Kerkelijk Leven

Lauwheid leidt tot toenemende tolerantie jegens Rome

Over een klein schijfje brood

Door G. Roos
„De beste bestrijding van het rooms-katholicisme in Nederland is de herleving van de Nederlandse Hervormde Kerk”, zo zei dr. K. H. E. Gravemeyer ooit in de synode. Het prinselijk paar dat zaterdag in Apeldoorn ter communie ging, zal deze uitspraak van de bekende theoloog niet kennen. Voorts wijst de enquête van Bureau Interview niet op strijd, maar op toenemende tolerantie jegens Rome. Slechts 18 procent van de bevraagde protestanten keurt de koninklijke communie af. Dat komt niet door een „soepeler opstelling”, antwoordt de heer D. Redert van de vereniging Protestants Nederland. Er is sprake van „een lauwe levenshouding”.

Wat gebeurde er eigenlijk? Marilène maakt deel uit van de Rooms-Katholieke Kerk. Dat leverde een oecumenische kerkdienst op. Want haar bruidegom, zijn moeder en de vorstelijke grootouders zijn vanouds hervormd. Deze hebben tijdens de huwelijksmis de hostie uit handen van de priester ontvangen en genuttigd: een schijfje brood dat van ongezuurd tarwemeel is gebakken. Via de consecratie, het uitspreken van de sacramentele woorden, zouden brood en wijn bij het misoffer wezenlijk veranderen in het lichaam en bloed van Christus.

Pater G. A. Oostvogel kreeg van de bisschop te horen dat hij geen protestanten ter communie had mogen nodigen. Ds. N. M. A. ter Linden had hem als hervormd predikant niet mogen assisteren bij de bediening van het sacrament. Calvinistische 'kopstukken' maken zich kwaad. Maar geen van beide in het geding zijnde geloofsgemeenschappen neemt 'maatregelen'.

Dilemma
Het dilemma was voor Marilène –en dus ook voor haar echtgenoot– niet eenvoudig. Voor rooms-katholieken is het burgerlijk huwelijk een formaliteit, alleen te dulden in verband met de regeling van burgerlijke verhoudingen. Zij die 'slechts' trouwen in het stadhuis leven in zekere zin in concubinaat. Eigenlijk fungeert voor een rooms-katholiek de kerk als overheid.

Ruim een halve eeuw geleden schreef bisschop Huibers van Haarlem in zijn “Kleine Katechismus”: „Om geldig te zijn moet het huwelijk gesloten worden voor de pastoor der parochie of door de priester door die pastoor gemachtigd”.

Was het prinselijk paar vrij om te kiezen? In zekere zin niet. In 1986 zag –met een aanbevelend voorwoord van kardinaal Simonis– de “Katholieke Katechismus voor volwassenen” het licht. Klip en klaar luidt het daarin: „Een geldig huwelijk komt alleen tot stand door het jawoord van bruid en bruidegom, gesproken in de kerkelijk voorgeschreven vorm. Dit jawoord kan –zoals het kerkelijk recht zegt– door geen macht ter wereld vervangen worden”.

Of een rooms-katholiek nu een alledaagse of een vorstelijke verbintenis aangaat: wie tegelijk zijn geloof serieus neemt, heeft nauwelijks een andere keus dan die van het altaar. Het huwelijk is immers niet minder dan een sacrament. Terwijl het ontvangen van de communie „oorsprong en hoogtepunt is van het christelijk en kerkelijk leven”. Wie zou zo'n huwelijksmis willen missen?

Laten wij het er voorlopig op houden dat het te ver gezocht is om aan dit gegeven consequenties te verbinden betreffende de kleding van Marilène. Zij droeg pas op de dag van de kerkdienst haar echte trouwjapon.

In beweging
Wie met een rooms-katholiek meisje trouwt, moet zich de mis laten welgevallen. Maurits heeft toegestemd. Opiniemakers verheffen hun stem. Maar slechts een beperkt percentage protestanten geeft blijk van afkeuring. Raken zij het predikaat van scherpslijper kwijt? Blijkt ook de gereformeerde gezindte soepeler? Of is er sprake van lauwheid? Er blijkt in elk geval iets in beweging. Aan beide zijden.

Bij 'Rome'. Er bestaat groot onderscheid tussen de paus en pastor Oostvogel. Zij zitten niet op één lijn. Zo antwoordde ook de abt van de benedictijners in Egmond-Binnen begin dit jaar in een interview op de vraag of hij echt gelooft dat brood wezenlijk verandert in vlees: „In de Bijbel staat dat Jezus Zelf in het midden is waar twee of drie in Zijn Naam vergaderen. Zo is Hij ook aanwezig in de eucharistie”.

Maar ook onder protestanten. De voormalige priester ds. H. J. Hegger, eerst gereformeerd, daarna hervormd, schreef in 1985 een open brief aan koningin Beatrix. Om haar te vermanen over de voorgenomen visitatie van Italië. Daar zit voor een vorst immers een bezoekje aan vast van het staatshoofd van het Vaticaan. Wellicht heeft de Koningin nog aan Hegger gedacht toen zij zich zaterdag, verstandig, afzijdig hield van de communie. De tot het protestantisme toegetreden priester ziet inmiddels in de 'hogere regionen' van de Rooms-Katholieke Kerk een verandering ten goede. Dat lijkt tot versoepeling te leiden in zijn houding ten opzichte van het pauselijk instituut.

