Utrecht heeft eigen (groene) Efteling

Regio Midden
2

Het is drukker dan ooit in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug constateert boswachter Corien Koreman. Goed nieuws voor zowel bezoekers als de natuur: het park wordt steeds een beetje groter. „Ik zeg weleens: „De Efteling is hier niks bij.””

Het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is een van de 21 nationale parken die Nederland rijk is. Natuurgebied de Utrechtse Heuvelrug is een stuwwal, een soort langgerekte zandberg die loopt van het Gooimeer bij Huizen tot aan de Grebbeberg bij Rhenen. het totale oppervlakte: 20.000 hectare. Maar alleen het zuidelijke deel –van Rhenen tot de A28– is sinds 2003 officieel een Nationaal Park. Dit stuk beslaat met zo’n 10.000 hectare slechts de helft van het totaal. Uitbreiding lijkt, historisch gezien, dus niet meer dan logisch.

Het bijzondere van de Utrechtse Heuvelrug is dat er zoveel hoogteverschillen zijn, vindt boswachter Koreman. Het hoogste punt, 69 meter boven NAP, ligt in Amerongen. „Als je hier rondwandelt, krijg je vanzelf het gevoel dat je in een ander land op vakantie bent.”

En dat vinden meer mensen. „De verwachting is dat het aantal recreanten in 2030 is verdubbeld ten opzichte van nu”, weet Janine Caalders, directeur-bestuurder van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. „Het gaat om buitenlandse toeristen, om bezoekers uit de omringende regio’s én om inwoners zelf. We moeten daar echt iets mee.”

Ook op andere manieren staat het natuurgebied volgens haar onder druk. „Het ligt midden in Nederland, in een economisch heel bedrijvige omgeving. Er wordt elk jaar onderzoek gedaan naar de meest innovatieve regio van Europa. De provincie Utrecht stond dit jaar op plek twee. Veel werkgelegenheid betekent veel behoefte aan wegen en woningen. Om de weinige natuur die we hier nog hebben, te beschermen, is het belangrijk dat we met z’n allen samenwerken. Want de natuur is er voor iedereen. En samen staan we gewoon sterker.”

Niet vanzelfsprekend

Het Nationaal Park, een samenwerkingsverband van provincie, gemeenten en terreineigenaren, wil graag dat mensen zich meer gaan realiseren dat het hebben van natuur en erfgoed niet vanzelfsprekend is. „Wie in deze omgeving woont, vindt het normaal een bos in de achtertuin te hebben. Maar het is goed te beseffen dat bij het beheer ervan wij mensen allemaal een verantwoordelijkheid hebben.”

Daarom is de organisatie sinds 2016 bezig zoveel mogelijk nieuwe partijen in het heuvelruggebied te vinden die allemaal onderschrijven dat de natuur in hun gebied bescherming verdient, maar ook een plek moet blijven waar mensen kunnen genieten.

De gemeenten Soest, Baarn en De Bilt haakten in september aan en er wordt gehoopt dat ook Noord-Hollandse gemeenten als Hilversum en Blaricum willen meedoen. De bedoeling is dat er over een paar jaar een aanvraag bij de rijksoverheid wordt ingediend om het Nationaal Park uit te breiden. Wat de grenzen dan zijn, hangt af van het uiteindelijke aantal deelnemers.

Drukte

Boswachter Corien Koreman is blij met deze ontwikkeling. „Ik woon mijn hele leven al in dit gebied en in mijn jeugd zag ik weleens een wandelaar in het bos lopen”, vertelt ze. „Nu is het gewoon elke dag druk. Hoe het komt? We zijn met z’n allen meer betrokken bij de natuur. Vroeger vonden we een bos minder bijzonder. Ik denk ook dat educatie een rol speelt: op scholen wordt veel aandacht besteed aan het belang van natuur. Als Staatsbosbeheer willen we ook graag dat mensen ervan kunnen blijven genieten, maar jammer genoeg wordt het soms juist door die drukte lastig om het gebied optimaal te kunnen blijven beschermen.

Daar ligt soms echt een spanningsveld. We proberen het op te lossen door zonering, oftewel door het inrichten van wandelroutes, ruiterpaden en fietsroutes. De kwetsbare delen van de natuur laten we met rust en de natuurgenieters lopen elkaar niet in de weg.”

Zwerfafval

Het werkt aardig, dat zoneren. „Het is alleen zaak dat mensen zich aan de regels houden. Niet omdat wij de baas willen spelen, maar omdat het publiek zo helpt de natuur te beschermen. Mensen hebben soms niet door wat ze doen. Dan gaan ze toch even van een pad af om een mooie foto te maken. Maar ze zien niet welk moois ze vertrappen.”

Over het algemeen gedragen bezoekers zich netjes, vindt Koreman. „Het zwerfafval valt de laatste jaren mee. Er wordt hier gelukkig veel aandacht aan besteed, ook op scholen. Je ziet dat dat effect heeft.

Wat ik lastig vind, is de toegenomen verbale agressie van mensen. Dat zie je overal, maar ook in het bos. Je zou denken dat de natuur mensen tot rust brengt, maar dat is helaas niet altijd het geval.”

