Petitie moet agressie in ggz op de kaart zetten

Ggz-verpleegkundigen moeten onder ogen durven zien dat ze soms slachtoffer worden van agressieve patiënten, stelt Coen Schaap. Foto Ronald Bakker Ronald Bakker

AMSTERDAM – Samen met een collega trad hij maandag naar buiten met een petitie die de agressie tegen hem en zijn collega’s moet beteugelen. Ggz-verpleegkundige Coen Schaap (56): „We hebben te lang gewacht.”

Wanneer de kiem van agressief gedrag van patiënten wordt gelegd? Dat gebeurt als ggz-verpleegkundigen tegen wil en dank voor politieagent moeten spelen, is de ervaring van Schaap; inmiddels zo’n vijftien jaar werkzaam als verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. „Het begint vaak te smeulen bij patiënten die misschien wel hebben ingestemd met hun opname in de inrichting, maar ten diepste toch vinden dat ze er niet thuishoren. Zulke bewoners vinden het ook maar niks dat er huisregels zijn.

Uitbarstingen doen zich onder andere voor als ze door een jong verpleegstertje op de regels worden gewezen. Sommige mannelijke patiënten ervaren dat alsof ze als volwassen man op hun nummer worden gezet door een dametje dat hun dochter had kunnen zijn. Dus dan krijg je opmerkingen als: Wat dacht jij nou, meisje?”

Verhalen over hoe het vervolgens uit de hand kan lopen, kent Schaap volop. „Dan stapt zo’n jonge vrouwelijke collega ’s avonds om 23.00 uur, aan het eind van haar dienst, in de auto en krijgt ze opeens, bam, zo een steen door de ruit. Even verhaal halen, zoals dat dan heet.”

Nee, beklemtoont Schaap, wie huilverhalen over het beroep van ggz-verpleegkundige wil verzamelen, is bij hem aan het verkeerde adres. „We hebben een heel mooi vak. De overgrote meerderheid van onze patiënten verdient liefde en aandacht. Degenen die ontsporen, verdienen ook mededogen, want vaak weten ze nog niet eens voor de helft dat ze ziek zijn. Maar je kunt ook te begripvol zijn.”

Dat laatste is momenteel aan de orde, stelt Schaap. „Het zit ons met name dwars dat te veel doeltreffende initiatieven om de agressie van patiënten te beteugelen in de kast blijven liggen. Het aantal overlastgevende situaties is daardoor onnodig hoog.”

Schaap trad samen met een collega naar buiten toen hij kennisnam van het actieplan ”Veilig werken in de zorg” dat het ministerie van Volksgezondheid afgelopen voorjaar samen met de sociale partners in de zorg lanceerde. „Te vrijblijvend”, vindt de verpleegkundige dat plan.

Schaap wil dat ggz-instellingen voortaan verplicht worden het jaarlijkse aantal agressiemeldingen openbaar te maken. Ook wil hij dat het aantal incidenten de komende vijf jaar ieder jaar met 10 procent daalt. „Als verpleegkundigen hebben we te lang in de vrijblijvendheid berust.”

Waar dat aan ligt? Deels is het een kwestie van eigen schuld, meent Schaap. „Als het aan de orde is, moeten we onszelf als verpleegkundigen ook durven te zien als slachtoffer. Onze omgeving ziet ons als mensen die heel goed zijn opgewassen tegen dit vak en die stevig in hun schoenen staan en daaraan passen we ons aan. We zijn bang om die beeldvorming te doorbreken. Bang omdat we misschien te horen krijgen: Hoe kun je nu het welzijn van kwetsbare patiënten garanderen als je eigen veiligheid niet eens gewaarborgd is?”

Zo’n misplaatste beroepstrots is echter niet het enige wat speelt, tekent Schaap aan. „Instellingen moeten ons als verpleegkundigen ook de ruimte geven om ons in de besluitvorming ten aanzien van agressieve patiënten te mengen. Wij zien de patiënten dagelijks en hebben de situaties waarbij de veiligheid in het geding is als eerste in de gaten. Maar psychiaters die de patiënt eens per drie weken tien minuten aan hun bureau zien, beslissen of hij wordt overgeplaatst. Als de patiënt zich aan het bureau voorbeeldig gedraagt, gebeurt er niets en moeten wij weer een maand lang op eieren lopen. Tot het volgende incident.”

Vindt het verpleegkundig team dat de patiënt in kwestie onverpleegbaar is, dan zou dat eigenlijk een zwaarwegende reden moeten zijn om iemand over te plaatsen naar een speciale kliniek, stelt Schaap. „Als een paar patiënten in een goed behandelbare groep probleemgedrag vertonen, worden ook de goedwillende patiënten daar de dupe van. Het gebeurt dat je voor een of twee slecht benaderbare patiënten soms de regels voor een hele groep moet aanscherpen. Eigenlijk werkt dat niet.”

Bang dat GGZ inGeest, Schaaps werkgever, hem na zijn handtekeningeninitiatief tot persona non grata verklaart, is de ggz-verpleegkundige niet. „Ik loop niet te hoop tegen mijn eigen baas, ik richt me op de sector als zodanig. Wat wij voorstellen, is eigenlijk niet meer dan een amendement op het actieplan dat het ministerie heeft gemaakt.”

Want, herhaalt Schaap, de grenzen van het acceptabele zijn inmiddels wel bereikt. „Als we nu niet in actie komen, de indruk ontstaan dat doodsbedreigingen door patiënten gewoon bij dit vak horen. Dat is echt te gek, dat gaat te ver.”