Lauw
Als er vroeger meer distantie bestond ten opzichte van Rome, was dat, zo brengt de woordvoerder van Protestants Nederland naar voren, „omdat protestanten beter op de hoogte waren van de dwalingen”. Een periode waarin de Heilige Schrift het voor het zeggen had. Waardoor wij „de gave van het onderscheiden der dwalingen (nog) hadden”.

Redert vreest dat velen, ook in de gereformeerde gezindte, het onderscheid tussen Rome en de Reformatie niet meer kennen. Mensen zullen wellicht een paar verschillen op kunnen noemen. Maar of zij ten diepste weten wat zich afspeelde in de huwelijksdienst van Maurits en Marilène is voor hem de vraag.

„De opgaven om lid te worden van onze vereniging stromen niet binnen. Mede daaruit leid ik af dat mensen zich niet (meer) interesseren voor deze zaken. Onze gezindte zal desgevraagd de “paapse mis” wel veroordelen. Maar is dat omdat het ons pijn doet dat Christus' eenmalige offerande wordt versmaad?” Hij vreest van niet. „Dus, er is geen soepeler opstelling, maar een lauwe levenshouding. Er is maar één raad: wij moeten terug naar de sola's van de Reformatie”.

Vroeger
Terug naar de kerkhervorming? Calvijns Institutie noemt de mis een „pestilentiale dwaling”. Hij weet „hoe diepe wortelen deze pest geschoten heeft”. „Christus wordt in de mis met een onverdragelijke smaadheid en lastering bezwaard”. „De private mis is een goddeloos misbruik van het nachtmaal”.

Waarom deze zware woorden? De Heidelbergse Catechismus geeft het antwoord. „De mis leert dat de levenden en de doden niet door het lijden van Christus vergeving der zonden hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor hen van de mispriesters geofferd worde... en alzo is de mis in de grond anders niet, dan een verloochening der enige offerande en des lijdens van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij”.

Het taalgebruik was in de zestiende eeuw grover dan in onze dagen. Onze cultuur is een andere. Hebben protestanten behalve belastende woorden ook inhoudelijke argumenten ingeleverd? Het is de moeite waard de naoorlogse historie van de Hervormde Kerk een beetje door te bladeren.

Doorbladeren
Een kanselboodschap betreffende het communisme in 1948 deed de behoefte groeien aan een „breed stuk” over de verhouding tussen Rome en de Reformatie. Het werd een herderlijk schrijven. Maar vanuit de gedachte dat „de besliste afwijzing van de Rooms-Katholieke Kerk, zal zij waarachtig zijn, de vrucht moet wezen van een vernieuwde liefde voor en toewijding aan Gods waarheid”.

Openlijke afkeuring van de pauselijke leer kwam in 1949 aan de orde. Dat gebeurde in een brief aan de ministerraad. Tegen de vrijheid om op de straten van Nederland processies te houden. Want „dat zou de vrijheid der anderen opheffen om op de straat zichzelf te zijn”.

Toen op 1 november 1950 paus Pius XII de lichamelijke ten hemelopneming van Maria als onfeilbare waarheid proclameerde, zei de hervormde synode: „De afkondiging bedroeft ons en dit leerstuk verwerpen wij”. Vergezeld van de opmerking dat het Vaticaan hier opnieuw het bewijs leverde „dat de Rooms-Katholieke Kerk zich noch door de Schrift noch door de andere kerken van deze eenmaal ingeslagen weg laat terugroepen. Zij bevestigt hierdoor haar isolement en verdiept de kloof die haar van ons scheidt”.

Ook een rondschrijven van het hervormd synodemoderamen in 1953 nam nadrukkelijk stelling tegen de rooms-katholieke hiërarchie en ambtsopvatting. Maar het verzet onderkende met Gravemeyer het gevaar van lauwheid. „Opbloei van het katholicisme zou slechts passend beantwoord kunnen worden door een krachtig reformatorisch leven in onze eigen kerk”.

Gering protest
Tegen de achtergrond van de geschiedenis der laatste decennia is het protest van hervormd synodale zijde erg gering. De algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond sprak heel wat krachtiger taal.

Misschien had prof. dr. G. G. de Kruijff zelfs gelijk toen hij in NRC Handelsblad schreef: „Als de kardinaal het had laten lopen, had de hervormde synodepreses geen moment gedacht dat hij in actie moest komen. Hij was ervan uitgegaan dat zulke vieringen op tamelijk grote schaal plaatsvinden en dat leden van het Koninklijk Huis daar ook wel eens eerder aan zullen hebben deelgenomen”.

