Payroller houdt vergelijkbare status als een uitzendkracht

beeld ANP, Lex van Lieshout

Via zogeheten payrolling kunnen werkgevers voorkomen dat ze medewerkers al na twee jaar een vast contract moeten aanbieden. Door een arrest van de Hoge Raad blijft dat zo.

Nederlands hoogste rechtscollege bepaalde afgelopen week dat een payrollconstructie een uitzendovereenkomst is. Dat betekent onder meer dat payrollbedrijven en detacheringsbureaus mensen maximaal 5,5 jaar op een flexcontract kunnen laten werken.

Het kabinet wil dat werknemers met een tijdelijk contract zo snel mogelijk een vaste baan krijgen. De Wet werk en zekerheid, die vorig jaar zomer van kracht werd, heeft de grens op twee jaar gezet.

Werkgevers zijn er echter voorzichtig mee om mensen in vaste dienst te nemen. Vaste krachten hebben namelijk voorrechten die geld kunnen kosten: bij ziekte hebben ze recht op twee jaar doorbetaling van hun loon en bij ontslag moeten ze een vergoeding krijgen. Voor uitzendkrachten geldt dat niet: bedrijven kunnen die elk moment naar huis sturen en –via het uitzendbureau– weer anderen inhuren. Nadeel is wel dat de nieuwkomers steeds weer moeten worden ingewerkt.

Payrolling combineert de voordelen voor bedrijven. Ze behouden ingewerkte werknemers, die ze (anders dan uitzendkrachten) zelf hebben uitgekozen, maar kunnen ook weer gemakkelijk van hen af komen. Daarbij komt dat payrollers vaak goedkoper zijn dan medewerkers die een bedrijf zelf in dienst heeft. Ze vallen namelijk meestal onder een slechtere cao (die van uitzendbedrijven) dan in de eigen bedrijfstak van kracht is.

2018-09-06-ECON1-payroller-1-FC_webUitzendkracht en payroller hebben een verschillende positie

Het is dan ook niet vreemd dat het fenomeen de laatste jaren sterk in opkomst is. Inmiddels werken ongeveer 400.000 Nederlanders als payroller of gedetacheerde. Bij een payrollbedrijf is iemand formeel in dienst, terwijl hij feitelijk werkt voor een ander bedrijf: de opdrachtgever. De constructie was ooit bedoeld om kleine ondernemers te ontlasten van administratieve rompslomp. Volgens de vakbonden wordt ze echter vaak oneigenlijk gebruikt.

Ook de reformatorische vakorganisatie RMU vindt dat. „Werkgevers ontlopen met zo’n constructie hun verantwoordelijkheid voor hun medewerkers. Payrolling ondermijnt cao’s en andere collectieve regelingen. Werknemers hebben vaak lagere salarissen en werken langer in tijdelijke contracten.

Daarnaast is het bij ziekte of ontslag vaak onduidelijk welke werkgever de verantwoordelijkheid voor de werknemer neemt”, zegt Chris Baggerman, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid bij de RMU.

Volgens Johan Zwemmer, docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, zet het arrest van de Hoge Raad de deur open naar nog meer tijdelijke contracten. „Waarom zou een bedrijf nog iemand in vaste dienst nemen als het zijn personeel ook 5,5 jaar op tijdelijke contracten kan laten werken tegen betrekkelijk lage kosten”, zei hij woensdag in de Volkskrant.

Vicevoorzitter Mariëtte Patijn van de FNV stelde in die krant dat minister Asscher (Sociale Zaken) snel met een reparatiewet moet komen. Asscher wil wachten op een volgend regeerakkoord.

Payroller krijgt vaste voet aan de grond