17 oktober 2001

Miltvuur van oorsprong een veeziekte

Van onze wetenschapsredactie
VERWEKKER: Bacillus anthracis, een staafvormige bacterie die de infectieziekte miltvuur (antrax) veroorzaakt. Onder ongunstige leefomstandigheden vormt de bacterie een spore. Het deel van de bacterie waarin het erfelijk materiaal zit, wordt afgescheiden van de rest van de cel. De bacil onttrekt water aan de binnenkant van de spore-in-wording. Om de spore vormen zich een aantal ondoordringbare lagen, waarna de bacterie openbarst en de spore vrijkomt. Een spore blijft tientallen jaren levensvatbaar. Als de omstandigheden gunstig genoeg zijn, komt de spore weer tot leven.

VERSPREIDING: Antrax komt van nature voor in agrarische gebieden, met name in Afrika, Azië en Oost-Europa. Dieren raken besmet via sporen die zich in de grond bevinden. De mens kan geïnfecteerd raken als hij in contact komt met besmette dieren of tijdens de bewerking van wol en huiden. Mensen zijn minder gevoelig voor antraxbacteriën dan dieren, alleen tijdens intensief contact met het micro-organisme treedt een besmetting op.

BIOTERRORISME: Miltvuur is een van de meest gevreesde wapens in de handen van bioterroristen. Voornamelijk de verspreiding van sporen via de lucht wordt gevreesd. Het risico is massale inademing door een groot deel van de bevolking en het ontstaan van een infectie via de longen. Verspreiding van sporen in poedervorm via brieven is minder effectief. In veel gevallen zullen onvoldoende sporen in de lucht terechtkomen om een gevaarlijke longinfectie te veroorzaken. Daar komt bij dat de ontvanger van het poststuk direct gealarmeerd is, terwijl verspreiding via de lucht onopgemerkt blijft.

VEEZIEKTE: Miltvuur is in de eerste plaats een veeziekte. Bacteriën of sporen dringen via wondjes en andere huidbeschadigingen naar binnen. Tot de jaren dertig komt miltvuur ook onder het Nederlandse vee voor. Na die tijd verdwijnt de ziekte langzaam maar zeker omdat er een vaccin voor dieren beschikbaar komt en zorgvuldiger wordt omgesprongen met veevoer en kadavers.

BESMETTING: De miltvuurbacil kent drie besmettingsroutes. In 95 procent van de gevallen gaat het om een huidinfectie, de bacterie dringt via een wondje of schaafplek binnen. Infectie door inademing van de bacil via de longen of het eten van besmet voedsel komt ook voor, maar is zeldzaam.

ZIEKTEBEELD: Huidantrax openbaart zich ongeveer twee tot drie dagen na een besmetting als een zweer die in de loop van een paar dagen zwart wordt. In zo'n 20 procent van de gevallen breekt de bacterie door naar de lymfeklieren en de bloedbaan, een complicatie die zonder behandeling dodelijk is. Longantrax is zonder behandeling in vrijwel alle gevallen dodelijk. De ingeademde sporen komen in de longen terecht en verslepen zich naar de lymfeklieren en de bloedbaan. Gewoonlijk komt dit ziektebeeld alleen voor bij huid- en wolbewerkers die intensief met sporen in aanraking komen. Antrax als voedselinfectie komt zelden voor en wordt veroorzaakt door het eten van onvoldoende verhit besmet vlees. De darminfectie die ontstaat, is in meer dan de helft van de gevallen dodelijk. Bacillus anthracis is zo gevaarlijk omdat de bacterie drie verschillende toxinen –gifstoffen– produceert, die leiden tot afbraak van weefsel. Inwendige bloedingen en een vergrote milt zijn het gevolg.

BEHANDELING: Bacillus anthracis is goed te behandelen met antibiotica als penicilline en tetracycline. Behandeling met antibiotica heeft alleen zin als de ziekte tijdig wordt ontdekt. Op het moment dat de bacterie al in het lichaam is doorgedrongen en toxinen produceert, is het te laat. Er bestaan bacteriestammen die ongevoelig zijn voor penicilline. Met behulp van genetische manipulatie is het in principe mogelijk bacteriën te kweken die ook niet te behandelen zijn met andere antibiotica. Een vaccin biedt goede bescherming. Toediening geschiedt via zes injecties en een jaarlijkse herhalingsprik. Militairen, laboratoriumpersoneel en mensen die veel contact hebben met dierproducten uit verdachte gebieden komen in aanmerking voor vaccinatie.

DIAGNOSE: Wanneer artsen verdachte ziekteverschijnselen waarnemen, nemen ze huid- en bloedmonsters af. In het laboratorium onderzoeken analisten de monsters onder de microscoop op de aanwezigheid van de karakteristieke sporen en kweken de bacteriën, waarna ze tests doen om de bacterie te onderscheiden van de andere honderden Bacillus-soorten.