Waterlinie moet weer op de kaart

In de regio Midden-Nederland
4

Een snoer met juweeltjes. Zo noemt historicus Bernt Feis de Oude Hollandse Waterlinie in het Groene Hart. In 2022 bereikt deze ‘ketting’ van Gorinchem tot Muiden de respectabele leeftijd van 350 jaar. Die mijlpaal is een flink feest waard, vinden vijftien gemeenten en waterschappen in de regio. Al in 2015 begonnen ze met de voorbereidingen.

Het is een en al bedrijvigheid in het Woerdense kantoor, waar het jubileumjaar van de Oude Hollandse Waterlinie wordt voorbereid. Kartrekker Bernt Feis zit aan een houten vergadertafel en om hem heen bivakkeren verschillende vrijwilligers. De een zet jubileumwandelingen uit, de ander weet alles van de -nu al- reizende biebtentoonstelling over „de moeder aller waterlinies”. Want daar hebben we het over, benadrukt Feis. De Oude Hollandse Waterlinie is misschien niet zo bekend als ‘broertjes’, zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam, maar het verdedigingswerk heeft een zeer belangrijke rol in de geschiedenis van Nederland gespeeld.

Tijdens twee oorlogen, in 1672 en 1794, heeft de linie z’n diensten bewezen. „Het was een schitterend defensief concept, je kon je er goed achter verschansen”, zegt Feis. „In die zin was de linie wel te vergelijken met de Chinese muur.”

De vraag is alleen: waarom moeten we er honderden jaren later nog een feest aan wijden? Feis legt het graag uit. „In 2005 was er veel aandacht voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, omdat die in dat jaar de status van Nationaal Landschap kreeg. Gemeenten en provincies gaven er veel geld aan uit: zo’n 125 miljoen euro. Dat ging onder andere naar de renovatie van forten. Ook is deze linie aangemeld bij Unesco om op de Werelderfgoedlijst te komen, net als de Stelling van Amsterdam die al sinds 1996 Werelderfgoed is. Wij hebben toen besloten om de Oude Hollandse Waterlinie te gaan promoten, want die verdient óók aandacht, vinden wij.”

Feis was destijds directeur van de stichting Groene Hart, die de waarden van de regio wil behouden en ontwikkelen. „We hebben contact gezocht met een aantal steden in het liniegebied en hebben de Unie van Vestingsteden opgericht. Daaruit is in 2015 de stichting Oude Hollandse Waterlinie ontstaan.” Belangrijkste doel van de unie is: de herdenking van het zogeheten ”Rampjaar 1672” en de viering van het 350-jarig bestaan van de Zuid-Hollandse linie vormgeven. Gemeenten zetten zich enthousiast voor het feestjaar in, ook financieel. „Ze zien in het jubileum een mooie kans om zichzelf op de kaart te zetten”, zegt Feis.

Bureaucratische toestand

Dertien steden nemen inmiddels deel in de stichting: Muiden, Naarden, Weesp, Nieuwersluis, Woerden, Oudewater, Gouda, Montfoort, Schoonhoven, Nieuwpoort, Leerdam, Gorinchem en Woudrichem. Ook twee waterschappen, de Stichtse Rijnlanden en Amstel, Gooi en Vecht, hebben zich aangesloten.

Plannen om de Oude Hollandse Waterlinie aan te melden voor de Werelderfgoedlijst van Unesco zijn er overigens nog niet. Wat Feis betreft hoeft die aanvraag ook niet in gang gezet te worden. „We hebben het een aantal jaren geleden wel onderzocht, want zo’n nominatie levert veel promotie op, maar zoiets kost ook veel geld en de procedure duurt heel lang. Het is nogal een bureaucratische toestand waaraan het nodige vastzit. Er mag dan niets meer aan het erfgoed veranderen; een weg ernaast aanleggen, bijvoorbeeld, is uitgesloten.”

De stichting focust zich dus voorlopig op het jubileumjaar 2022. Wandelingen, festivals, het naspelen van veldslagen, tentoonstellingen, de uitgave van (wandel)boeken; de lijst van activiteiten die worden voorbereid is lang. Om het belang bij andere mogelijke organisatoren te onderstrepen, werd vorig najaar zelfs een zogeheten ‘bidbook’ gepresenteerd, waarin het hele project van A tot Z staat beschreven.

Dat er in 2022 in midden-Nederland ook andere mijlpalen herdacht en gevierd worden, ziet Feis alleen als voordeel. „We kunnen daar prima bij aanhaken.” Zo viert waterschap De Stichtse Rijnlanden in 2022 negenhonderd jaar waterbeheer en de stad Utrecht negenhonderd jaar stadsrechten. „Wij spelen daarop in met exposities over de Oude Hollandse Waterlinie in de Domkerk en de Janskerk.”

Houten huizen

In de aanloop naar het jubileumjaar organiseren gemeenten en waterschappen eveneens verschillende publieksactiviteiten, vertelt Feis. „We willen graag dat ze daarbij met elkaar samenwerken, net als vroeger, toen de linie nog dienstdeed als verdedigingsmiddel.”

De verschillende wandelingen, die gedeeltelijk al zijn uitgezet, vormen voorbeelden van die moderne samenwerking. „Neem het Waterliniepad, dat loopt van Muiden naar Gorinchem en 109 kilometer lang is. Alle pareltjes, de vestingsteden dus, kom je onderweg tegen.”

