Dossier Orgaandonatie 31 januari 1998

Twijfels bij Stichting Bezinning Orgaandonatie over hersendood

”Een hersendode kan er nog zijn”

Door W. van Hengel
”Dat een hersendode daadwerkelijk is overleden, is een uitspraak diewetenschappelijk niet hard is te maken. De stelling stoelt niet op feiten. Als je het lichaam vergelijkt met een woning, dan is er bij hersendood sprake van een onbewoonbaar verklaarde woning. Maar wat zegt dat over de bewoner? Niets toch? Hij kan er nog zijn. Voor een hersendode geldt hetzelfde. Is zo iemand overleden? Wij zeggen dat de Gezondheidsraad niet na”.

Aan het woord is Joke Vermeulen, voorheen fysiotherapeute, maar tegenwoordig werkzaam bij het “International studycentre for independent search for truth” (ISIS) in Den Haag. Zij is theosofe en tevens bestuurslid van de ruim een jaar jonge Stichting Bezinning Orgaandonatie. “Een stichting die zich niet wil binden aan een bepaalde levensbeschouwing. Wat ons als vijf leden tellend bestuur verenigt, is het geloof in het bestaan en voortbestaan van de menselijke ziel”.

De stichting trad onlangs voor het eerst naar buiten met een kritisch standpunt inzake de hersendood en de daaraan gekoppelde overlijdensverklaring. Vermeulen: “Kern van onze bezwaren is dat in het rapport “Hersendoodcriteria” van de gelijknamige commissie van de Gezondheidsraad -en sinds kort ook in de Wet op de orgaandonatie- de hersendood gelijk wordt gesteld aan de dood. De dood van de mens wordt volgens de commissie bepaald door de dood van de hersenen”.

De Stichting Bezinning Orgaandonatie (SBO) plaatst daar een vraagteken bij. In het rapport van de Gezondheidsraad wordt volgens de SBO geen aandacht geschonken aan de niet-waarneembare procesmatige kanten van het stervensproces, de losmaking van ziel en lichaam. Die thematiek hoort volgens de commissie van de Gezondheidsraad thuis bij filosofen en theologen.

Het probleem is volgens Vermeulen dat die niet in de commissie vertegenwoordigd waren. Zij stelt overigens vast dat in de breedte van de Nederlandse kerken in het verleden geen bezwaren zijn gehoord tegen de gelijkstelling van het begrip hersendood met de dood, behalve hier en daar van een enkele predikant. De visie op hersendood van de meerderheid der medici werd vrijwel door alle predikanten en theologen gevolgd.

Zo niet door de hervormde emeritus predikant ds. J. Mettau uit Deurne, opmerkelijk genoeg een voorstander van orgaandonatie en zelfs drager van een codicil. “Mijn hoornvliezen wil ik best afstaan”.

Hij schreef ooit een ingezonden artikel in Trouw waarin hij het begrip “hersendode” een suggestieve benaming noemt. Een uitspraak waar hij nog steeds achter staat, zo liet hij deze week weten. “De hersendode kan ons geen téken van leven geven, maar leeft hij of zij daarom niet meer?”

Minderheidsnota
Mettau baseert zijn standpunt op een minderheidsnota in een eerdere rapportage over hersendood van de Gezondheidsraad, geschreven door onder meer de inmiddels overleden gezondheidsjuriste mr. dr. H. A. H. van Till-d'Aulnis de Bourouill. Zij stelde dat de standaard-onderzoekstechnieken van de hersenen onvoldoende gegevens verschaffen over de diepere hersendelen, de zogenaamde middenhersenen.Van Till vond het daarom juister om in plaats van hersendood te spreken over de “veronderstelde” hersendood. “Ondanks functieverlies van hersenschors en hersenstam is namelijk niet uitgesloten dat in de middenhersenen nog enige functie over is. (...) Men moet rekening houden met het feit dat men niet weet wat daar nog gebeurt”.

Van Till acht het mogelijk dat in deze hersendelen nog “een gebrekkige stofwisseling” bestaat. Een stofwisseling die echter te zwak is voor het afgeven van de gebruikelijke signalen door de hersencellen. Die zijn dan niet dood, maar zij leven nog zwakjes. “Neurologen zeggen dan: De cel is niet dood, maar hij 'vonkt niet'. Er is dan wel een volledig functieverlies van de hersenen, net als bij gewone doden, maar de toestand van de patiënt is toch niet gelijk aan die van een gewone dode, want zijn hersencellen leven nog. Wat dat voor de patiënt betekent, weet niemand”.

Levenstekenen
Mevrouw Vermeulen haakt daarbij aan. “De SBO kan wel accepteren dat een hersendode in een onomkeerbaar stervensproces terecht is gekomen. Maar dit betekent niet dat iemand tijdens de voltrekking van dit proces tegelijkertijd dood is. Integendeel. Een stervende is geen dode”.Volgens Vermeulen vertoont een hersendode ook geen tekenen van een dode, maar juist alle tekenen van leven. “Het hart klopt, het bloed stroomt, de spijsvertering werkt. Er zijn zelfs reflexachtige bewegingen mogelijk tot en met het optillen van armen en bewegingen van de benen die op lopen lijken, het zogeheten Lazarusteken”.

”Al die symptomen”, aldus Vermeulen, “kunnen alleen bij levende systemen optreden en zij getuigen dus ook van leven. Dat dit leven kunstmatig in gang wordt gehouden via beademing en toediening van medicamenten is niet wezenlijk. Die kunstmatige ingrepen komen bij alle ziekteprocessen voor. Wezenlijk is dat er sprake is van leven. Wie dan ook stelt dat een hersendode nog slechts een stoffelijk overschot is, een echte dode, doet de waarheid geweld aan. Een werkelijk stoffelijk overschot is niet te beademen, want hierin zijn heel andere processen op gang gekomen. Het lichaam wordt wit, koud en stijf, de chemie van de dood. Je kunt het ook zo zeggen: Pas dan heeft de ziel het lichaam verlaten”.

De SBO vindt dat de overheidsvoorlichting over orgaandonatie mensen op het verkeerde been kan zetten. “Als de overheid stelt neutrale informatie te verschaffen over orgaandonatie, dan dienen ook de vraagtekens die sommigen zetten achter de stelling “hersendood is dood”, daarin te worden betrokken. Dit gebeurt echter niet. Ook deze informatie hoort volgens de SBO in neutrale voorlichting thuis”, aldus Vermeulen.