Mausoleum voor verzetsstrijders

In de regio Midden-Nederland
3

Een erebegraafplaats aanleggen voor de vrienden die in de Tweede Wereldoorlog waren omgekomen. Dat was kort na de bevrijding het voornemen van het Edese verzet. Het resultaat was grootser: de verzetsstrijders werden bovengronds begraven in een mausoleum.

De bouw van het mausoleum werd mogelijk doordat de bevolking van Ede maar liefst 70.000 gulden bijeenbracht voor een laatste rustplaats voor ‘haar’ helden. Canadese soldaten, in afwachting van hun repatriëring, hielpen bij de bouw. Zij voerden 90.000 stenen uit de Betuwe en rivierzand uit Wageningen aan.

Acht maanden nadat Ede was bevrijd, in december 1945, was het monument klaar. Het is de enige gedenkplaats in Nederland waarin verzetsstrijders hun laatste rustplaats hebben gekregen.

Op 12 december 1945 hield Ede een algemene rouwdag. Op die datum werd het stoffelijk overschot van een van de gevallenen met veel eerbetoon in het mausoleum bijgezet.

Het mausoleum is ongeveer 25 meter lang. Op de veertig grafnissen staan de namen van 44 verzetsstrijders met de datum en plaats van hun overlijden. Dertig van hen zijn in het monument begraven. Veertien gevallenen zijn elders ter aarde besteld of hun laatste rustplaats is niet bekend.

Het mausoleum was een ontwerp van de Edese bouwkundige Jan Brands. Tuin- en landschapsarchitect Jan Tijs Pieter Bijhouwer, later ontwerper van de herdenkingshof in Putten en de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum in Otterlo, hielp bij het inpassen van het monument in een bestaand wandelpark op de Paasberg in Ede.

Het mausoleum heeft een plint van baksteen met erboven een bekleding van tufsteen. De namen van de herdachte personen zijn in vergulde letters op verdiept liggende, natuurstenen platen vermeld. Erboven staat ”Gesteund door het recht streden zij voor de vrijheid”. Op het mausoleum prijkt verder een plaquette met het wapen van Ede en de tekst ”1940-1045 – de dankbare bevolking van Ede”.

Rechtsboven op het mausoleum staat een bronzen beeld van de Amsterdamse kunstenaar Piet Esser. Deze figuur stelt een gevallen strijder voor die zich weer opricht. Hieronder staat een tekst uit het Bijbelboek Joël: ”Is dit geschied in uwe dagen of ook in de dagen uwer vaderen? Vertelt uwen kinderen daarvan en laat het uwe kinderen hunnen kinderen vertellen. En derzelver kinderen aan een volgend geslacht” (Joël 1: 2 en 3).

Dodenherdenking

In augustus 1947 opende prins Bernhard de erebegraafplaats officieel door het wegtrekken van de Nederlandse vlag die voor het beeld van Esser was aangebracht en het leggen van een krans. De jaarlijkse dodenherdenking in Ede op 4 mei wordt altijd bij dit monument gehouden.

Het mausoleum, dat sinds 2013 een rijksmonument is, had na ruim 70 jaar groot onderhoud nodig, vonden de Vereniging Oud Ede, het Platform Militaire Historie Ede en Voormalig Verzet Ede. Nergens vertoonde het casco ernstige gebreken, maar de staat waarin natuursteen en voegwerk verkeerden maakte restauratie noodzakelijk, aldus projectadviseur Klaas Boeder. „Zo was er veel voegwerk van het metselwerk door opspattend water aangetast.”

Restaureren

Besloten werd het monument terug te brengen in de staat van 1947. „De gedenkplaten en de plaquette onder het bronzen beeld waren een aantal jaren geleden vernieuwd in een wat banale grijze graniet zoals veel wordt gebruikt voor grafstenen”, aldus Boeder. “Het monument heeft nu weer tekstplaten van tufsteen met vergulde letters. Uitgangspunt was een sober en doelmatig, maar wel duurzaam herstel. Het monument kan er nu weer jaren tegen.”

Vlekkerig

Voorzitter Simon van de Pol van Oud Ede is blij met het resultaat. „Meteen na de restauratie leek het mausoleum wat vlekkerig door de nieuwe delen tufsteen, maar, zoals adviseur Boeder al verwachtte, is dat in een jaar tijd vrijwel helemaal bijgetrokken.”

>> oorlogsgravenstichting.nl/begraafplaats/29/begraafplaats-mausoleum-op-de-paasberg-te-ede

>> mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/het-mausoleum-te-ede