Priester Michiel Peeters streeft naar opvoeding vanuit het hart

Michiel Peeters. Foto SJaak Verboom SJaak Verboom
2

Hij leest regelmatig het RD, overweegt op Van der Staaij te stemmen en laat tijdens zijn ”Avonden aan de Aa” Bart Jan Spruyt spreken over de hervormde ds. Doornenbal. Toch is priester Michiel Peeters rooms-katholiek in hart en nieren.

In het seminarie in Den Bosch vertelt Peeters (36) –die behalve theologie en filosofie ook Russisch en rechten studeerde, en die deze maand aan een nieuwe baan als studentenpastor in Tilburg begint– hoe hij betrokken raakte bij de rooms-katholieke leken­beweging Gemeenschap en Bevrijding, en hoe hij de idealen van die beweging in Nederland probeert uit te dragen. Hij belegt culturele avonden, geeft les op een middelbare school, begeleidt jongerengroepen en vertaalde recent twee boeken die hij in handen van alle opvoeders wenst. „Als het geloof niet wordt ontdekt in de ervaring, zal het nooit stand kunnen houden in een wereld waarin alles het tegenovergestelde beweert.”

Het gezin waarin hij opgroeide, was overtuigd rooms-katholiek. Maar op de middelbare school werd Peeters, net als veel leeftijdsgenoten, sceptisch. „Ik heb het geloof altijd verdedigd, maar ik had ook het idee dat het mij nodig had om zich te verdedigen. Pas later kwam ik erachter dat ik Christus nodig heb, Die als geen ander in staat is mijn leven te veranderen.”

Peeters was verloofd en werkte op het ministerie van Buitenlandse Zaken toen hij roeping tot het priesterschap voelde. „Ik ben niet zweverig, kan ik wel zeggen, en ik had er ook geen zin in, maar het was heel sterk. Het heeft een tijdje geduurd voor ik het serieus nam, maar toen bevestigde elke stap die ik zette de aanvankelijke intuïtie. Ik ging dus in Rome de priesteropleiding doen, en daarna heb ik vijf jaar als priester in Rusland gewerkt – tot ik vorig jaar terugkwam in Nederland.”

U voelt zich sterk aangesproken door het werk van Luigi Giussani, de grondlegger van Gemeenschap en Bevrijding.

„Giussani noemde zichzelf opvoeder, geen theoloog. Hij ziet opvoeding niet als regels aanleren, maar als een ”binnenleiden in de werkelijkheid als geheel”, waarbij ook de betekenis ervan is inbegrepen. Opvoeding moet een jongere laten ontdekken dat er iets in hem zit waarmee hij alles kan beoordelen – de Bijbel noemt dat ons ”hart”. We moeten alles ‘vergelijken’ met ons hart, ook wat door de christelijke traditie tot ons komt. Christus komt als antwoord op ons mens-zijn, maar dan moet ik mijn mens-zijn wel voelen, want zoals de protestantse theoloog Niebuhr opmerkt, niets is ongeloofwaardiger dan het antwoord op een niet-gestelde vraag.”

Dan gaat u uit van een menselijk vermogen om de waarheid te herkennen. Is dat vermogen wel betrouwbaar?

„Ons vermogen om de waarheid te herkennen, is door de erfzonde minder aangetast dan ons vermogen om het goede te doen. Ik weet dat veel protestanten dat anders zien, maar het lijkt me te stroken met de ervaring. En laten we niet vergeten dat de eerste vraag van Christus Zelf aan de eerste discipelen was: Wat zoeken jullie?”

Moet je je eigen subjectieve inzicht als norm nemen om te bepalen of iets waarheid is?

„Mijn hart, het orgaan om de waarheid te herkennen, maak ik niet zelf, dat tref ik in mezelf aan, het is mij gegeven. Ik moet het wel zelf gebruiken, ik moet zelf het christelijke voorstel beoordelen, anders raak ik nooit overtuigd. Maar dan wel het voorstel zoals dat aangereikt wordt door Christus in de Kerk, niet zoals ik dat zelf uitleg.”

Daar zit een verschil met de reformatorische traditie.

„De reformatorische traditie schiet hier door naar twee kanten: enerzijds stelt ze, al te extreem, dat de mens niet in staat is iets goeds te kiezen; anderzijds zou hij wel in staat zijn de Schrift en openbaring zelf met zekerheid 
uit te leggen. Maar katholieken 
en protestanten hebben allebei hun eigen valkuilen. Katholieken lopen eerder het risico van een zekere luiheid en conformisme: we hebben Christus, en dus zijn we er. Jawel, maar we moeten nog helemaal gaan ontdekken wat Christus is, door Hem te ‘vergelijken’ met en Zich te laten ‘bewijzen’ in alle omstandigheden van het leven. Dat is christelijke cultuur.”

Ziet u ook overeenkomsten tussen protestanten en rooms-katholieken?

„De gedeelde gehechtheid aan Jezus Christus maakt ons meer broeders en zusters dan de nauwste bloedbanden. Verder lijken in Nederland protestanten veel meer aan cultuur te doen dan katholieken, bijvoorbeeld via hun eigen scholen, eigen bladen, eigen partijen.”

Tijdens de culturele Avonden aan de Aa die u organiseert, laat u dus rustig óók protestantse sprekers optreden.

„Precies daarom. Die avonden zijn echte ontmoetingen. Dominee Huib Klink heeft hier in Den Bosch prachtig gesproken over de katholieke roman ”Het rode paard” van Eugenio Corti. Hij heeft dat boek naar Nederland gehaald en laten uitgeven door een protestantse uitgeverij. En wat politiek betreft zie ik bij Bart Jan Spruyt een grote gevoeligheid voor wat zich in onze cultuur afspeelt. Maar als het om theologie gaat, is de grootste op dit moment toch paus Ratzinger, die in staat is het christelijke voorstel fascinerend aan te bieden aan de mens van deze tijd.”

De boeken die u vertaalt staan ook in het licht van dat grote doel?

„Die teksten zijn een instrument binnen de beweging Gemeenschap en Bevrijding. Giussani liet zijn studenten altijd boeken lezen die het mens-zijn uitdrukten en zo ons hart opvoeden. Ik raakte zelf aanvankelijk door die literatuur aangetrokken: Henrik Ibsen, Graham Greene, Flannery O’Connor, Sigrid Undset.

De tekst van Oscar Milosz over Miguel Mañara –de historische Don Juan– past in dat rijtje: die laat zien hoe een mens alles geprobeerd heeft om het geluk te vinden, maar pas echt gelukkig wordt als hij zich openstelt voor het Mysterie. Wat de tekst van Luigi Giussani over opvoeding betreft: er is een groot gebrek aan heldere ideeën over opvoeding, en het christendom heeft ook op dit punt echt iets nieuws te bieden. Het lezen –of vertalen– van die boeken is ook voor mezelf belangrijk. Als ik niet in alles om me heen zie dat Christus waar is, zou ik uiteindelijk ergens anders heen gaan.”


Boekgegevens

”Het risico van de opvoeding”, Luigi Giussani; ISBN 978 90 81695 015; 76 blz.; € 11,49;
”Miguel Mañara”, Oscar Milosz; ISBN 978 90 81695 008; 66 blz.; € 17,95;
vert. Michiel Peeters; uitg. Stichting Levende Mens, Leiden, 2012.