| Kerk en Godsdienst | 8 maart 2001 |
|
Stelling: De kerken binnen de gereformeerde gezindte moeten creatiever zijn in het dichten van de kloof tussen kerk en wereld. |
|
De kloof groeitDeze stelling kan op verschillende manieren worden uitgelegd. In de eerste plaats betreft dit het woord creatiever. Als dit in de geest van de Creator wordt uitgelegd, kan niemand er moeite mee hebben; integendeel. Als ermee bedoeld wordt dat we wat meer aantrekkelijke dingen in het kerkelijk leven moeten invoeren, dan heeft men de diepte van de problematiek onvoldoende onderkend. Belangrijker is de vraag wat met de kloof tussen kerk en wereld wordt bedoeld. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat het verschil tussen kerk en wereld wordt uitgewist. Dat zou een verwereldlijking van kerk en geloof betekenen en een ontkennen van het feit dat christenen niet ván deze wereld zijn. Kerk en geloof zullen in veel opzichten juist dwars op de wereld en het wereldgebeuren (moeten) staan. Als echter wordt bedoeld dat de kerk in haar inrichting en optreden meer bij de tijd moet zijn, dat zij meer kerk van en in déze tijd moet zijn, dat zij in haar spreken en handelen meer moet aansluiten bij de manieren waarop mensen thans leven, dan kan men met deze stelling alleen maar instemmen. Het gaat dus niet om een inhoudelijke aanpassing van het Evangelie aan (de ontwikkelingen in) deze wereld, maar om een zodanige opstelling dat mensen van deze tijd ook het kerkelijk leven kunnen meemaken. Want christenen staan wel ín deze wereld. Doet men niets aan de groeiende kloof, dan is het gevaar groot dat het kerkelijk leven van de mensen een van de rest van hun leven afgescheiden deel wordt, dat het geloof niet in hun leven geïntegreerd wordt, maar daar los van komt te staan. Ik kan ook zeggen: dat zij alleen maar op zondag geloven en niet op maandag tot en met zaterdag. En dat kan toch niet de bedoeling van de kerk zijn? Dr. G. Dekker, emeritus hoogleraar godsdienstsociologie |
|
Kloof is overbrugdJohn Wesley zei ooit: Mijn gemeente is de wereld. Alle wereldse denken en doen vond hij in zijn gemeente terug. De gemeente dient echter onbesmet bewaard te blijven van de van God afgevallen wereld (Jak. 1:27). Word deze wereld niet gelijkvormig, vermaant Paulus. Maar de wereld is ook Gods schepping. Die wereld gaf de Schepper ook na de zondeval niet prijs. Christus kwam als het Licht der wereld. God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eigen Zoon schonk. Opdat eenieder die gelooft, behouden wordt. Het is dus niet zo dat de (hele) wereld gemeente is, zoals ik een oecumenisch theoloog ooit hoorde zeggen. Wel zegt Jezus: Gij zijt het licht der wereld (Matth. 5:14). Die van Christus zijn, zijn lichtdragers. De kloof is overbrugd. Daarom kan de kerk, onder de belofte van de Geest, mensen in de wereld dringend nodigen om over de brug komen en zich te bekeren van de schema's van de wereld. Kerk van binnen naar buiten, enerzijds kritisch onderscheidend (oordelend), anderzijds wervend (heilbrengend). Dat vraagt geestelijke creativiteit, als schepping (creatie is schepping) van de Geest. Om in alle levensverbanden het Evangelie van het Koninkrijk present te stellen. Want de aarde is des Heeren (Psalm 24). Of kerken binnen de gereformeerde gezindte hier creatief genoeg zijn? De bittere verscheurdheid van het Lichaam van Christus is juist binnen de gereformeerde gezindte een hindernis voor de wereld om te geloven (Joh. 17). Creativiteit zou wel eens allereerst kunnen inhouden: het zoeken van elkaar, in het besef van gemeenschappelijke schuld naar de wereld toe; niet alleen als afzonderlijke christenen, ook als gemeenten en kerken. Er zal bovendien alleen creativiteit kunnen zijn als er bewogenheid