Kinderdijk klaar voor de toekomst?

In de regio West-Nederland
13

De entreezone is al stevig aangepakt en sinds kort zijn ook de (toilet-)voor-zieningen op orde. Op 7 september wordt het nieuwe bezoekerscentrum geopend. Het Werelderfgoed Kinderdijk is klaar voor de toekomst. Resteert de vraag hoe de gemeente de toenemende toeristenstroom in goede banen wil leiden en de overlast voor omwonenden wil beperken...

Algemeen directeur Cees van der Vlist (62) benadrukt het belang van ”Kinderdijk” voor de streek. „De regio heeft uitgesproken dat recreatie en toerisme dit gebied een belangrijke impuls moeten geven. Mensen krijgen meer vrije tijd en gaan vaker op vakantie, ouderen stappen meer op de fiets, daar wil de regio van profiteren. En terecht, want het is hier schitterend. Het landschap met zijn polders, sloten en riviertjes, de dorpjes met hun lintbebouwing, Gorinchem, glasstad Leerdam, zilverstad Schoonhoven –al ligt dat net buiten de Alblasserwaard– en wat verder weg Dordrecht en de Biesbosch, man, hier is zoveel te zien en te doen! En Kinderdijk geldt als de toegangspoort tot het gebied, als start- en eindpunt van een heerlijk dagje uit of een meerdaags bezoek.”

Van der Vlist is zo mogelijk nog lyrischer over Kinderdijk zelf. „We zijn sinds 1997 Unesco Werelderfgoed, vanwege onze „outstanding universal values”. Dat betekent dat we van bijzondere waarde voor de wereld zijn. De negentien molens vormen een iconisch beeld dat je nergens anders aantreft. Toch is Kinderdijk meer dan molens alleen. Hier zijn zeven eeuwen watermanagement te zien. Dat begon toen ergens in de 15e eeuw de lage boezem met de hand werd gegraven, omdat de veenriviertjes het water niet aankonden en de mensen verderop in Groot-Ammers en Goudriaan droge voeten wilden houden.”

De Nieuwpoorter is een jaar of zeven directeur van de SWEK en sindsdien is het aantal betalende bezoekers fors gestegen. „Toen ik hier begon, kwamen er naar schatting zo’n 500.000 mensen in het gebied. Van hen kochten er ongeveer 100.000 een kaartje. Afgelopen jaar waren er 308.000 betalende bezoekers. Het totaalaantal mensen dat nu jaarlijks in het gebied komt, wordt geschat op zo’n 650.000. Ons beleid is er niet op gericht meer bezoekers te trekken, wel om de mensen die toch al in het gebied zijn –en dan met name de buitenlanders– een kaartje te laten kopen. We willen ze ons verhaal vertellen. Bovendien leveren ze zo een bijdrage aan de instandhouding van dit unieke gebied.”

En dat lukt aardig, want het aantal betalende bezoekers stijgt gestaag. In een recent artikel op de website van het SWEK constateert Van der Vlist dat de ”plasbus”, een bus vol toeristen die een bliksembezoek van een half uur brengen voor de obligate foto’s en een sanitaire stop– bijna de geschiedenisboeken in kan. „We hebben meer te bieden dan vroeger en het aantal arrangementen stijgt.”

Nette toiletten

Het is een enorme klus die toeristenstroom in goede banen te leiden. De entreezone van Werelderfgoed Kinderdijk zorgt ervoor dat groepen en individuele bezoekers worden gesplitst. „Die zone werd eind maart in gebruik genomen en ze zorgt voor een betere logistiek in het gebied.”

Om gasten „op een waardige manier te ontvangen” zijn er nette toiletten gerealiseerd. „De afgelopen vijf, zes jaar waren die ondergebracht in een gedoogde container. Op 7 september wordt ons nieuwe bezoekerscentrum geopend door een lid van het Koninklijk Huis. Volgend jaar wordt de derde museummolen opengesteld voor het publiek. Dan zijn we klaar voor de toekomst.”

Waar de logistiek ín het gebied inmiddels op orde lijkt, zorgt de toestroom van belangstellenden buíten de werelderfgoedzone nog altijd voor forse problemen. Bussen en auto’s wurmen zich door de Molenstraat, in de smalle straatjes van het dorp is het een opgave om een parkeerplaats te vinden en verderop langs de Lekdijk staan groepen Amerikanen en Italianen –net aangevoerd door grote cruiseschepen– achter hun gidsen te wachten tot ze veilig kunnen oversteken.

Met name het parkeren is een probleem, regelmatig trekken inwoners van Kinderdijk aan de bel vanwege de overlast die ze ondervinden. November vorig jaar voerden ook de molenbewoners in het gebied actie, omdat de toenemende stroom toeristen hun privacy steeds meer zou aantasten.

Problemen

De gemeenten Alblasserdam en Molenlanden –waar Kinderdijk deel van uitmaakt– erkennen de problemen. Eind maart lieten de wethouders Arjan Kraijo en Arco Bikker weten dat de grootste overlast moet worden opgelost voor er verder gesproken wordt over het ”gebiedsperspectief Kinderdijk”, een plan voor het dorp en de omgeving in 2030.

