Boerderijen boven water gebracht

In de regio Zuidwest-Nederland
6

André Flikweert ontrukt een stukje boerengeschiedenis van Duiveland aan de vergetelheid. In zijn boek ”Van Spaanse Zee en Keulse Putten” brengt hij zo’n honderd boerderijen die in 1953 onder water verdwenen, weer aan het oppervlakte.

De door het water verzwolgen boerderijen waren indrukwekkende blikvangers in het landschap. Ze behoorden toe aan rijke boeren. Een vijftien jaar durende speurtocht leverde Flikweert een schat aan informatie op, en ruim vierhonderd foto’s die in zijn boek zijn afgedrukt.

De polder De Vier Bannen van Duiveland in het oostelijk deel van Schouwen-Duiveland was ooit een bloeiend agrarisch gebied. Er boerden vooral akkerbouwers. De dorpen Ouwerkerk en Nieuwerkerk waren rijk aan statige, soms eeuwenoude boerderijen. André Flikweert, een in Nieuwerkerk geboren boerenzoon, was altijd al geboeid door dit bijzondere agrarische verleden van zijn geboortestreek. Dat de meeste boerderijen van welgestelde akkerbouwers tijdens de watersnood door het water werden verzwolgen, versterkte zijn fascinatie alleen maar.

Flikweert besloot een boek te schrijven over de hoeven en hun bewoners. De rijkelijk met unieke historische foto’s geïllustreerde uitgave is begin deze maand gepresenteerd in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.

Slachtoffers

„In Ouwerkerk en Nieuwerkerk vielen bij de ramp heel veel slachtoffers”, vertelt Flikweert. „Met 91 doden in Ouwerkerk en 288 in het grotere Nieuwerkerk was dit het zwaarst getroffen gebied van Nederland. Twee grote gaten in de zeewering, aan de noord- en zuidkant van de polder, veroorzaakten een stroming die zo sterk was dat complete boerderijen in Duiveland van de aardbodem verdwenen. Het water had volkomen vrij spel op het ondergelopen land. Er was dus naast het menselijk leed ook enorme materiële schade, want het laatste in de dijk geslagen gat werd pas negen maanden na de ramp met veel moeite gedicht. In al die tijd bleven er huizen instorten.”

De meeste boerderijen gingen verloren rond Ouwerkerk en het noordelijker gelegen Nieuwerkerk. Aan weerszijden van Ouwerkerk hadden zich diepe geulen gevormd door de overstroming.

Imposante boerenschuren

Flikweert beschrijft in zijn boek de bewoners en hun boerderijen die vóór de ramp op het eiland stonden. „Een deel was al afgebroken toen de ramp zich voltrok, maar de meeste van de circa honderd boerderijen in mijn boek gingen tijdens en na de ramp ten onder. Slechts enkele hebben de ramp overleefd.”

Volgens de auteur waren de jaren twintig van de vorige eeuw gouden jaren voor de boeren van Ouwerkerk en Nieuwerkerk. Ze waren de rijkste boeren van Schouwen-Duiveland. Op hun oude land, dat al in de twaalfde eeuw op het water was veroverd, verrezen imposante boerenschuren met monumentale woonhuizen.

Fotografie

Flikweert wijst naar een foto in zijn boek: „Kijk, deze enorme woning was van een boerenechtpaar zonder kinderen. Er kon flink wat personeel in wonen voor het bestieren van het huishouden. Ik heb ook foto’s van boerenfamilies gevonden uit 1870. De fotografie was toen net uitgevonden en er waren nog niet veel mensen die het zich konden veroorloven zich te laten fotograferen.”

Flikweert vertelt verder. „De sociale verschillen waren in Ouwerkerk groter dan in Nieuwerkerk. In Ouwerkerk kreeg de SDAP -voorloper van de PvdA- al vroeg in de 20e eeuw een flinke aanhang. In Nieuwerkerk stemden de kleine boeren op de SGP en de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). De rijkste boeren daar stemden liberaal, een enkeling op de Christelijke Historische Unie (CHU). Als de landbouwvereniging vergaderde, zaten de kleine boeren aan de ene en de herenboeren aan de andere kant van het gangpad.”

De boeren verging het zo goed dankzij de prima kwaliteit van de grond. Maar ook dankzij hun „gezonde ondernemingsgeest, de wil om iets tot stand te brengen”, weet Flikweert.

Samenwerking

De boeren van Nieuwerkerk zagen bovendien in dat samenwerking belangrijk was. „Zij stonden aan de wieg van boerencoöperatie Cebeco, de voorloper van CZAV. De leidende figuren beseften dat het gezamenlijk inkopen en afzetten van producten voordeel kon opleveren.”

Flikweerts vader was zestien toen de polder De Vier Bannen van Duiveland in 1953 overstroomde. Zijn opa en oma hadden er een relatief klein boerenbedrijf met twaalf hectare land. De grotere boerenbedrijven besloegen zo’n veertig hectare.

„Monumentenzorg op papier”

Voor zijn boek ging Flikweert bij veel oude boeren langs. Die werkten er graag aan mee. „De meeste boerderijen hier worden generatie na generatie door dezelfde families bewoond. Ze zijn ermee vergroeid en wisten veel van het thema af.”

De auteur merkte dat er al vóór de publicatie veel belangstelling voor zijn boek was. „Elke familie heeft door de watersnood wel familieleden verloren. In beide dorpen is een zesde deel van de bevolking omgekomen. Het viel mij op dat mensen naar het boek uitkeken.”

Honderdzestig exemplaren werden bij voorintekening besteld. Flikweert: „Je zou deze uitgave kunnen zien als een stukje monumentenzorg op papier. De verdwenen boerenhoeven blijven op deze manier toch bewaard voor het nageslacht.”

”Van Spaanse Zee en Keulse Putten” telt 424 pagina’s en is voor 34,95 euro te koop bij boekhandel De Kanselier in Nieuwerkerk en de reguliere boekhandel. Meer informatie is te verkrijgen door een mail te sturen naar: asflikweert@zeelandnet.nl.