Paardenpension voor koeienstal

Regio West

Op de plek waar twee jaar geleden de geur van ingekuild gras overheerste en koeien loom lagen te herkauwen, staan nu paardenboxen. Melkveehouder Henk Hoogendijk uit Nieuwerkerk a/d IJssel heeft het een stuk rustiger. „Voeren doen we alleen ’s morgens.”

De 67-jarige bewoner aan de dijk langs de Hollandse IJssel vindt zichzelf eigenlijk geen boer meer. Maar wat dan wel? Hij weet het eigenlijk niet zo goed. Volgens zijn vrouw Lenie (65) blijft hij altijd boer Hoogendijk. „Iedereen noemt je zo. Ook bij ons in de kerkelijke gemeente. Laatst, tijdens huisbezoek, werd er door de ouderlingen gebeden voor boer Hoogendijk en zijn vrouw. Je blijft altijd boer, ook al heb je nu een paardenpension.”

De drie kinderen zijn inmiddels het huis uit. „Geen van hen wilde het boerenbedrijf overnemen”, vertelt de ex-melkveehouder. Mijn zoon is politieagent. Mijn oudste dochter voelde zich nog het meest bij het boerenwerk betrokken. Een van de kinderen houdt toezicht als wij een paar dagen weg zijn.”

Maar niet alleen vanwege het gebrek aan opvolgers, vooral ook door de regelgeving van overheid en melkfabriek besloot Hoogendijk zijn koeien de deur uit te doen. „Na de landinrichting van ’93 kwamen we op deze plek aan de Groenendijk terecht. Met jongvee erbij hadden we zo’n 80 koeien. Iedere dag tweemaal melken, voeren, mesten, verzorgen... Kortom, je was altijd bezig zonder een moment rust. En dan heb ik het nog niet eens over de steeds nieuwe, andere en strengere richtlijnen van overheid en melkfabriek. Vroeger kwamen ze van de fabriek aan de deur om -bij wijze van spreken- te bedelen of je melk wilde leveren. De laatste jaren kreeg je een boete als er ook maar iets niet klopte. We waren er helemaal klaar mee.”

Geen spijt

Maar is het niet lastig om dieren weg te doen waar je je hele leven al mee verbonden bent? En met koeien heb je bovendien toch veel meer een band dan met kippen of varkens? „Dat klopt”, vertelt Henk. „Mijn vrouw mist de koeien nog steeds. Ik heb nog geen dag spijt van de beslissing gehad.”

Helemaal stoppen met werken, dat wilde de melkveehouder ook weer niet. „Ik was op dat moment 65 en voelde me nog steeds fit genoeg om te werken. We hadden de schuren ook kunnen gebruiken voor de opslag van caravans, maar dat is zo’n doodse bezigheid. Omdat we zelf al drie paarden hadden, kwamen we op het idee om een paardenpension te beginnen. Daar heb je geen fosfaatrechten voor nodig en dus kon ik er een van verkopen.

De stallen hebben we verbouwd met het geld dat de koeien opbrachten. Er staan nu 25 paarden en pony’s. Op drie daarvan wordt vanwege hun leeftijd niet meer gereden. We kunnen indien nodig nog wat uitbreiden. De dieren zijn van paardenliefhebbers uit de omgeving die zelf geen stalruimte hebben. De verzorging doen ze in principe zelf. ’s Morgens voeren wij.”

Orde en rust

Er gelden op en rond de boerderij duidelijke regels om voor orde en rust te zorgen. „Wij zorgen voor hooi en stro. Krachtvoer regelen de mensen zelf. In principe zijn ze op ieder tijdstip welkom, behalve zondags. Dan willen we rust om de boerderij. Het voeren doen wij dan, maar dat kost ons hooguit twee keer een half uur.”

De overstap betekent minder werk, minder regels, minder zorgen en meer gezelligheid. Want het paardenvolk zorgt voor aanloop en goede gesprekken, vinden Henk en Lenie. „Vroeger kreeg je nog weleens vertegenwoordigers op bezoek, maar die komen niet meer, nu de koeien weg zijn. En nare ervaringen met de paardenhouders hebben we nauwelijks gehad. We hebben er eens een paar moeten wegsturen, omdat ze aanhoudend te veel voer en stro morsten en we hadden een keer een slechte betaler. Maar verder zijn er nooit problemen. We hebben hier ook nog nooit een dood paard gehad.”

Wat anders?

Als het aan Hoogendijk ligt, blijft hij dit werk doen zolang zijn gezondheid hem dat toelaat. „Ik zou niet weten wat ik anders moet doen.”