Kerkelijk Leven

Pax Christi Nederland vijftig jaar bezig met vrede en verzoening

Voorwerk voor het laatste visioen

Door K. van der Zwaag
UTRECHT – Wanneer houden geweld en oorlog ooit op? De wereld wordt geteisterd door zo'n 32 oorlogen en conflicten, maar de kans op vrede is groter dan zo'n vijftien jaar geleden. Een voorzichtig optimisme typeert prof. dr. Fred van Iersel, secretaris van Pax Christi Nederland, de rooms-katholieke vredesorganisatie die zaterdag haar vijftigjarig bestaan viert. „Uiteindelijke vrede in Christus bereiken we met ons werk niet, we verrichten wat voorwerk”.

Prof. Van Iersel is de opvolger van drs. Jan ter Laak, die samen met zijn IKV-collega Mient Jan Faber talloze malen de pers haalde. Ter Laak gaf twee jaar geleden om persoonlijke redenen zijn functie op. Pax Christi Nederland is onderdeel van een internationale beweging die in 1945 werd opgericht. Het initiatief werd genomen door Nederlandse, Franse en Duitse rooms-katholieken, die een bijdrage wilden leveren aan het proces van vrede en verzoening in het naoorlogse Europa. De Nederlandse sectie is in 1948 opgericht.

Spiritueel
Pax Christi is altijd een rooms-katholieke beweging geweest, zegt prof. Van Iersel. Vanaf de oprichting tot 1962 was zij vooral een spirituele beweging, gericht op vrede en verzoening via gebed, bezinning en ontmoeting. Tekenend waren de voettochten die vanaf 1958 jaarlijks werden gehouden. Na 1959 kwamen ook studie en actie in het vizier. In 1962, na het Tweede Vaticaans Concilie, werden de deuren van de Rooms-Katholieke Kerk opengezet en kreeg Pax Christi een meer politieke en maatschappelijke rol toebedeeld.

In die tijd hielp Pax Christi mee een oecumenische vredesbeweging op te zetten, wat in 1966 resulteerde in het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV). Nog steeds participieert Pax Christi namens de RK-Kerk in Nederland daarin. De twee vredesorganisaties profileerden zich in de jaren zeventig als protestbewegingen tegen de bewapeningswedloop, vooral tegen de kernbewapening. Pax Christi vindt haar werk nog steeds even belangrijk als dat van het IKV. Zij wil vooral de contacten met de kerken stimuleren en een brugfunctie vervullen tussen kerk en politiek.

Verbreed
Bij veel Nederlanders leeft nog het idee dat de vredesbeweging vooral uit is op massademonstraties. Maar intussen zijn de tijden veranderd. Na 1986, na het einde van de Koude Oorlog, verbreedde Pax Christi haar taakstelling tot het wereldwijd werken aan vrede en verzoening, waarbij de strijd voor de mensenrechten en democratisering belangrijke elementen waren.

„We zijn niet meer de protestbeweging van vroeger. Toen was de kernbewapening zo'n massieve realiteit dat we daartegen protest moesten aantekenen. We zijn nu meer een partner in vrede geworden. We verwachten zeker geen evolutie naar een meer vreedzame wereld, maar de huidige situatie is wel zo dat er nog nooit zo veel democratische regeringen zijn geweest als nu. De kans op vrede is groter dan voorheen, al vallen conflicten door de beeldvorming meer op dan vroeger”.

Een moeilijk punt bij Pax Christi is het zichtbaar maken van het werk, zegt Van Iersel. „We willen daarom ook het educatieve werk flink aanpakken: voorlichting naar het onderwijs en de eigen achterban. „We boeken internationaal veel succes en worden als niet-gouvernementele organisaties serieus genomen door de overheid. Pax Christi wil in crisisgebieden de eigen rol niet overmatig profileren. Omdat we veelal gericht zijn op het ondersteunen van plaatselijke vredesbewegingen, zoals in Sudan, is het werk niet altijd zichtbaar te maken, hoewel er voor ons werk veel media-aandacht bestaat”.

Paraplu
Pax Christi opereert onder de paraplu van de gelijknamige internationale organisatie, die inmiddels 32 secties kent en momenteel onder leiding staat van de Belgische kardinaal Danneels. De voorzitter van de nationale afdeling is meestal een bisschop, in Nederland is dat nu bisschop A. H. van Luyn. „Pax Christi blijft een rooms-katholieke organisatie, die haar beleid nauw afstemt op dat van de bisschoppenconferenties. Er wordt wederzijds naar elkaar geluisterd”.

Interne theologische conflicten in de RK-Kerk, zoals rond de bevrijdingstheologie of de vrouw in het ambt, worden door Pax Christi consequent gemeden. Prof. Van Iersel: „We hebben nooit partij gekozen in zulke kwesties. Werken aan vrede is de verantwoordelijkheid van alle mensen, of ze nu links of rechts georiënteerd zijn. Het feit dat we niet voor één theologische stroming gekozen hebben, is onze kracht geweest. We zijn wel geïnteresseerd in het debat over de verzoening, maar verzoening is breder dan theologie. We proberen in een land waar conflicten heersen oude tegenstanders met elkaar in dialoog te brengen en het conflict te doen deëscaleren”.

Meerwaarde
Pax Christi heeft zich in de loop der jaren met uiteenlopende zaken beziggehouden, zoals (kern)bewapening, dienstweigering, contacten met Oost-Europa (met zowel officiële vredesbewegingen als dissidenten), Vietnam, ontwikkelingshulp, de oorlog in Colombia, Sudan, Kosovo. Bijzondere aandacht heeft de organisatie voor de bewapening na de Koude Oorlog: het probleem van de landmijnen, kleine wapens en kindsoldaten. In de nabije toekomst ziet ze ook een taak weggelegd in het bevorderen van veiligheid in het kader van een nieuw NAVO-beleid.

Wat is eigenlijk nog de meerwaarde van geloof en kerk? „Die zie ik vooral in het nastreven van gerechtigheid. Vanuit de katholieke visie is de vrede „orde van gerechtigheid (pax ordo justitiae)”. Wanneer er in de maatschappij gerechtigheid nagestreefd wordt, is er sprake van duurzame vrede. Gerechtigheid heeft alles te maken met spiritualiteit, die een inspiratiebron is voor het menselijke handelen”.

Vragen
Wie is God voor Pax Christi? „Wij hebben veel contacten met militairen en burgers die vragen stellen over geloof over God. Hoe kan het dat Hij zo veel lijden toestaat? Typerend is het stiltecentrum op ons kantoor in Utrecht, waar vredeswerk en pastoraat op een speciale wijze met elkaar verbonden zijn. Ik zie het geloof vooral als inspiratiebron. Enkele hoofdmotieven in de Schrift –bijvoorbeeld de visie op de mens als beeld van God en het uittochtmotief– hebben van meet af aan een innerlijke politieke betekenis gehad. Geloof en politiek staan dus niet tegenover elkaar. Als er geen uiteindelijk vredesvisioen is, zouden we dit werk niet volhouden. De zuiver politieke vredesbewegingen zijn de laatste tijd alle verdwenen. Alleen de godsdienstig geïnspireerde hebben standgehouden”.