„BOL of BBL? Ik weet het wel”

School en beroep
10

„Ik ga na het examen in de kraamzorg werken.” „Ik in de ouderenzorg.” „Ik word elektricien.” Via welke route ze die droom willen bereiken, BOL of BBL? „BBL”, klinkt het in koor.

Een paar maanden voor het eindexamen denken drie kaderleerlingen van het Van Lodenstein College in Hoevelaken na over hun toekomst. Het zijn Wilma van Raamsdonk (17) uit Scherpenzeel, Hanneke van den Broek (16) uit Lunteren en Jelle van de Schreur (15) uit Opheusden. De twee meiden volgen het profiel Zorg & welzijn, Jelle doet PIE: Produceren, installeren en energie. Hun decaan, Bert-Jan Bon, luistert mee, maar houdt zich bewust een beetje stil. „Ik wil een leerling zelf laten ontdekken welke functies en opleidingen bij hem passen. Hij moet niet thuiskomen met de boodschap: ‘De decaan heeft gezegd dat ik ... moest doen’. Dat werkt niet.”

Wilma, Hanneke en Jelle konden de afgelopen jaren voor hun loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) in de eerste plaats bij hun mentor terecht; die heeft met hen beroepskeuze- en competentietests gedaan en naar aanleiding van hun stages reflectiegesprekken gevoerd. Bon: „Vroeger deden we dat als decanen veelal zelf. Dat was op een gegeven moment echter niet meer te behappen. Daar komt bij dat een mentor dichter bij de leerlingen staat dan een decaan en hen vaak veel beter kent. Tegenwoordig krijg ik als decaan alleen nog jongeren op bezoek die na alle stages, tests, gesprekken en voorlichtingsrondes nog steeds geen idee hebben wat ze willen of kunnen én jongeren die een vraag hebben, waarop hun mentor het antwoord niet weet.”

Wilma, Hanneke en Jelle hebben Bon niet echt nodig gehad. Ze wisten alle drie al vrij snel wat ze wilden. Wilma wil in de kraamzorg gaan werken en probeert een BBL-opleiding op dat gebied te vinden. Waarom BBL en geen BOL? „Als je een BOL-opleiding volgt, moet je de hele tijd naar school en heb je maar af en toe een stage. Dat lijkt me niks. Ik ga liever vier dagen per week aan de slag en maar één dag naar school.”

Hanneke wil in de ouderenzorg gaan werken. Ze heeft al eens stage gelopen in een verzorgingshuis en dat beviel goed. „Ik houd van het contact met mensen en het verzorgen van hen.” Ook zij gaat voor een BBL-route. Hanneke: „Ik leer het liefst in de praktijk.”

Via een oom die elektromonteur is, kwam Jelle met dat beroep in aanraking. Ook hij wil later elektricien worden. Hij loopt stage bij een elektrobedrijf in Ochten en dat bevalt prima. Na het examen gaat hij dan ook een opleiding in de elektro volgen. BOL? „Nee, BBL. Ik werk graag met m’n handen.” Bon kijkt ietwat bedenkelijk. „Je weet dat je met een BOL-opleiding, niveau 3 of 4, hoger en breder wordt opgeleid en dus ook meer mogelijkheden hebt?” Jelle knikt. „Ik weet het. Mijn mentor heeft het gezegd, maar ik wil echt elektromonteur worden en meteen in de praktijk aan de slag gaan.”