„Ouders, stuur je kinderen naar buiten”

NIJKERKERVEEN. Ruim 200 leerlingen van de Johannes Calvijn-school en Van Rootselaarschool in Nijkerkerveen gingen vandaag de straat op om mee te doen met de Straatspeeldag. Ze mochten zelf de brandweerspuit hanteren en sirenes van de brandweer- en politievoertuigen bedienen.  beeld VidiPhoto VidiPhoto

UTRECHT. In het kader van Buitenspeeldag 2016 hebben speciale spelactiviteiten woensdag overal in het land kinderen de straat op gelokt. De initiatiefnemer ervan, kindertelevisiezender Nickelodeon, zette zelfs het tv-scherm op zwart. Medeorganisator Jantje Beton: „Het besef groeit dat buiten spelen niet alleen leuk, maar ook heel gezond is.”

Even trekt de woordvoerster van Jantje Beton, Yvette de Vries, een grimas. Vanwege een nieuws­bericht van vorige week. „Onder­zoekers hebben een speciaal lespakket ontwikkeld om basisscholieren veilig te leren vallen. Fijn dat ze in het belang van kinderen willen denken, maar laat kinderen gewoon buiten spelen. Daar leren ze het vanzelf.”

Bekijk hier een video van de Buitenspeeldag 2015

Buiten spelen is het doel van de negende editie van de Buitenspeeldag. Op minstens duizend locaties in Nederland organiseerden oudercomités, buurtverenigingen, middenstanders en scholen spelmiddagen. Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem was zelfs gratis toegankelijk voor kinderen.

Het gaat om vrijwillige initiatieven, zonder directe betrokkenheid van Jantje Beton, benadrukt De Vries. „Wij bieden enkel het platform waar organisatoren zich aan kunnen melden. Kinderen kunnen de activiteiten op onze website terugvinden.”

Verder brengt Jantje Beton, samen met tv-zender Nickelodeon, de dag bij het grote publiek onder de aandacht. Het aantal aanmeldingen groeide de laatste jaren. In 2012 ging het nog om zo’n 750 initiatieven.

Bomen klimmen

Met het organiseren van de Buitenspeeldagen streeft Jantje Beton twee doelen na: „We willen kinderen een gave dag met hun buurtgenootjes geven en het belang van buiten spelen bij het Nederlandse publiek onder de aandacht brengen.”

In feite verschillen deze oog­merken niet van de doelstelling die de stichting de rest van het jaar heeft. De jeugd speelt namelijk veel minder dan pakweg een halve eeuw terug, legt De Vries uit. Tachtig procent van de kinderen beweegt te weinig – onder de norm van een uur per dag. Een op de vijf komt zelfs in zijn vrije tijd nauwelijks nog de deur uit. Deze cijfers zijn afkomstig uit het Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2000-2014 van kennisinstituut TNO. Oorzaken zoekt De Vries onder meer in het feit dat er meer tweeverdieners zijn. „Kinderen gaan na schooltijd naar de buitenschoolse opvang of naar opa en oma. Vrij buiten spelen is er dan veel minder vaak bij.”

Ook de vergrijzing speelt een rol. „Soms geven kinderen aan dat er geen buurtgenootjes zijn met wie ze kunnen spelen. Een andere keer ligt de speelplek te ver weg of gaat het om wipkipjes en duikelrekjes. Die zijn leuk voor kleinere kinderen, maar voor tienjarigen niet meer interessant.”

Rioolbuis

Hierin ligt een taak voor gemeenten, stelt De Vries. De aanschaf van dure speeltoestellen is volgens haar overbodig. „Favoriete spelletjes voor oudere kinderen zijn hutten bouwen en boompje klimmen. Zorg dat ze in bomen kunnen klimmen, en leg bij zo’n speelplek een rioolbuis of een grote omgehakte boom neer.”

De Vries laat de verleidingen van het beeldscherm niet ongenoemd. Toch ligt de primaire oorzaak van binnenblijvertjes niet zozeer bij de televisiemakers en spelfabrikanten. „De bal ligt bij de ouders. Zij moeten hun kinderen naar buiten sturen.”

Veel opvoeders zijn echter overbezorgd, en houden hun kroost liever veilig binnen, stelt De Vries. Een letterlijk ongezonde houding. „Steeds meer onderzoeken bevestigen hoe belangrijk buiten spelen is voor de lichamelijke, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling. Spelen is niet alleen maar leuk. Het is ook nuttig. Durf kinderen de vrijheid te geven om samen met vriendjes de wereld buiten te ontdekken. Ze doen meestal pas dingen als slootje springen en boomklimmen als ze eraan toe zijn.”

Soms vallen zij hierbij, geeft ze toe. „Dan komen ze met schaafwondjes thuis, maar dat hoort bij het leven. Ze leren met vallen en opstaan.”


Twee keer per week sporten is gezond

UTRECHT. Een beetje beweging helpt een kind om gezond te blijven. Per dag heeft een kind minimaal een uur „matige tot intensieve beweging” nodig. „Zo veel dat hij er moe van wordt”, aldus het Voedingscentrum.

Volgens deskundigen hoeft dat niet alleen sport te zijn. Ook rennen, fietsen, stoeien, klimmen, voetballen en skeeleren vallen hieronder. Daarbij is het goed als een kind minimaal twee keer per week gymt of sport, zo leert de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, die in 1998 is vastgesteld.

Tijdens de gym- of sportles krijgen kinderen oefeningen in kracht, lenigheid en coördinatie. 
Deze zorgen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.

Beperk de hoeveelheid tijd dat een kind stilzit achter de tv, computer, telefoon of tablet, adviseert het Voedingscentrum. Maximaal twee uur per dag achter een beeldscherm is een goede richtlijn. Maar minder is dus ook goed. Of waarschijnlijk zelfs beter.