Wetenschap

Europese ruimtevaart wil ook naar rode planeet

Gezocht: robuust
Marskarretje

Door J. Reijnoudt
Gezocht: een karretje dat niet total loss is als het op 100 miljoen kilometer afstand van de aarde op een vreemde planeet stuitert. Het moet dan ook nog als een robot rondrijden, stenen kunnen omkeren en gaten tot 2 meter diep in de bodem van de rode planeet kunnen boren. Bedrijven die wat willen bijverdienen met een ruimtevaartproject, kunnen nog tot vrijdag met ideeën komen.

De Europese ruimtevaartorganisatie (ESA) heeft haast. Officieel is het programma voor een missie naar Mars, begin volgende eeuw, nog niet goedgekeurd, „maar toch dringt de tijd”, zegt projectmanager R. Schmidt van de ESA-vestiging Estec in Noordwijk. „In het jaar 2003 staat de planeet Mars zo gunstig ten opzichte van de aarde, dat we van die gelegenheid gebruik moeten maken door dan een Mars-verkenner te lanceren”, aldus Schmidt. „Met de huidige computerprogramma's is snel uit te rekenen dat zo'n gunstige situatie zich zelden voordoet. Een satelliet die op 1 juni 2003 vanaf de aarde vertrekt, kan Mars sneller en met meer vracht bereiken dan op welke datum in de eerstvolgende tien jaar”. Als de ESA inderdaad op 1 juni van het jaar 2003 een satelliet kan laten vertrekken, zou die op eerste kerstdag van dat jaar bij Mars aankomen.

Oproep
Schmidt weet al op de kilo nauwkeurig hoeveel het vrachtje apparatuur weegt dat richting Mars moet. Een optelsom heeft hem geleerd dat hij nog voor 60 kilo ruimte heeft. „Alle apparatuur die we inmiddels aan boord hebben, is bedoeld om de planeet op afstand waar te nemen. Nu we nog voor 60 kilo ruimte hebben, zouden we graag ook daadwerkelijk op Mars willen landen”. Daarom heeft Schmidt op Internet een oproep geplaatst voor een Marskarretje.

Ervaring heeft de projectmanager geleerd dat de industrie vijf jaar hard nodig heeft om een kant en klaar instrument te leveren. Schmidt wil daarom het liefst voor aanstaande vrijdag een aantal goede voorstellen op zijn bureau hebben. Een paar dagen geleden moest hij bekennen nog niets binnen te hebben. „Maar de geruchten gaan dat we toch een aantal ideeën binnen zullen krijgen”.

Schmidt wil graag een duizendpoot naar Mars sturen. „De speurtocht naar water is een van de hoofdtaken van de missie en daarnaast proberen we natuurlijk een antwoord te krijgen op de vraag of er leven op Mars bestaat. Dat is een bijzonder moeilijke opdracht. Het is zeker dat er van leven aan het oppervlak niets te zien is. Zo'n Marslander moet dus een soort robot zijn en stenen voor ons kunnen wegrollen. Hij moet ook kijken op plaatsen die in eerste instantie verborgen zijn, dus heeft het apparaat een optische microscoop aan boord”. Bovendien is een klein lab voor het analyseren van de vondsten geen overbodige luxe.

Een vracht van 60 kilo lijkt heel wat, „maar binnen die norm een voertuig maken dat aan onze eisen voldoet, is een technische uitdaging”, stelt Schmidt. Naast de kilo's die voor alle wetenschappelijke apparatuur nodig zijn, moet het voertuig ook zo sterk gemaakt zijn dat het een stevige landing kan doorstaan. Door de sterke wrijving met de Martiaanse atmosfeer is de warmteontwikkeling zo groot, dat de lander over een flink hitteschild moet beschikken. Daarnaast is een grote parachute onmisbaar. Schmidt: „Die moet de snelheid terugbrengen van kilometers naar meters per seconde”.

In het falen van de Russische Marsexpeditie, in 1996, ziet Schmidt een extra reden voor de Europese ruimtevaartorganisatie om een missie naar Mars uit te voeren. „Toen de Russische uitrusting in '96 in de Stille Oceaan viel, verdwenen daarmee ook door ESA-wetenschappers geconstrueerde instrumenenten. Toen is er een gat gevallen in de internationale programma's voor de exploratie van Mars”.

Kogel
Daarbij ziet Schmidt even over het hoofd dat de NASA nog dit jaar met de Mars Polar Lander naar de rode planeet vliegt. Die satelliet moet daar in december 1999 landen om de vraag te beantwoorden die ook de ESA zichzelf stelt. Om te ontdekken of er leven is op de planeet, zal het apparaat een soort kogel in de grond schieten om op die manier minstens een paar decimeter diep in de Marsbodem te kunnen kijken. Misschien is daar bevroren water met daarin resten van dode planten of dieren te zien.

De Europese ruimtevaartorganisatie werkt dit keer in het geheel niet samen met de Amerikanen. Toch kan de ESA niet zonder een partner, als het gaat om de lancering van een ruimtevaartuig naar een andere planeet. De Europese 'ruimtevaarders' beschikken nog steeds niet over de uitrusting om mensen in een baan om de aarde te brengen of goederen op een andere planeet af te zetten. Dit keer maakt de ESA gebruik van een Russische Sojoez-raket, het type waarmee de eerste mens, Joeri Gagarin, in 1961 in een baan om de aarde werd gebracht. Dat is dus bewezen techniek. Maar de Europese Marssatelliet krijgt een plaats in de nog te bouwen nieuwe bovenste trap van die raket, die de naam Fregat krijgt. Die rakettrap maakt pas volgend jaar de eerste proefvlucht.