Koreman geeft een voorbeeld van een succesvolle samenwerking die er al bestaat. „Om alle drukte in goede banen te leiden, hebben beheerders van park Utrechtse Heuvelrug een gebruikersloket geopend. Los van alle individuele bezoekers worden er hier namelijk ook ontzettend veel groepswandeltochten en -fietstochten georganiseerd. Bijna elk weekend is het wel raak. Die routes worden soms uitgezet over terreinen van meerdere eigenaren. Voor dit soort evenementen moeten organisatoren toestemming vragen bij het gebruikersloket. Bij groen licht wordt er een vergunning afgegeven. Die kost geld en de opbrengst wordt aan het eind van elk jaar verdeeld onder de terreineigenaren. Zij gebruiken het voor natuurbescherming.”

Gebruikersloket

Het gebruikersloket werkt goed, zegt Koreman. „Het voordeel voor ons als beheerders is dat er één centrale plek is, waar men weet wat er allemaal aan evenementen in het gebied wordt georganiseerd. Zo valt het allemaal te coördineren.”

Op kleine schaal lukt samenwerken dus, maar op grotere schaal is het een uitdaging vanwege het grote aantal terreineigenaren. De complete Utrechtse Heuvelrug telt bijvoorbeeld tweehonderd landgoederen. Volgens de provincie Utrecht staan er in de regio meer kastelen dan in het Loiregebied in Frankrijk. „Stel dat die een hek om hun land zouden zetten”, zegt Caalders, „dan zou dat enorme consequenties hebben.”

Ondenkbaar is het niet: afgelopen voorjaar sloot de eigenaar van landgoed Pijnenburg tussen Lage Vuursche en Soest een veelgebruikte wandelroute over zijn terrein voor het publiek. Het was hem een doorn in het oog dat steeds meer mountainbikers en ‘gewone’ fietsers het pad in bezit namen. „Sowieso wordt het veel te druk in het bos”, zei de landgoedeigenaar in dagblad De Telegraaf. Hij sloot het pad volgens de krant af met ijzeren hekken, een diepe greppel en boomstammen. De actie kwam hem op veel kritiek te staan van zowel publiek als politiek; het laatste woord lijkt er nog niet over gezegd.

Uitbreiding

Boswachter Koreman bekijkt natuurbeheer van de zonnige kant. Met haar collega’s probeert ze stukje bij beetje het gebied en zijn bewoners te beschermen. „Ons werk is altijd gericht op de toekomst: het in stand houden en uitbreiden van de natuur. Uitbreiding van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug juich ik toe, want het biedt zoveel meer mogelijkheden voor natuurontwikkeling: hoe meer aaneengesloten gebieden je hebt, hoe beter het is. We hebben hier bijvoorbeeld steeds meer ecoducten en paddentunneltjes.”

De ecoducten worden onder andere gebruikt door reeën. „Voordat deze natuurbruggen er waren, werden reeën geregeld doodgereden bij het oversteken van een weg. Dat gebeurt nu veel minder. Een ecoduct is daarmee niet alleen goed voor dieren, maar ook voor de verkeersveiligheid.”

Ook telt het Leersumse Veld, Koremans werkgebied, twee minitunnels voor padden. „Tijdens de paddentrek, half maart, gaan de dieren op zoek naar water om zich te kunnen voortplanten. Dan komen ze in dit gebied nogal eens een weg tegen. Vroeger, en eigenlijk nog steeds, werden ze handmatig overgezet. Daarbij komen onze waardevolle vrijwilligers om de hoek kijken. Een paddentunnel bouwen is namelijk een kostbare zaak, zoiets leg je niet zomaar even aan.”

Het verbinden van heidevelden is goed voor vlinders, vervolgt Koreman: ,,Door een corridor van heide tussen twee gebieden te maken, wordt hun leefgebied groter en is er meer uitwisseling: dat is belangrijk, want zo neemt hun aantal niet af. En daar is het ons om te doen.”

Beleefweek

„De komende tijd willen we het Nationaal Park meer op de kaart zetten”, vertelt Caalders. „Bijvoorbeeld door de organisatie van een jaarlijkse Beleefweek en door de inrichting van bezoekerscentra. Hoe meer bekendheid, hoe groter hopelijk de bewustwording bij het publiek dat groen in een dichtbevolkt gebied niet vanzelfsprekend is.

En hoe groter de kans dat er over tien jaar nog een prachtig, groot Nationaal Park in het midden van Nederland ligt.”

>> np-utrechtseheuvelrug.nl
>> opdeheuvelrug.nl/zie-de-heuvelrug/nationaal-park-utrechtse- heuvelrug
>> heuvelrugutrecht.nl

Heuvelrugtuinen

Onder het motto ”Alle beetjes helpen” kunnen bewoners van de Utrechtse Heuvelrug meedoen aan het project ”Heuvelrugtuinen”. „Door je eigen tuin op een natuurlijke manier in te richten, voeg je meer natuurkwaliteit toe aan tuin en buurt”, zegt het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, naast Natuur en Milieufederatie Utrecht een van de initiatiefnemers.

Een Heuvelrugtuin is een natuurlijk ingerichte tuin, met zo min mogelijk tegels, veel groen, met kasten voor vogels en bijen en met streekeigen planten. Eigenaren mogen geen gif gebruiken bij het onderhoud van hun tuin.

„Zo creëren we samen meer natuurwaarde voor het Nationaal Park, maar het is natuurlijk ook gewoon hartstikke fijn wonen in een Heuvelrugtuin. Bovendien dragen deelnemers bij aan klimaatadaptatie en schoon drinkwater.”

Het project start eind 2019, begin 2020. De aanpak wordt momenteel nog verder uitgewerkt.

>> http://nmu.nl/project/heuvelrugtuinen