is, vanuit de bewogenheid van Christus voor de schare. In het geloof in die bewogenheid behoeft geen ontmoeting te worden geschuwd en geen confrontatie te worden gevreesd. In een zelfgezocht isolement ligt geen kracht, wel in het isolement van het (Christus)beginsel (Groen van Prinsterer). Ga dan heen, onderwijs alle volken, in alle culturen, ook in multicultureel Nederland. Zou de Geest ook nu niet wegen banen in de tijd, als in afhankelijkheid van Hem naar nieuwe wegen wordt gezocht om de wereld te bereiken? Dr. ir. J. van der Graaf, studiesecretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk
|
|
|
Kloof loopt door de kerkenDe stelling gaat van enkele vooronderstellingen uit. Zoals de volgende: 1. Er is een kloof tussen kerk en wereld; 2. Die kloof moet gedicht worden; 3. De kerken zijn daar al creatief in. Enkele vragen bij deze vooronderstellingen zijn eerst op hun plaats: 1. Gods Woord zegt ons dat er een kloof is tussen Gods kinderen en de kinderen van de wereld (o.a. Joh. 17). Die kloof is er geweest vanaf het paradijs en die zal er blijven tot de jongste dag. Maar ligt die kloof wel tussen de kerk en de wereld? Is juist niet de nood van onze tijd dat die kloof te veel door de kerken zelf loopt? En dat misschien zelfs daar de kloof niet meer zo ervaren wordt, omdat de kinderen des lichts vaak zo duister zijn? 2. Zo beschouwd is de kloof tussen de kerk en de wereld er minder dan wel gedacht wordt. Is die kloof wel een échte kloof? Hebben de kerken van de gereformeerde gezindte zich al niet te veel aangepast aan de wereld, in het bijzonder in onze westerse cultuur, overvol materiële voorrechten? Is het zout misschien smakeloos geworden? (Matth. 5:13). 3. Heeft het verkleinen van de kloof tussen kerk en wereld te maken met de creativiteit van de kerk? Of is juist het ontbreken van creativiteit de oorzaak van het dichten? Hebben we de wacht des Heeren misschien te weinig waar genomen? (Num. 9:23). Allemaal kritische vragen die we onszelf steeds weer moeten stellen. In Adam heeft de mens een niet te peilen diepe kloof geslagen. In Christus is die kloof overbrugd. Daardoor kunnen mensenkinderen behouden worden. Daardoor kan de wereld nog zalig worden (Joh. 3:16). In die Weg en in die Weg alléén. De kerk heeft daarin een taak. De kerk moet zoeken Kerk te zijn. De Kerk heeft een Woord voor de wereld. Dan zal de Kerk in de wereld getuigen van het vleesgeworden Woord. Het getuigenis van dat Woord wil de Heere gebruiken om de kloof naar de wereld te overbruggen. Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken (Matth. 5:16). K. Karels RI, registerinformaticus en ouderling van de gereformeerde gemeente in Veenendaal
|
|
|
Ernst maken met zendingsbevelGaat dan heen, onderwijst al de volken... Jezus' opdracht aan Zijn discipelen was duidelijk. Ze moesten Pinksteren afwachten. Toen werden ze door de Heilige Geest op een bijzondere manier toegerust om Zijn opdracht te kunnen vervullen. Maar nergens lees je dat van de verkondigers gevraagd wordt dat ze hun eigen creativiteit inzetten om het Woord uit te dragen. Ze moeten slechts spreken zoals de Geest hun leert. En het is diezelfde Geest Die de harten van hun hoorders bewerkt. Dat uitgangspunt is in de loop van de kerkgeschiedenis misschien wel eens wat onder het stof verdwenen, maar het is ook steeds weer vernieuwd. Zo was het de kracht van de Reformatie en van verschillende andere opwekkingen dat de woordverkondiging weer centraal kwam te staan, de boodschap van zonde en genade. Ook in de 21e eeuw moeten de kerken geen energie steken in het bedenken van originele vondsten om de kloof tussen kerk en wereld te overbruggen, laat staan om die te dichten. Die kloof zal er tot het einde van de tijden zijn. De