Commentaar 31 augustus 2000

Een derde weg

De opstelling van kerk en christenen ten opzichte van de moderne cultuur stond centraal op het symposium dat deze week in de Goudse Sint-Janskerk werd gehouden ter gelegenheid van het afscheid van Van der Graaf als secretaris van de Gereformeerde Bond. Ongetwijfeld is dat een belangrijk thema.

De positie die christenen innemen in de hedendaagse cultuur hangt in hoge mate samen met hun eigen identiteit. Ervaart men de afstand ten opzichte van die cultuur als groot of niet? Daarnaast is van belang in hoeverre men zich als enkeling en groep kwetsbaar voelt in de moderne maatschappij.

De oecumenische hoofdstroom in het protestantisme (waartoe in de loop der jaren ook de Gereformeerde Kerken zijn gaan behoren) staat vrij dicht bij de moderne cultuur. Van een antithetische houding is geen sprake. Anders gezegd: deze groepering is zelf in hoge mate verwereldlijkt.

In reformatorische kring ervaart men daarentegen een grote kloof met de moderne cultuur. Die wordt als antichristelijk beschouwd. Voor evangelischen en vrijgemaakten geldt dat er wel degelijk sprake is van een afstand tot de moderne cultuur, maar die is toch minder groot. Qua levensstijl en levensovertuiging staan zij er dichter bij dan veelal in reformatorische kring het geval is. Er kan zogezegd meer mee door. Men voelt zich ook minder kwetsbaar om meegezogen te worden met de moderne cultuur dan de reformatorische richting. Men meent sterk te staan in zijn geloof.

Dat alles is van invloed op de opstelling die men kiest in het maatschappelijk leven. Kiest men voor een isolementspositie, waarbij men een netwerk van eigen organisaties opbouwt, of werkt men bij voorkeur in bredere verbanden van algemene of algemeen-christelijke signatuur? Het ontstaan en de uitbouw van de reformatorische zuil is dan ook geen toevalligheid.

Uiteraard kan men alles overdrijven, ook de keuze voor het isolement. Maar er is hier wel degelijk sprake van een legitieme keus. Er is allereerst sprake van een principieel isolement. Kerk en wereld zitten immers niet op één lijn. Als dat wel zo is, is dat voor de kerk geen best teken.

Uit dat principiële isolement vloeit, al naar gelang de omstandigheden, een organisatorisch isolement voort. Men kan niet mee in bredere verbanden op het gebied van onderwijs, politiek, pers etc. Men kan daar niet langer verantwoordelijkheid voor dragen.

Uiteraard heeft die isolementspositie gevolgen voor de relatie met de moderne cultuur. De contacten verminderen en daarmee ook de mogelijkheden om de maatschappij te beïnvloeden. Dat is voor anderen reden om te kiezen voor een opener opstelling ten opzichte van de cultuur. Zowel aanpassing als isolement wijst men af en men zoekt daartussen een derde weg.

De evangelischen kiezen veelal daarvoor. De laatste jaren doen de vrijgemaakten dat ook in toenemende mate. Evenzo kenmerkten de vroegere Gereformeerde Kerken zich door een betrekkelijk open houding ten opzichte van de cultuur. Op het gereformeerdebondssymposium maakte het hoofdbestuurslid Verboom eveneens de keuze voor dit alternatief.

Die weg heeft inderdaad aantrekkelijke kanten. De roeping die men naar de buitenwereld heeft wordt beklemtoond. We moeten echter ook vaststellen dat er op die weg al velen verongelukt zijn. Men trok eropuit om de wereld voor Christus te veroveren, maar na verloop van tijd bleek de wereld bezit genomen te hebben van de kerk.

Beïnvloedingsprocessen zijn veelal tweerichtingsverkeer. Wie de deuren openzet naar de moderne cultuur, moet er rekening mee houden dat die cultuur daardoor meer vat krijgt op de achterban. Ook al was dat nooit de bedoeling.

In het geheel van de gereformeerde gezindte neemt de hervormd-gereformeerde richting een belangrijke plaats in, zeker nu de Gereformeerde Kerken op geen enkele manier meer tot de brede gereformeerde gezindte gerekend kunnen worden. Naast de pijnlijke SoW-problematiek worden de gereformeerdebondsgemeenten (net als andere in de gezindte) geconfronteerd met allerlei invloeden vanuit de omgeving: evangelische invloeden, seculariserende invloeden. Waar zal dat toe leiden? Het is immers niet onbelangrijk welke richting de hervormd-gereformeerde stroming de komende jaren uitgaat.