De wethouders willen de acute problemen aanpakken met borden en een tekstkar, die automobilisten verwijzen naar extra parkeerterreinen in het Alblasserdamse havengebied en rond de Vliestraat in Nieuw-Lekkerland. „Om de afstand naar het molengebied te overbruggen, wordt een gratis shuttledienst ingezet, met busjes die vier keer per uur rijden.”

Camperparkeerplaats

Kraijo en Bikker stellen dat er de afgelopen jaren al meerdere stappen zijn gezet om de overlast tegen te gaan. „Zoals de in- en uitstapzone voor bussen, de camperparkeerplaats in Alblasserdam en de beschikbaarheid van de parkeerplaats bij scheepswerf IHC in het weekend. Maar daarmee zijn niet alle problemen opgelost”, erkennen de wethouders, die hopen dat de nieuwe maatregelen „snel extra lucht geven.”

De komende tijd wordt nagedacht over een pakket maatregelen voor de toekomst. Bewoners en andere belanghebbenden mogen daarover meepraten.

Volgens Piet de Gruijter, SGP-raadslid in Molenlanden, bestaat er een breed draagvlak om de overlast aan te pakken. „We worden geconfronteerd met een groeiende toeristenstroom, terwijl het gebied niet veranderd is. Het is een uitdaging om al die mensen er op een goede manier door te leiden. Veel toeristen bezoeken Kinderdijk met cruiseschepen, die direct het molengebied in gaan. Maar er komen ook nog veel bezoekers met bussen, campers en auto’s. Zeker op zaterdagen en piekdagen zorgt dat ondanks alle maatregelen voor verkeersdrukte, parkeerproblemen en overlast.”

Zondagsrust

De Gruijter erkent het economisch belang van het toerisme. „Het geeft de regio een impuls; het geld is nodig voor de infrastructuur en voor het onderhoud van de molens. Maar er is een goede balans nodig tussen toerisme, leefbaarheid en zondagsrust. Dat evenwicht dreigt verstoord te worden.”

Eerder vroeg de SGP al aandacht voor deze zaak en dat blijft de fractie ook in de nieuwe gemeente Molenlanden doen, belooft De Gruijter. „Als het aan ons ligt, gaat er een kruis door de mogelijkheid om op zondagen te boeken. Daarnaast moet de vraag centraal staan wat het gebied aankan. Stel dat je voor het in stand houden van de molens, de infrastructuur, het bezoekerscentrum en educatieactiviteiten 300.000 bezoekers nodig hebt, waarom zou je dan naar 700.000 streven? Beperk je tot wat nodig is voor een normale exploitatie. We hebben wat in gang gezet, maar het is bijna niet meer te stoppen. Laten we zoeken naar de juiste balans”, bepleit De Gruijter.

De SGP’er hoopt dat de aangekondigde maatregelen zoden aan de dijk zetten. Daarnaast schroomt hij er niet voor om de overlast op andere manieren aan te pakken. „Het wordt hoog tijd dat we handelend optreden. Misschien is het een idee om parkeervergunningen en een wegsleepregeling in te voeren. Dat is een forse maatregel, maar als we daar verstandig mee omgaan, is die wel effectief.”

Cees van der Vlist erkent dat er sprake is van overlast. „In het gebied zelf valt het allemaal mee. Die drones zijn irritant, maar wandelaars en fietsers blijven als het goed is op voldoende afstand van de molens. Als straks de derde bezoekmolen in gebruik wordt genomen, proberen we dat zo te regelen dat de hinder minimaal is. De grootste overlast ondervinden de inwoners van Kinderdijk.”

Tegen campers en bussen zijn eerder maatregelen genomen, stelt Van der Vlist. „Nu gaan die pendelbusjes rijden, kijken wat we daarvan leren. Later volgt een definitieve aanpak. Het openbaar vervoer verbetert, er is een waterbusverbinding, ik hoop echt dat over twee jaar de parkeerproblemen in Kinderdijk zijn opgelost.”

Van der Vlist wijst erop dat veel fietsers en wandelaars gebruik maken van de openbare weg en dus niet te gast zijn bij het SWEK. „Werknemers van bedrijven hier in de buurt maken tijdens hun lunchwandeling graag een rondje langs de molens. Het gaat algauw om een paar honderd mensen per dag. Met zo’n 250 dagen per jaar leidt dat alleen al tot 50.000 ‘bezoekers’. Het zorgt niet voor overlast, maar het grote aantal mensen bij je ramen draagt wel bij aan het gevoel dat het druk is.”

Geen reclame

Door de nieuwe voorzieningen is het Werelderfgoed Kinderdijk straks in staat circa 600.000 betalende bezoekers te ontvangen. „Van ons hoeft het zeker niet drukker te worden dan het nu is. We maken ook geen reclame. We willen alleen de mensen die er toch al zijn, goed ontvangen.”

Van der Vlist is het met De Gruijter eens dat er een maximaal aantal bezoekers is dat het gebied aan kan. „Er zijn dagen bij dat we die grens bereiken. Wij stoppen dan met de verkoop van kaarten. Zo hebben we op 7 september de reserveringen vanwege het koninklijk bezoek geblokkeerd. We kunnen dit soort dingen steeds beter sturen. Samen met de gemeenten hopen we zo de overlast terug te dringen.”