Promovendus Huijzer: Meer aandacht nodig voor ambt in zorginstellingen

Richart Huijzer beeld RD

Geestelijk verzorgers in zorginstellingen zijn professionals. Daardoor is er vaak minder aandacht voor hun ambt als predikant. Dat is te begrijpen, maar wel jammer: het ambt biedt juist een krachtbron voor troost, hoop en persoonlijke aandacht voor de mens. Als geestelijk verzorgers zich ontwikkelen tot algemene zingevingsspecialisten is het beroep ten dode opgeschreven, stelt promovendus Richart Huijzer.

Huijzer (1956) betoogt dit in zijn proefschrift ”De binnenkant van het ambt” (uitg. Eburon, Delft), waarop hij donderdag aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Groningen promoveerde.

Huijzer vindt dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) tot op heden nog geen samenhangende visie heeft ontwikkeld op de geestelijke verzorging in de zorg. Huijzer: „Er zou meer nagedacht moeten worden over de vraag wat het betekent dat geestelijk verzorgers zonder ambtelijke binding in zorginstellingen worden aangesteld. Het ambt is voor predikanten in zorginstellingen een individuele zaak geworden, waarbij de ambtelijke binding facultatief is geworden. Het werk in een zorginstelling kan echter niet zonder een stevige levensbeschouwelijke verworteling.”

Huijzer werkt als geestelijk verzorger en waarnemend hoofd van de dienst geestelijke verzorging en pastoraat van het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen. Hij doet dat namens de protestantse gemeente in die stad. Huijzer is onder meer lid van de werkgroep pastoraat en gezondheidszorg van de Protestantse Kerk en lid van het centraal interkerkelijk contact in overheidszaken gezondheidszorg namens dit kerkverband.

Niet vanzelfsprekend

Als er één onderwerp is dat in de beroepsgroep van de ruim 45-jarige geschiedenis van de Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen (VGVZ) discussies en emoties oproept, dan is dat wel het ambt, zo constateert Huijzer. Voor veel leden van de beroepsgroep is het ambt geen vanzelfsprekendheid meer. Velen zien hun werk vooral als het uitoefenen van een professionele functie.

Huijzer spitst zijn onderzoek op een specifieke groep binnen de VGVZ, namelijk predikanten binnen de Protestantse Kerk die als geestelijk verzorgers werkzaam zijn in een Nederlandse zorginstelling. Dat is een grote groep: ongeveer 400 predikanten. Ze werken bijvoorbeeld in een ziekenhuis, een instelling voor verstandelijke gehandicapten, een psychiatrische instelling of een verpleeg- en verzorgingstehuis.

”Confessional”

Huijzer: „Ik begrijp de tendens naar meer professionalisering, en die moet er ook zijn. Ook de geestelijk verzorger is een professional onder de professionals. Maar naast professional is hij ook ”confessional”. Hij heeft het vertrouwen van de gemeenschap waaruit hij komt en die hem de legitimatie geeft. Het ambt is verder ook vooral een krachtbron die de geestelijk verzorger in verbinding brengt met de existentiële vragen van mensen, met dat wat voor mensen heilig is.”

Wat kan dat heilige zijn?

„Voor de een is dat God of iets wat de mens overstijgt, voor de ander kan dat bij wijze van spreken zijn postduif zijn. Het gaat om zaken die de mens existentieel raken. De geestelijk verzorger is iemand die vanuit het perspectief van zowel zijn professionaliteit als zijn confessionaliteit ingaat op deze vragen. Het is in het belang van zowel de patiënt als de zorginstellingen dat er voor deze vragen ruimte is, ook dat artsen en verpleegkundigen hiervoor gevoeliger worden. Ik zou in ieder geval willen dat er met minder schroom over deze dimensie van zorg gesproken wordt.”

Tijd voor debat

Volgens Huijzer behoort het ambt niet tot de professionaliteit. Professionaliteit behoort tot het „wat” (wat je bijvoorbeeld allemaal moet „kunnen”), het ambt behoort tot het „wie” (wie je bent en waar je voor staat), zo zet hij uiteen in een dialoog met de Franse filosoof Paul Ricoeur.

Huijzer constateerde tot zijn verrassing dat predikanten-geestelijk verzorgers wel degelijk belang hechten aan het ambt. Het is voor hen zelfs een krachtbron. „Het is weliswaar een jas die soms knelt, maar die men toch telkens weer aandoet.”

Het is volgens hem daarom tijd dat de Protestantse Kerk in Nederland het inhoudelijk debat faciliteert, de waarde van de christelijke traditie in de zorg inhoudelijk doordenkt en kijkt welke plaats het ambt daarbinnen kan innemen.

Huijzer: „De Protestantse Kerk zou bij de kerkordewijziging van 1 januari 2018 kunnen overgaan tot een aanstelling van een classispredikant voor de landelijke regio van de geestelijke verzorging. Het zou mooi zijn als geestelijk verzorgers in de dienstenorganisatie een professioneel aanspreekpunt zouden hebben. Dat is wel het geval in de krijgsmacht of bij justitie, maar in de zorg ligt het allemaal te zeer verbrokkeld. Dat is jammer, want de kerk biedt in haar traditie een rijke inspiratiebron van troost, hoop en spiritualiteit, die ondergesneeuwd dreigt te raken.”