Ds. Pieters spreekt voor ambtsdragers Gekrookte Riet
Verkiezing geen hindernis bij recht zicht op onszelfVan onze kerkredactie MAARTENSDIJK Het probleem van de verhouding tussen verbond en verkiezing zit hierin dat de mens goede gedachten over zichzelf heeft en slechte gedachten over God. Velen zien de verkiezing als een beperking van het Evangelie, de belofte, het verbond en de genade. Ten diepste is dat echter niet anders dan een regelrecht arminianisme of remonstrantisme. Ds. W. Pieters stelde dit zaterdag tijdens de jaarlijkse ambtsdragersvergadering van het Gekrookte Riet in Maartensdijk. Ds. S. de Jong sprak een openingswoord naar aanleiding van Psalm 112:1. De vreze des Heeren is het allerkostelijkste kleinood dat de Heere in dit leven geven kan, zei de emeritus predikant uit Leerbroek. Wij weten echter op grond van het Woord des Heeren, bevestigd in de praktijk van het leven, dat we die allen moeten missen voorzover we leven als we geboren zijn. Van de zijde van de Heere is er echter verwachting voor hen die niets meer van zichzelf verwachten en die verwaardigd mochten worden hun geestelijke doodstaat in beginsel recht te leren kennen, zei ds. De Jong. Gewillig Ds. Pieters ging in op pastorale vragen rond verbond en verkiezing, nadat hij eerst uiteengezet had wat de Bijbel en de vaderen over verbond en verkiezing hebben gezegd. De hervormde predikant uit Genemuiden stelde dat heel wat mensen er net als de remonstranten onbewust van uitgaan dat wij vanuit onszelf gewillig zijn om zalig te worden. Als dat waar zou zijn, dan zou de doop en dan zou het Evangelie iets zijn waarmee ik, gewillige mens, aan het werk kon gaan om God over te halen mij zalig te maken. Dat zou, aldus ds. Pieters, echter een naar probleem kunnen geven. Want misschien heeft God mij niet uitverkoren. En als dat zo is, dan loop ik muurvast, want dan helpt het allemaal toch niet, wat ik ook doe. Dit pastorale probleem zou echter helemaal verdwenen zijn, hield ds. Pieters de ambtsdragers voor, als de mens maar een recht zicht op zichzelf had. De Bijbelse leer van de uitverkiezing betekent niet dat een gewillige zondaar met al zijn pogingen stukloopt op een misschien onwillige God met Zijn onwrikbare besluit van eeuwigheid. Maar het is net andersom. Ik ben een onwillige zondaar en ik doe er vanuit mijzelf alles aan om verloren te gaan. De Heilige Schrift leert dat God in Zijn vrijmachtig welbehagen uit de grote massa van onwillige zondaren toch nog mensen wil zalig maken. Voor wie ziet dat hij slecht genoeg is om voor eeuwig verdoemd te worden, is de leer van de verkiezing geen struikelblok meer, betoogde de predikant. Zo iemand speelt verbond en verkiezing niet meer tegen elkaar uit en die probeert niet meer om zich met enige verbondsweldaden op de been te houden. Pastoraal Ds. Pieters wees erop hoe Wilhelmus à Brakel mensen probeert in te winnen voor het verbond. Hij heeft het dan niet over de verkiezing, maar wijst op de onkunde ze weten weinig af van de heerlijke inhoud van het verbond en op de luiheid van gemeenteleden. Veel te onderzoeken, te bidden en te worstelen om te geloven en om door het geloof het verbond aan te grijpen, is hun een te zwaar werk. Als Brakel probeert mensen over te halen een bondgenoot te worden, wijst hij erop dat er buiten het verbond niets is dan ellende en in het verbond alle zaligheid. Bovendien is het God die roept: Wend u naar Mij toe en word behouden. En Hij zal niemand verstoten die in waarheid door Christus tot Hem komt. Als ambtsdragers zo in hun pastorale contacten zouden spreken, zouden minder mensen in de knoop raken met de verkiezing en het verbond, stelde ds. Pieters. Dan blijkt namelijk dat ze heel niet over de verkiezing hoeven na te denken, als ze zich er ernstig toe zetten om een bondgenoot van God te worden. Wanneer dat duidelijk wordt gemaakt, is op pastoraal niveau de spanning tussen verbond en verkiezing geen hindernis. Dan blijven er leerstellig genoeg vragen over, maar dan hoeven mensen deze niet te beantwoorden in verband met een vraag als: Is het verbond er ook voor mij, hoor ik er ook bij? Kerkvoogdijkwestie Tijdens de rondvraag vroeg ds. D. Heemskerk aandacht voor de gemeenten die in verband met de kerkvoogdijkwestie in pastorale nood zijn, zoals Ouddorp en Sint Maartensdijk. De predikant uit Garderen vindt de verdediging van preses ds. B. J. van Vreeswijk laakbaar. Deze stelt dat het moderamen met het stilleggen van het beroepingswerk niet anders doet dan besluiten van de synode uitvoeren. Volgens ds. Heemskerk haalt de preses twee dingen door elkaar. Er is in het verleden wel een kerkordewijziging aangenomen, maar daarbij is nooit besloten om gemeenten in pastorale nood te brengen. Hij riep de ambtsdragers op om hun classis te verzoeken een brief hierover aan de hervormde synode te schrijven. Synodelid ds. Pieters opperde dat het goed zou zijn de synode te vragen een nieuw besluit te nemen om hangende de procesvoering de kerkvoogdijen bevoegd te verklaren. M. Muis, woordvoerder namens de 44 procederende gemeenten, pleitte voor een zorgvuldige woordkeus. Gemeenten moeten niet de suggestie wekken alsof zij ook zelf menen dat de betrokken kerkvoogdijen onbevoegd zijn. Een conceptbrief wordt opgesteld. |