Oudjaar voor apatheïsten

beeld iStock

Een van de aardigste lijstjes die aan het eind van het jaar verschijnen, is dat van Woord van het Jaar, opgesteld door Van Dale Uitgevers. Vaak zijn het creatieve modewoorden die een trend weergeven of symbool staan voor discussies in het afgelopen jaar. Bovenaan de lijstjes van de afgelopen jaren stonden woorden als plofkip, weigerambtenaar en sjoemelsoftware en in 2019 is gekozen voor boomer.

Als er zo’n Woord van het Jaar-lijstje moest komen voor de gereformeerde gezindte, zou ik ”apatheïsme” voorstellen. Dat woord voldoet in elk geval aan de voorwaarde dat het nieuw en onbekend is: de spellingscontrole van Word struikelt erover en in het grote Digibron-archief zit maar één treffer, het recente artikel van Wim Kranendonk over de opkomst van het apatheïsme in de Verenigde Staten.

Ook de andere voorwaarde gaat op: dat je zo’n tongbrekende term graag meer bekendheid gunt. Apatheïsme is afgeleid van het woord apathie: het ontbreken van emoties of enthousiasme. Kenmerkend voor apatheïsten is dat de vraag of God wel of niet bestaat, hen koud laat. Een atheïst zal op die vraag heftig reageren en opstuiven: „Denk jij nou wérkelijk dat God bestaat?” Maar een apatheïst is er onverschillig onder. „God? Mwah. Wat maakt het eigenlijk uit?” Voor hen hoeft Athene geen standbeeld van de onbekende god te hebben, zegt de Amerikaanse theoloog Kyle Beshears in het decembernummer van het evangelicale tijdschrift Themelios. Of als er al zo’n standbeeld stond, dan zou het overwoekerd zijn met onkruid en begroeid met mos.

Slaperige christenen

Het nut van zo’n term is dat het helpt om een ontwikkeling aan de kaak te stellen. Maar er is ook een gevaar aan verbonden, want met zo’n stempeltje belanden apatheïsten automatisch in de hoek waar reformatorische christenen niets mee te maken willen hebben. „Dat zijn dus van die cultuurchristenen of semiseculieren die er zich niet voor schamen dat ze hun huis op een zandgrond bouwen. Wat scheelt het óns dat er apatheïsten zijn?”

Maar collega Kranendonk sloot zijn artikel af met de constatering dat apatheïsme ook in reformatorische kerken voorkomt. Dat is een krasse bewering. Zeker, ook onder kerkgangers zijn slaperige christenen die zondags even koud en onverschillig de kerk verlaten als ze er binnenkwamen. Of mensen die met de mond belijden dat God bestaat terwijl ze zich er in het dagelijks leven weinig van aantrekken en menen dat ze Hem niet nodig hebben.

Ieder zijn mening

Maar dat zal toch slechts een klein deel zijn? Kerkgangers zijn in de regel betrokken en toegewijde christenen. Met name rond de kerstdagen en bij de jaarwisseling blikken velen terug op het jaar en ze zijn daar allerminst onverschillig onder. Ze kunnen diep geraakt zijn door mooie liederen, hevig geschokt zijn door armoede in Moldavië of zwaar gebukt gaan onder een dreigende kerkscheuring in de eigen gemeente.

De conclusie van Kranendonk is echter dat zo’n houding óók kan samengaan met een tweede vorm van apatheïsme: mensen die het weinig scheelt wat ánderen over God denken. Juist die vorm is algemeen in de VS, zelfs onder trouwe kerkgangers. Apatheïsme is dan een bijzondere trap van beschaving en welwillendheid, het tegenovergestelde van fanatieke fundamentalisten en religieuze scherpslijperij. „Het beste van alles is een wereld doordesemd met apatheïsten”, schreef de Amerikaanse auteur Jonathan Rauch al in 2003 in het gerenommeerde opinieblad The Atlantic. Zulke apatheïsten gaan er prat op dat ze ieder in hun waarde laten en andermans opvattingen respecteren. Dat hoor je ook in de kerk: ieder mag toch zijn eigen mening hebben?

Het klinkt beleefd en vriendelijk, maar dat is schijn. Het is kil en hard omdat het zielenheil van de ander hen koud laat. Is dat niet een van de grote kwalen van kerkelijk Nederland? Ook 2019 was weer een jaar vol kerkelijke verdeeldheid. Onrust over boerka’s en terroristen. Onvrede over homo’s en transgenders. Studiedagen over schepping en evolutie. Discussies over Trump, vaccinatie, asielzoekers, klimaat, islam en Snapchat. Maar wie brak zijn hart over de honderden jongeren die de kerk de rug toekeerden? Wie weende over kerkmuren die uiteen hielden wat bijeen hoorde? Wie boog zijn knieën voor onbekeerde Kamer-leden, ministers en paleisbewoners?

Christus alleen

In zijn gemeente in het Engelse Helmingham liet bisschop J. C. Ryle de woorden van Paulus boven zijn preekstoel schilderen: „Wee mij indien ik het evangelie niet verkondig.” George Whitefield was een van de meest gedreven evangeliepredikers ooit, maar zei na dertig jaar trouwe dienst: „Heere, help mij een aanvang te maken met eraan te beginnen.” Een nog vroegere puritein, Joseph Alleine, bad: „Heere, mijn hart zou smelten als ik een huis in brand zag staan, waarvan de bewoners nog liggen te slapen. Zo is mijn ziel bewogen als ik zou zien dat ze eindeloos verloren zullen gaan. Heere, heb medelijden en red ze uit die brand.”

Drie voorbeelden van zielenherders die hun apathie als schuld leerden kennen. Zij en vele anderen verlangden er vurig naar de apatheïsten en vormchristenen van hun tijd de pas af te snijden, van hun ‘derde weg’ af te brengen en ze elke grond buiten Christus af te nemen. Het apatheïsme zit diep en krijgt pas de doodssteek als God het oudjaar maakt in iemands leven. Dan komt het hele leven in een ander perspectief te staan, dat van de grote geestelijke strijd die begon in Genesis 3 en duurde tot 2019. En als de Heere Jezus de komende dagen niet terugkomt, misschien wel tot ver na 2020.

2019-12-07-katZA1-Toegespitst-6-FC_webApatheïsten verder weg dan atheïsten