Hendrick Hamel beroemd in Korea

In regio West-Nederland
6

Het verhaal van Gorkummer Hendrick Hamel blijft de aandacht trekken. Zeker in Korea. „Daar is hij een beroemdheid. Hij staat er bekend als de ontdekker van het land.”

Sinds enkele jaren heeft Gorinchem zijn eigen Hendrick Hamelmuseum aan de Kortendijk. „Wij zijn maar klein. In Korea zijn drie grote Hamelmusea, die jaarlijks twee miljoen bezoekers ontvangen,” vertelt conservator Valentine Wikaart. Voor Koreanen geldt Hamel dan ook als de ontdekker van hun land. „Dat is wat overdreven, maar hij was wél de eerste westerling die het dagelijks leven in Korea beschreef.”

Hamel werd in 1630 geboren in Gorinchem waar zijn vader werkte als vestingbouwer. In 1650 trad hij in dienst van de VOC als busschieter. In 1653 stapte hij in Batavia aan boord van de Sperwer. Hij was toen opgeklommen tot boekhouder. Eindbestemming was de Nederlandse handelspost Deshima in Japan. Onderweg bracht het schip een nieuwe gouverneur naar Formosa, het huidige Taiwan.

Het schip kwam nooit aan in Deshima. De Sperwer kwam in een storm terecht en strandde op de kust van Korea. Bij het eiland Jeju leed het schipbreuk: 36 van de 64 opvarenden overleefden de ramp. De bemanning dacht dat het eiland onbewoond was, maar het bleek een legerbasis te zijn. Soldaten namen de zeelui gevangen en brachten hen naar de gouverneur. Wikaart: „Destijds waren de ‘mores’ in Korea: niemand komt het land in en als dat al lukt, kom je er niet levend uit.”

De gouverneur wist met de situatie geen raad en vroeg de koning om advies. „Die stuurde Jan Jansz Weltevree om met de schipbreukelingen te praten. Weltevree kwam uit de Rijp en was eerder in Korea terecht gekomen. Hij adviseerde de koning de Nederlanders in zijn lijfwacht op te nemen.”

In de jaren die volgden, werden Hamel en zijn metgezellen door het hele land gestuurd. „In 1666 ontsnapte hij met zeven anderen. Terug in Deshima schreef hij voor de VOC een verslag over de ondergang van de Sperwer en zijn lading. Ook gaf hij een uitgebreide beschrijving van het dagelijks leven in Korea. In 1669 keerde hij terug naar Nederland. Daar bleek zijn ‘journael’ een bestseller.”

Terwijl Hendrick Hamel in Korea een beroemdheid werd, raakten zijn belevenissen in ons land in de vergetelheid. „Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw een Koreaanse professor in Gorinchem opdook met de vraag wat hier voor informatie over Hamel beschikbaar was. Nou, eigenlijk niets. Niemand kende hem.”

Van lieverlee ontstond in Gorinchem het besef dat het verhaal van Hamel heel bijzonder was. „Omdat de Kortendijk, waar hij destijds woonde, hard aan een opknapbeurt toe was, ontstond het idee om op de plek van zijn geboortehuis een museum te vestigen.” In de zomer van 2015 opende de Koreaanse ambassadeur uiteindelijk het ”Hamelhuis”.

Daar klinkt nu het verhaal van Hendrick in drie grote ruimtes. „In de pronkkamer vertellen we over de familie Hamel en de Kortendijk. Alles in die kamer is afkomstig uit de 17e eeuw. In de VOC-ruimte gaat het over de reis van de Sperwer. Wat opvalt, is dat de VOC alles strikt regelde. Predikanten die meevoeren, kregen voor elke gebeurtenis en elk weertype een standaardgebed mee. Ook werd van tevoren precies bepaald wat er gegeten werd. Daarbij werd een gemiddeld aantal doden ingecalculeerd. Weinig sterfgevallen betekende honger lijden.

In de Koreazaal staat de schipbreuk centraal. De diorama’s komen uit Korea, zodat we zeker weten dat de details kloppen. Er staat ook een diorama van de ontvangst van de schipbreukelingen door de koning. Die gebeurtenis wordt nog altijd nagespeeld in Korea.”

Daarnaast heeft het museum regelmatig tentoonstellingen van Koreaanse topkunstenaars die het een eer vinden in het Hamelhuis te exposeren. „Nu hebben we een expositie van naaldkunstenares Jung Sook Lee. Als Korea nog een koning had, zou zij zijn kleding mogen borduren. Hiervoor hing de collectie in het Louvre.”

Marginaal bestaan

Ondanks al die Koreaanse aandacht leidt het museum een marginaal bestaan. Het trekt 1500 bezoekers per jaar, van wie een groot aantal Koreaans is. „Iets meer overheidssteun kunnen we goed gebruiken. Gorinchem heeft inmiddels zustersteden in Korea en binnenkort gaat er een Nederlandse handelsmissie naar het Aziatische land. Wij zouden graag van die ontwikkelingen profiteren, zodat we de continuïteit van het museum kunnen waarborgen.”