Fikkie stoken

MAN! Voor Midden-Nederland
3

Mannen hebben iets met vuur. De warmte, de vlammen, de vonken of de geur: iets in vuur trekt hen aan. Een kampvuur, open haard of houtkachel: mannen houden ervan. Hoe zit dat? En hoe stook je het perfecte vuurtje?

Een veelgelezen verklaring is de volgende: wanneer mannen met vuur in aanraking komen, komt hun ”oerinstinct” naar boven. In het tijdperk van de jagers en verzamelaars moesten de mannen door weer en wind op jacht om voor voedsel te zorgen. Ze waren maar wat blij dat ze een vuurtje konden stoken om zich bij te warmen. Hoewel de meeste mannen van tegenwoordig de cv aanzetten als ze het koud hebben, zijn ze nog steeds verzot op vuur. Dat blijkt wel uit de populariteit van de open haard en de houtkachel.

Brandstof

Voordat een man genoeglijk bij een knapperend haardvuurtje kan zitten, moet er wel het een en ander gebeuren. Vuur ontstaat namelijk pas als een brandbare stof een oxidatiereactie ondergaat bij een hoge temperatuur. Hierbij komen gassen vrij, die zelf ook warmte opwekken en oxideren. Hierdoor houdt het proces zichzelf in stand.

Om vuur te maken zijn er drie elementen nodig: brandstof, zuurstof en een hoge ontbrandingstemperatuur. Voor een vuur in de houtkachel of de open haard is de kwaliteit van de brandstof cruciaal. Geverfd of geïmpregneerd hout is bijvoorbeeld niet geschikt. Wanneer dat verbrandt, komen namelijk potentieel gevaarlijke, zware metalen vrij. Verder is spaanplaat geen goede keus, omdat er lijmresten in zitten. Ook (kranten)papier en karton zijn ongeschikt als brandstof.

Het is belangrijk dat het gebruikte hout droog is. Vochtig hout brandt slecht en levert veel rook en fijnstof op. Daarnaast is het goed om haardhout met een FSC- of PEFC-keurmerk te gebruiken. Hieraan is te zien dat het hout uit een verantwoord beheerd bos komt.

Tips en tricks

Een vuur dat slecht gestookt wordt, kan leiden tot een zwak vuurtje, luchtvervuiling en stankoverlast.

Wanneer een man de kachel of de open haard aan wil steken moet hij op de volgende punten letten:

  • Begin klein met het aanmaken van het vuur. Gebruik aanmaakhoutjes van 25 tot 30 centimeter. Leg ze in een cirkel met een diameter van 2 tot 5 cm in de kachel en steek ze aan.
  • Voeg haardhout toe wanneer het aanmaakhout is gaan gloeien. Open de kacheldeur langzaam, zodat de luchtdruk in de kachel gelijk wordt aan die in de woonruimte. Op deze manier wordt rookvorming voorkomen. Leg een paar houtblokken op het gloeiende aanmaakhout en doe de deur weer dicht. Voeg pas nieuwe blokken toe als het hout in de kachel gloeit.
  • Ventileer de ruimte goed door het ventilatierooster van de kachel helemaal open te zetten of een raampje in de woonkamer te openen voor frisse lucht.
  • Stook niet of weinig met windstil of mistig weer. De kans is dan namelijk groot dat rook blijft hangen.
  • Kies voor een kachel met een hoog rendement. Een pelletkachel is doorgaans efficiënter en schoner dan andere open haarden en kachels.
  • Let bij het kopen van een houtkachel op het rendementslabel. Hieraan is het maximumvermogen, het rendement en de koolmonoxide-uitstoot van de kachel af te lezen.
  • Koop niet een te grote kachel. Het is verstandig om voor de aanschaf te berekenen wat er aan vermogen nodig is om de ruimte te verwarmen.
  • Stook niet teveel. Onnodig veel gebruik van de houtkachel zorgt voor slijtage en is niet goed voor het rookkanaal.
  • Controleer de kwaliteitslabels van de kachel. Een nieuwe houtkachel hoort een CE-markering te hebben, een kwaliteitskeurmerk dat garant staat voor een hoge veiligheid en een minimaal rendement.

Volg deze tips op en het stoken kan beginnen!