat is dan met de d van deugdelijk en degelijk en de a van authentiek en agrarisch.

Van der Zwaag wijst erop dat de sociale cohesie in de dorpen groot is en dat die berust op oeroude familieverbanden. Het is er veilig toeven en in sociaaleconomisch opzicht heerst er dan wel crisis, maar zijn er in de kernen van zijn gemeente meer lichtpuntjes dan elders. Velen verdienen de kost als kleine zelfstandigen. Zo schat ds. Tuinier in dat er slechts twee of drie van zijn bijna duizend gemeenteleden geen werk hebben. „Je hebt hier heel veel zzp’ers, allemaal kleine zelfstandigen die elkaar weten te vinden, met elkaar klussen aannemen en tot over de oren in het werk zitten.”

Een van de grotere werkverschaffers is zonder twijfel Pieter de Visser, eigenaar van Camping Schoolzicht, met als doelgroep de reformatorische gezindte, een camping waar in het hoogseizoen pakweg 1000 tot 1200 mensen neerstrijken. Dit jaar breidt De Visser uit en boort hij een nieuwe markt aan. Voor de liefhebbers zijn er 37 chalets te koop op huurkavels.

Het bestemmingsplan pakt gunstig voor hem uit: er mag nog meer bij worden gebouwd. Dat komt omdat het plan van De Visser naadloos past in de structuurvisie van de gemeente Veere. Kwaliteit is het sleutelwoord, zegt wethouder van Economische Zaken Melse (SGP/ChristenUnie) daarover in het gemeentehuis te Domburg. „Wij investeren alleen in toerisme van kwalitatief hoog niveau.”

Werk en kerk

Wie kopen deze chalets, waarvoor je gemiddeld algauw 75.000 euro moet neertellen? „Dat zijn bijvoorbeeld senioren die hier in het verleden kwamen en fijne herinneringen hebben aan die tijd. Hun kinderen zijn de deur uit. Ze zijn op zoek naar een plek van rust, waar ze zich thuis voelen en goed kunnen kerken. Maar natuurlijk zijn het ook gezinnen, omdat er hier veel te doen is voor kinderen en jongelui.”

Al meer dan 25 jaar zijn Schoolzicht en Aagtekerke onlosmakelijk met elkaar verbonden en helpen ze elkaar, zowel in het werk als in de kerk. Nu, met de bouw van de chalets, kunnen hoveniers, aannemers, loodgieters, elektriciens en loonwerkers aan de slag op de camping. „Wij werken alleen met plaatselijke bedrijven”, aldus De Visser. Vandaag stond er zes man de hele dag in de modder om een dikke kabel naar het bouw­terrein te trekken. Ook de supermarkt gedijt door de aanwezigheid van de camping: in het kampeer­seizoen bezorgt de winkel brood op Schoolzicht.

Voorkom te allen tijde dat een dorp in slaap sukkelt, vindt De Visser. Aan de grote keuken­tafel schetst hij zijn droom. „Er mogen best meer kleine bedrijven in het dorp komen. Dat is van belang voor de economische ontwikkeling, zodat de mensen in de kerk en op school blijven komen. Kleinschalige bedrijvigheid stimuleert onze lokale economie.”

Keerzijde

Sinds Walcheren geen eiland meer is en de Randstad dichtbij kwam, nam het toerisme een hoge vlucht. Voor Aagtekerke genereert dat veel inkomsten en gezelligheid. In de zomer verveelvoudigt de bevolking van het dorp. Naast camping Schoolzicht is er Westhove. Vanaf Goede Vrijdag en Pasen tot en met de herfstvakantie zijn er altijd toeristen in de kerk van de gereformeerde gemeente. Vijf weken lang in de zomer zijn er vier diensten op één zondag in de kerk, voornamelijk door toedoen van Camping Schoolzicht, waar­vandaan de toeristen massaal naar de kerk optrekken.

Er kleeft een keerzijde aan het toerisme. Ds. Tuinier: „Het uitgaansleven in Domburg, Westkapelle en Zoutelande, en –laten we eerlijk zijn– de zomer, hogere temperaturen, een lekker zonnetje en het strand­leven brengen zorgen mee. De secularisatie en het drankgebruik zijn de laatste tientallen jaren toegenomen. Er zijn behoorlijk wat jongeren die ’s avonds naar Domburg trekken, waar wij, vanuit Gods Woord, bij tijd en gelegenheid, met liefde voor waarschuwen.”

