Commentaar

Saddam moet weg

Op het laatste nippertje heeft Saddam Hoessein massale Amerikaans-Britse bombardementen op eigen land kunnen voorkomen. De prijs voor de Iraakse president is bekend: onvoorwaardelijke samenwerking met de speciale ontwapeningscommissie van de VN (Unscom). Binnen dat kader valt dan ook de terugkeer vandaag van de Unscom-missie naar Bagdad.

Om het Iraakse regime tot loyale coöperatie met Unscom te dwingen, staan Washington en Londen paraat om elke sabotagepoging meteen militair af te straffen. Het moet uit zijn met Saddams spelletjes! Deze vastberaden houding valt alleszins te billijken. Voor een dissonant aan westerse zijde zorgt opnieuw Parijs. De Fransen vinden dat een alsnog uitgevoerde strafexpeditie de goedkeuring van de Veiligheidsraad behoeft.

Naar bekend is onenigheid binnen de kleine kring van permanente leden van de Veiligheidsraad –VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk– een kolfje naar Saddams hand. Naar vermogen bevorderde de oosterse despoot deze internationale verdeeldheid, speelde er in feite sinds de instelling van het embargo jegens zijn land steevast op in.

Juist het laatste internationale fiasco van Saddams dubbele streven _stopzetting van de Unscom-missie en (geleidelijke) opheffing van de economische sancties_ viel dezer dagen terug te voeren op een wonderbaarlijke eensgezindheid binnen de Veiligheidsraad. Bagdads regelrechte bruskering van Unscom leidde tot een uitzichtloze diplomatieke isolementspositie. Zelfs acht Arabische buurlanden schoven de alleenheerser aan de Tigris bij voorbaat de exclusieve schuld voor een eventuele escalatie in de schoenen. Redenen genoeg voor Saddam om het hoofd (tijdelijk?) in de schoot te leggen en de Unscom-inspecties niet langer te weren.

Parijs distantieert zich trouwens nog op een andere wijze van de herwonnen westerse vastberadenheid versus Saddam Hoessein. De Franse regering schaart zich niet achter het openlijke streven van president Clinton naar een regeringswisseling in het Tweestromenland. Alsof de familieclan uit Tikrit niet aan de basis staat van de “republiek van de angst”, alsof Saddam en diens even meedogenloze zonen Uday en Qusay niet de permanente folteraars en uitpersers zijn van de eigen bevolking.

Niet alleen het Amerikaanse belang is tenslotte gemoeid met het constante gevaar dat uit Irak dreigt: massavernietigingswapens in het bezit van een gewetenloze tiran die de grootheidswaan van zijn historische voorbeeld Nebukadnezar deelt. Punt is wel, dat Washington na definitieve uitschakeling van Saddam en diens kliek over een politiek alternatief dient te beschikken.

Dat is dé zwakke plek in het Amerikaanse post-Saddam-scenario. Westerse critici hameren op de extreme verdeeldheid binnen de gelederen van de Iraakse oppositie in ballingschap. Hoeveel tientallen miljoenen verspilde de CIA sedert 1991 niet aan het overkoepelende Iraakse Nationale Congres? Het effect was in elk geval nul komma nul. Wat valt er dan te verwachten van een nieuwe financiële injectie van maar liefst 97 miljoen dollar? Bovendien is bekend dat het Saddam-regime handig weet te infiltreren binnen de kringen van Iraakse opposanten. Dit gegeven vormt geen geringe rem op de activiteiten van Saddams fervente tegenstanders.

Met die algemene westerse scepsis over het ten val brengen van Saddam, in nauwe samenwerking met de nationale oppositie, nemen diverse Iraakse ballingen absoluut geen genoegen. Het veelgehoorde argument van een uiteenvallen van de staat Irak bij eliminatie van Saddam keren zij resoluut om. Onder Saddams schrikbewind heeft een desintegratieproces in het vaderland plaats. In het noorden maken de Koerden de dienst al uit en in het zuiden roeren sjiitische opstandelingen zich al driester.

Voeg daaraan toe de atomisering van de Iraakse samenleving _een andere, essentiële ontbindingsfactor_ dankzij het buitensporig repressieve karakter van het tegenwoordige bewind in Bagdad.

De politieke remedie van de Iraakse oppositie? „Alleen serieuze Amerikaanse steun voor het verjagen van Saddam zal voor de noodzakelijke eenheid binnen onze gelederen zorgen”. Een soort herkansing voor beide partijen (!) na de in bloed gesmoorde Iraakse volksopstand van 1991.