kerken en daarmee geldt dat dus ook voor ieder die daar lid van is! moeten in leer en leven simpelweg (meer) ernst gaan maken met het zendingsbevel. Natuurlijk is het daarbij een wezenlijke vraag op welke manieren en met welke middelen wij de moderne mens kunnen bereiken met de boodschap van het heil. De kerken moeten inderdaad de straat op, maar dat betekent niet dat de kerk als een standwerker haar waren zou moeten gaan aanprijzen. Ze moet de straat niet in de kerk halen. Het gebruik van allerlei moderne lokkertjes staat de kracht en de eenvoud van het Woord meer in de weg dan dat het de heilsboodschap ondersteunt. Niet de creatieve, maar de eenvoudige verkondiging moet de kloof overbruggen. Als de resultaten van de 'creativiteit' van Gods Geest ons tegenvallen, moeten we niet verwachten dat de inzet van onze eigen creativiteit meer vrucht zal opleveren. Dr. R. Bisschop, schooldecaan en lid van de oud gereformeerde gemeente in Veenendaal
|
|
|
Vóórlevend getuigenisIn creativiteit, in de zin van het bedenken van pr-recepten om kerk en wereld dichter bij elkaar te brengen, geloof ik niet zo erg; in elk geval niet in het 'rendement' dat het zou moeten opbrengen. Aan creatief bezig zijn van de gereformeerde gezindte naar de buitenkerkelijke wereld toe, kan ik alleen denken in termen van een sterker voorlevend getuigenis van wat men zegt te belijden en te geloven, van de kerken als geheel, maar vooral van de individuele leden van die kerken. Niet te denken dus, althans niet allereerst of alleen, aan georganiseerde herevangelisatie van de samenleving volgens vindingrijk uitgedachte strategieën en uitgekookte recepten. Of aan laagdrempeligheid om kerkdiensten voor buitenkerkelijken meer toegankelijk te maken (soms op het infantiele af), maar veel meer aan een vóórlevend getuigenis in woord en daad van elke christen persoonlijk in zijn of haar dagelijkse leef- en werkomgeving. Als instituut hebben de kerken naar de wereld toe door eigen schuld in onze westerse samenleving aan overtuigingskracht sterk ingeboet. Aan de aanbevelingen en waarschuwingen die de kerken in georganiseerd verband aan de samenleving afgeven, wordt nog wel aandacht gegeven, maar de onderlinge verdeeldheid ontkracht niet zelden de kracht ervan. De kloof tussen kerk en wereld dichten, zal in onze westerse cultuur vooral hierin gelegen moeten zijn dat we als individuele christen met Gods hulp in onze directe omgeving heilzame en helende invloed uitoefenen, vanuit de opdracht van Christus om een zoutend zout, een lichtend licht en een stad op de berg te zijn. Door in bescheidenheid maar met overtuiging de boodschap en de waarden van het Evangelie aan te prijzen als medicijn voor een mondiale en nationale samenleving, die in meer dan één opzicht in verval zijn. Hoe voedt de kerk haar leden daartoe op? Allereerst door prediking naar binnen. Waarin onderscheidt de gemeente van Christus, ook de gereformeerde gezindte, zich van de wereld? Hoever zijn wij als kerken verwijderd van nog maar het begin van het Evangelie? Prediking naar binnen zal indringend, vermanend en duidelijk richtinggevend moeten zijn, elk lid van de gemeente ertoe opvoedend om op de eigen plaats in de samenleving, in de ontmoeting met andersdenkenden, blijk te geven van en te spreken over de waarde van het Evangelie voor het persoonlijk leven en voor de samenleving, waarin wij mens met en onder de mensen mogen zijn. En wie dat dan op creatieve wijze wil doen, zal veel de woorden van die oude hymne moeten bidden: Veni, Creator Spiritus, Kom, Schepper Geest. Hierin ligt waarschijnlijk de effectiefste creativiteit om kerk en wereld dichter bij elkaar te brengen. D. Koole, ouderling van de christelijke gereformeerde kerk in Rijswijk |
|