Ook wethouder Melse van de grootste partij in de raad, de SGP/ChristenUnie, ervaart het spanningsveld tussen principe en pragmatisme, maar moet keuzes maken en kan meesturen door „aan het begin van het proces te staan.” In de praktijk komt dat erop neer dat het strand- en horecaleven in Domburg geen strobreed in de weg wordt gelegd, maar dat anderzijds niemand het in zijn hoofd haalt om de zondagsrust in Aagtekerke te dwarsbomen.

Durpsen en Westhoekers

Want dat is wel duidelijk: er is geen draagvlak om aan de zondagsrust te tornen. Bijna twee derde van de Aagtekerkenaren behoort tot de Gereformeerde Gemeenten. De gemeente van de Protestantse Kerk in Neder­land (PKN) in het dorp is klein, met één dienst op zondag onder leiding van domina Van Ginhoven.

Inwoners die tot de PKN behoren of die „nergens aan doen”, heten in de volksmond de ”durpsen”, terwijl de leden van de gereformeerde gemeente de ”Westhoekers” zijn. „Als ik in het dorp kom, maak ik net zo gemakkelijk een praatje met een ”durpse” als met iemand van mijn gemeente”, zegt ds. Tuinier. „In ons dorp moeten we als gereformeerde gemeente niet gaan denken dat we beter zijn dan de anderen. We moeten hun juist vanuit Gods Woord voorleven wat de Heere van ons vraagt.”

Om de vijf jaar werken de gereformeerde gemeente en de PKN van Aagtekerke samen in een dienst in het kader van de herdenking van de bevrijding van Zeeland, begin november. Met declamatie, meditatie en gezang. Dit jaar verandert dat. Het plan is opgevat om op de kroningsdag, 30 april, samen te zingen bij de vlag op het Dorpsplein.

Opener

Ds. Tuinier deed er twee jaar over om zijn gemeente rond te gaan. „Je moet er de tijd voor nemen om de Zeeuwen te leren kennen. Als je als predikant in een nieuwe gemeente begint, heb je een jaar nodig om te wennen. Ik deed er hier langer over. Ze geven zich hier niet zo snel, zijn wat stil, op de achtergrond. Ze zeggen niet veel, maar denken des te meer. Je moet er dus meer voor doen om het vertrouwen te winnen, maar als je hen hebt, is het een heel trouw, hartelijk en mee­levend volkje.”

De predikant bespeurt een kloof tussen de ouderen en de jongeren. „De ouderen zitten wat vast in de gesloten cultuur. De jongeren zijn echter veel opener. We werken met elkaar aan bewustwording om persoonlijk belijdenis van het geloof af te leggen. Ons uitzien is of de Heere Zijn Kerk hier bouwt, zoals Hij dat gedaan heeft in de voorgeslachten.”

Dit is het negende artikel in een serie van twaalf over christelijke dorpen.


Ds. R. Kok

De gereformeerde gemeente van Aagte­kerke kwam vanaf 1836 samen op het landgoed van jonkheer Versluys, naar wie de reformatorische basisschool aan de Prelaatweg is vernoemd. In 1876 verrees er een eigen kerk aan de Prelaatweg. Deze werd in 1909 vervangen, terwijl in 1970 het huidige kerkgebouw werd gebouwd, eveneens aan de Prelaatweg.

De bekende ds. R. Kok was na ds. H. Kieviet de tweede predikant van Aagtekerke. Hij werd er op 5 september 1915 bevestigd door ds. G. H. Kersten. Toen ds. Tuinier zes jaar geleden naar Aagte­kerke kwam, bemerkte hij bij enkele hoogbejaarden bijzondere banden met de persoon en de prediking van ds. Kok, die tot 1925 predikant in het dorp was. „Hij is een van de predikanten die de gemeente gestempeld hebben. Ook spreken mensen met achting over ds. J. van Vliet en ds. J. Baaijens.”

In de consistorie van de gereformeerde gemeente hangt een foto van ds. Kok, die zich in 1950 onttrok aan de Gereformeerde Gemeenten en zich in 1956 aansloot bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. In Aagtekerke stierf de eerste vrouw van ds. Kok in het kraambed, in 1918. Kort bij de ingang van de algemene begraafplaats bevindt zich, rechts, het keurig bijgehouden graf van ds. Koks eerste vrouw en hun kindje: Alida Gerarda Segers en Petronella.