Vanuit de vestingsteden in de Oude Hollandse Waterlinie is er vaak een mooi uitzicht op het omliggende land, de zogenaamde schootsvelden. Tot begin negentiende eeuw mochten in deze gebieden geen stenen huizen gebouwd worden, omdat die ten tijde van oorlog onder water gezet werden. Houten huizen bouwen mocht wel, maar bij ingebruikname van de linie moesten ze worden afgebroken of verbrand. In Weesp staat nog steeds een aantal houten huizen uit de periode waarin de linie dienst als verdedigingswerk fungeerde.

Oude wallen

Naast de langeafstandsroutes zijn er routes van twintig kilometer, die je op één dag kunt doen, en waterlinieommetjes van drie, vier kilometer, die steeds beginnen bij een station. Feis: „Je loopt over de oude wallen, die nu vaak tot parken en plantsoenen zijn omgevormd, en hebt van daaruit zicht op de schootsvelden, de gebieden die - toen de linie nog in gebruik was- bij dreiging onder water werden gezet. Door deze wandelingen te lopen, leer je je eigen geschiedenis kennen.”

De stichting is niet alleen bezig met het promoten van de oude linie, er wordt eveneens gekeken of het verdedigingswerk nú nog een functie zou kunnen hebben. Ook de provincies Zuid-Holland en Utrecht onderzoeken die mogelijkheid. Waterberging is een woord dat herhaaldelijk valt bij de ontwikkeling van de toekomstplannen. Het Groene Hart heeft namelijk last van „een gigantische bodemdaling”, legt Feis uit. „Door de combinatie van veel water en een veenbodem is het gebied sinds de middeleeuwen zo’n vier, vijf meter gezakt. Het proces is onomkeerbaar en dat kan vervelende gevolgen hebben.” De kans op overstromingen is daardoor namelijk groot. „Een paar jaar geleden is de dijk bij Wilnis doorgebroken, waardoor het hele dorp onder water kwam te staan. Dat was een nare toestand.”

Nu worden er volgens Feis „kunstgrepen” toegepast om het proces van bodemdaling te vertragen. Hij noemt onderwaterdrainage, „een nieuw, maar duur systeem”, dat volgens hem in de categorie lapmiddelen valt. „Het beste zou zijn om een groot deel van het Groene Hart terug te geven aan het water, maar dat is een heel moeilijke boodschap voor boeren.” Hij noemt ook de mogelijkheid om water in bepaalde delen van het gebied op te slaan –net als in de tijd waarin de waterlinie nog een militaire functie had- en dat volume in droge periodes ‘los te laten’.

Bodemdaling

Ook het omgevingsontwerpbureau Arcadis ziet vernatting met behulp van de Oude Hollandse Waterlinie als oplossing voor de bodemdaling. In 2014 stelde het bureau in opdracht van de provincie Zuid-Holland en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed een toekomstplan voor het militaire erfgoed op, waarin deze optie aan de orde komt. In hetzelfde document wordt echter getwijfeld over de uitvoering van dat plan. Want „er zijn veel partijen die iets willen, maar weinige die echt iets moeten”. Maar dat was 2014, toen het klimaat nog geen prominente plek op de agenda van overheden had. Die tijd is inmiddels voorbij. Of dat gevolgen heeft voor de Oude Hollandse Waterlinie, is voorlopig afwachten.

Verdediging door inundatie

Nederland telt maar liefst 45 waterlinies. Enkele bekende zijn de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie. De meeste zijn duidelijk zichtbaar in het landschap, maar de Oude Hollandse Waterlinie is dat niet. Dat is een belangrijke reden voor de onbekendheid ervan bij het grote publiek.

De Oude Hollandse Waterlinie ligt voor het grootste deel in Zuid-Holland en verbindt onder andere Woudrichem, Gouda, Leerdam en Oudewater met elkaar.

De aanleg gebeurde in korte tijd en nogal ad hoc in 1672, toen de Hollandse republiek van verschillende kanten werd bedreigd door vijandige troepen. In hetzelfde Rampjaar werd de linie in gebruik genomen, namelijk toen een Franse legermacht van 120.000 man ons land binnenviel. Anderhalf jaar lang bleven de gebieden in de regio overstroomd.

Het idee van een waterlinie is dat aaneengesloten delen van een gebied onder water gezet -geïnundeerd- kunnen worden om zo het daarachter gelegen land tegen vijanden beschermen. Het water is te diep om te doorwaden, maar kan wel worden bevaren. Dijken en kaden werden versterkt, zodat het ingelaten water niet weg kon lopen.

Op strategische punten in waterlinies werden vestingsteden en forten gebouwd. Twee belangrijke en goed bewaard gebleven vestingsteden in het gebied van de Oude Hollandse Waterlinie zijn Oudewater en Woerden. Ook Fort Wierickerschans, het Muiderslot en Slot Loevestein zijn onderdeel van de linie.

Na de uitvinding van het vliegtuig, waardoor land ook vanuit de lucht te veroveren viel, raakten de linies in onbruik. De Oude Hollandse Waterlinie heeft tot 1815 dienstgedaan. Daarna maakt het verdedigingswerk plaats voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, ten oosten van Utrecht. Die heeft, anders dan de oude, nooit een belangrijke rol gespeeld.