Lenen om te kunnen leven

School en beroep
4

Studeren kost een hoop geld, zeker nu niet meer iedereen studiefinanciering krijgt. Is het überhaupt nog wel betaalbaar? Twee studenten geven een kijkje in hun portemonnee.

Job Guiljam (20) volgt de opleiding Middenkaderfunctionaris Infra BOL4+ aan het Techniek College Rotterdam. Hij zit inmiddels in het derde jaar van zijn opleiding, en hij valt in principe nog onder het oude stelsel. Dat houdt in dat hij ongeveer €200,- per maand aan studiefinanciering op zijn rekening krijgt. Wat hij daarvan betaalt? „Ik woon nog gezellig thuis, dus aan huisvesting ben ik geen geld kwijt. Buiten mijn uitgaven voor school geef ik ook niet zoveel uit. Alleen aan bijvoorbeeld de tandarts, nieuwe kleding, cadeautjes of uit eten gaan. Verder ben ik momenteel nog op zoek naar een plekje waar ik pianoles kan volgen, maar dat is nog niet definitief.” Geen studieschuld dus, bij Job.

Bij Aron Zwaan (20) is dat een heel ander verhaal. Hij is derdejaarsstudent Technische Informatica aan de TU in Delft. Zijn ouders wonen op de Veluwe, dus thuis blijven wonen was geen optie. Maar hij valt wel onder het leenstelsel, dus studiefinanciering was er voor hem niet meer bij. „Sinds dit collegejaar krijg ik €150,- aanvullende beurs, maar de vorige twee jaar kreeg ik niets.”

Job betaalt sinds kort zijn collegegeld zelf. Eerst maakte hij steevast een deel van zijn studiefinanciering over naar zijn ouders, die in ruil daarvoor zijn collegegeld betaalden. „Nu betaal ik het ook in één keer en niet in termijnen. Dan ben je er in één keer van af en hoef je je er verder geen zorgen meer om te maken.”

Het collegegeld betaalt Job van het geld dat hij op zaterdag verdient. „Mijn bijbaan is te combineren met mijn studie omdat ik alleen op zaterdag werk.” In de stageperioden is dat wel wat discutabel, aldus Job. „Na 5 dagen stage heb ik meestal wel zin in een rustig weekend.”

Aron zet wel elke maand geld opzij om zijn collegegeld te kunnen betalen. Daarnaast heeft hij hobby’s waar hij niet veel geld aan kwijt is. „De grootste kosten die hier nog bij komen zijn met name kleding, studieboeken en de zorgverzekering. Daarnaast gaat er af en toe ook iets naar een goed doel.”

Leenstelsel

Aron leende per maand zo’n €150,-. Meer was niet nodig, omdat hij met zijn bijbaan ruim genoeg geld binnenkreeg om zijn huur te betalen. Daaraan is hij in totaal ongeveer €400,- per maand kwijt, een vrij gemiddeld bedrag voor kost en inwoning. Maar hij moet dus werken om in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Soms is het lastig om werk en studie te combineren: „Ik kan mijn werk vrij flexibel plannen, zodat ik de periodes die vrij druk zijn qua studie iets minder werk en andersom. Gemiddeld moet ik wel op zo’n 10 uur per week uitkomen, en de vakanties volledig werken. Het is dus wel te combineren, maar veel daarnaast doen is niet echt mogelijk.”

Job hoeft, omdat hij thuis woont, niets bij te lenen. Hoe denkt hij over het leenstelsel? „Aangezien ik nog onder het oude stelsel val, maak ik me er eigenlijk niet druk om. Mijn broertje daarentegen heeft er wel mee te maken en moet geld lenen.” En Aron? „Het raakt me niet heel hard, omdat ik voor het studeren wel redelijk had gespaard, nu nog genoeg bijverdien, en voor de toekomst goede vooruitzichten op de arbeidsmarkt heb.” Maar hij juicht het leenstelsel zeker niet toe: „De grootste klap komt denk ik ook pas na de studie, zodra de starters veel moeilijker aan een hypotheek kunnen komen, en 2%-4% minder overhouden per maand. Daarnaast vind ik de maatregel ook lastig te rijmen met het feit dat we meer naar een kenniseconomie toe willen werken. Ook een ‘maar kleine’ daling van het aantal studenten is dan niet acceptabel.”

Tips voor toekomstige studenten

Dat het studeren zo duur is heeft beide jongens er niet van kunnen weerhouden om een studie te beginnen. „Het is handig om een buffer te hebben, en je moet niet alles over de balk gooien”, adviseert Job. Aron is het daarmee eens, maar hij heeft ook nog een andere tip voor zijn collega-studenten: „Het helpt ook om te bezuinigen op terugkerende kosten. Als je je sportschoolabonnement op kunt zeggen door iedere ochtend naar het station te fietsen bespaar je veel meer dan wanneer je één keer afziet van een iets duurdere telefoon, bijvoorbeeld.”