Voorpagina 4 oktober 2000

Dossier abortus

Christelijke en niet-christelijke fracties staan tegenover elkaar

Kamer debatteert over late abortussen

Door G. A. Vroegindeweij
DEN HAAG – Minister Borst van Volksgezondheid en haar collega Korthals van Justitie stuurden ruim een jaar geleden een brief naar de Tweede Kamer over late zwangerschapsafbreking. Morgen vindt er in commissieverband een debat plaats.

Technologische ontwikkelingen, in het bijzonder de echografie, maken het mogelijk steeds betere diagnoses te stellen van eventuele ziekten of aandoeningen bij het ongeboren leven. Dat heeft onmiskenbaar voordelen omdat het kind na de geboorte, en soms ook ervoor, een behandeling kan krijgen die specifiek is gericht op de afwijking of de ziekte. Ook biedt het gelegenheid om na de geboorte direct toegesneden hulp te verstrekken.

Er kleeft echter ook een groot nadeel aan deze ontwikkeling. Het aantal abortussen neemt erdoor toe. Veel mensen willen geen kind met een handicap en laten het ongeboren leven in de moederschoot doden. Als dat voor de 24e week gebeurt, mag dat in Nederland, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan.

Soms is er pas in een gevorderd stadium van de zwangerschap aanleiding tot een echografisch onderzoek. Ook dan is tegenwoordig vrij nauwkeurig vast te stellen of de moeder een kind met een handicap verwacht of niet. Borst en Korthals willen de mogelijkheid voor een abortus provocatus voor deze groep kinderen aanzienlijk uitbreiden. Voor een deel is het overigens legalisering van bestaande praktijken.

Twee groepen
De bewindslieden onderscheiden twee groepen kinderen. De eerste groep heeft buiten de baarmoeder geen enkele kans op leven. Het gaat dan om foetussen zonder hersenen of andere wezenlijke organen die nodig zijn om te kunnen functioneren. Tijdens of na de geboorte zullen deze kinderen overlijden.

Vroeger was het gebruikelijk om de bevalling van een kind met zulke afwijkingen in te leiden en het na de geboorte te verzorgen tot het stierf. Tegenwoordig vraagt tweederde van de ouders om een abortus, ook al is de grens van 24 weken overschreden. In de praktijk hebben dergelijke zwangerschapsafbrekingen dus al plaats.

Daarnaast is er nog een tweede groep ongeborenen over wie zorgen bestaan. Dat zijn zij die na de geboorte wel zelfstandig kunnen leven, maar die ernstig gehandicapt zijn. Daarbij valt te denken aan kinderen die een leven tegemoet gaan met ernstige en onbehandelbare handicaps, kinderen met wie geen contact mogelijk is, kinderen met open ruggetjes of waterhoofden. Ook deze groep kinderen ziet steeds vaker niet het levenslicht omdat ouders in overleg met de betrokken artsen besluiten tot een abortus. Ook hier wil het kabinet toestemming geven voor zwangerschapsafbreking, ook al is de grens van 24 weken overschreden.

Gevoelig
Dit onderdeel van het kabinetsvoorstel ligt in maatschappij en politiek het gevoeligst. De regering zegt formeel geen oordeel te hebben over de kwaliteit van het leven van kinderen met dergelijke handicaps, maar ze wil ouders wel de gelegenheid bieden om ongeborenen met ernstige afwijkingen te laten doden in de moederschoot. Tegenstanders van de verruiming wijzen erop dat de overheid daarmee wel een oordeel uitspreekt over de kwaliteit van het leven omdat het leven vanaf de bevruchting beschermwaardig is. Afwijking van deze regel is sowieso een beoordeling.

Het kabinet wil de versoepelingen regelen via een zogenaamde Algemene maatregel van bestuur (AMVB). Dat is een instrument waarmee de regering bepaalde beslissingen kan uitvoeren. Maar ondanks het feit dat de regering een jaar geleden de AMVB aankondigde, is deze tot nu toe niet naar de Kamer toegestuurd. Dat zal het debat ongetwijfeld beïnvloeden. Het is bovendien niet de verwachting dat de Kamer na ommekomst van de AMVB opnieuw over dit onderwerp wil debatteren.

Zorgvuldigheid
Borst en Korthals voelen aan dat ze een grens overgaan door de late abortussen toe te staan. Ze vinden dat de betrokken artsen bepaalde zorgvuldigheidseisen in acht moeten nemen, zoals goede voorlichting, begeleiding van de ouders en een nauwkeurige verslaglegging.

Als het gaat om abortussen op kinderen die niet levensvatbaar zijn vanwege gebrek aan essentiële organen, dient melding plaats te vinden bij de inspectie voor de gezondheidszorg. Als die constateert dat er fouten zijn gemaakt, legt hij de zaak voor aan de medische tuchtrechter. De strafrechter komt er niet aan te pas omdat er formeel geen strafbaar feit is gepleegd.

Dat ligt anders bij abortus op de kinderen die wel levensvatbaar zijn, maar belemmerd zullen zijn in hun functioneren. Late zwangerschapsafbreking is hier wel strafbaar. Maar de overheid vindt het niet terecht dat artsen die zich hiermee bezighouden direct in aanraking komen met de strafrechter. Daarom moet er een speciale commissie komen waar artsen hun 'behandeling' melden. Als ze aan de zorgvuldigheidseisen hebben voldaan, vindt geen vervolging plaats. Een vergelijkbare procedure is er nu ook voor euthanasie.

Volgens een schatting van het ministerie zouden zo'n 150 à 200 foetussen met ernstige afwijkingen op jaarbasis geaborteerd worden. In bijna 80 procent van de gevallen gaat het om kinderen die buiten de baarmoeder geen enkele kans op leven hebben of kort na de geboorte zullen overlijden. Het aantal 'gewone' abortussen bedraagt per jaar grofweg 30.000.

Verknoping
De uitkomst van het debat is voorspelbaar. De scheidslijn zal lopen langs de lijn van de christelijke en niet-christelijke fracties. PvdA en D66 hebben in het verleden al aangegeven het voorstel van Borst en Korthals te ondersteunen. De VVD wil zeer zorgvuldig te werk gaan, maar in het verleden hebben de liberalen op het punt van de medische ethiek nooit een terughoudende rol gespeeld.

De christelijke partijen voelen niets voor de versoepelingen. RPF/GPV zal de overheid nadrukkelijk vragen naar de relatie tussen de versoepelingen in de abortusregelingen, de voorstellen voor embryo-onderzoek en voor euthanasie op pasgeborenen. In deze krant uitte mr. A. Rouvoet eerder deze week zijn grote verontrusting over een mogelijke verknoping tussen deze medisch-ethische kwesties.