Versoepeling dus? Of lauwheid? Onkunde? Stelt onze gezindte zich toleranter op ten opzichte van Rome? Het geringe percentage aan protestanten dat zich volgens de enquête van Bureau Interview uitsprak tegen de gewraakte communie doet zulks vrezen. Wellicht zijn het slechts enkele opinionleaders of belangenorganisaties die hun verzet vorm geven. Namens zichzelf.

Imago van de kerk
Natuurlijk is het zuiver menselijk gezien erg vervelend voor een pasgetrouwd paar dat hun echtverbintenis in opspraak raakt. Zij kunnen in zeker opzicht gerust zijn. De enquête gaf aan dat slechts 9 tot 12 procent vindt dat het imago van het Koninklijk Huis schade leed.

Het christendom komt er zo gemakkelijk niet af. Berichten in De Telegraaf duiden op massaal aanschoppen tegen „die kerk ook altijd met haar strakke regels”. Het „mijn eigen zin doen” past goed bij het uit de band springen, dat onze postmoderne tijd eigen is.

Het in diskrediet brengen van de kerk valt de pastores aan te rekenen. Zij wisten dat ze tegen de regels handelden. In 1971 zag een gemeenschappelijke verklaring van vier kerken over het huwelijk het licht. Het stuk ontraadde avondmaals- of eucharistieviering. „Vindt deze toch plaats, dan dient dit strikt volgens regels van de kerk van een van de voorgangers te gebeuren. Een oecumenische viering is niet mogelijk”. Die voorschriften hebben de beide heren aan hun laars gelapt.

Desondanks geeft ds. Ter Linden –dat is een truc die het altijd goed schijnt te doen– de pers de schuld. Zo wentelt hij zijn eigen wangedrag af op anderen.

Excommunicatie
„Beiden heren dienen volgens het kerkrecht geëxcommuniceerd te worden”, zegt de heer D. Roozemond van het Katholiek Nederlands Persbureau (KNP). „Pater Oostvogel heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de leer die alleen rooms-katholieken toelaat ter communie. Volgens de jezuïeten zij het hem vergeven. „Het doel heiligt de middelen” is nog altijd van onverminderde kracht. Zeker als het om koninklijke personen gaat. Met name nu dat het protestantse huis van Oranje-Nassau betreft, een van de weinige protestantse huizen binnen een Verenigd Europa.

„Alle kinderen die uit dit huwelijk geboren worden zijn volgens het canonieke recht rooms-katholiek”, voegt Roozemond eraan toe. Daarbij brengt hij de affaires in herinnering rond de prinsessen Irene en Christina. En hij vraagt zich af of deze zogenaamde oecumenische dienst „een roomse knuppel in het protestantse hoenderhok is om de weg te effenen voor de eveneens rooms-katholieke Emily Bremer”. Het meest pijnlijk acht de KNP-woordvoerder de betrokkenheid van prinses Juliana bij deze zaak. „Zij bezocht in haar jeugd het godvruchtige protestantse volk van de Veluwe”.

Ethiek en wedergeboorte
Blijkt ook de gereformeerde gezindte soepeler jegens Rome? Evangelist J. W. N. van Dooijeweert van de stichting In de Rechte Straat meent van wel. „Velen roepen om het hardst: Rome is de hoer uit Openbaring. Maar anderen sloven zich uit om aan te tonen dat Rome dichter bij de Reformatie kwam en zeggen: „Die mensen hebben toch ook een Bijbel? Zij gaan tenminste nog naar de kerk. Ze geloven ook in Jezus. En in de hel en de hemel”. Het is nog maar de vraag wat erger is, of wat slechter is voor het kerkelijk klimaat in ons land”, aldus de evangelist.

Van Dooijeweert herinnert aan pater Koopmans en zijn strijd tegen abortus en euthanasie. „Ik weet van reformatorische christenen die in verrukking met hem in correspondentie waren. Pater Koopmans streed tenminste voor de zaak waarvoor hij stond”. Over bisschop Simonis schreef iemand: „Ik heb hem beter leren kennen en ik ben ervan overtuigd dat hij een wedergeboren kind van God is”.

Maar „de reformatorische christenen laten zich in onze tijd zand in de ogen strooien door niet te beseffen dat „strijden voor een ethische goede zaak” nog geen wedergeboorte is”, aldus de woordvoerder van IRS. „Juist in rooms-katholieke kringen zijn zoveel bijbelstudiegroepen, terwijl dat in bevindelijke kringen vaak wordt verboden. Dit richt ogen van mensen op rooms-katholieken met een begerig hart”.

De evangelist wijst erop dat velen menen dat afwijzen van dwalingen een teken vormt van domheid en kortzichtigheid. „Het geweldig gebrek aan inzicht in de ware geloofszaken is een belangrijke oorzaak achter het anders denken over Rome. Dat ligt mede aan de vloedgolven van prediking zonder persoonlijke boodschap en zonder wezenlijk inzicht in deze tijd”.

Meer dan letterkennis
Gravemeyer drong aan op de „herleving van de Nederlandse Hervormde Kerk”. De hervormde synode vroeg „vernieuwde liefde voor en toewijding aan Gods waarheid”. Dat lijkt de beste beveiliging tegen een lauwe levenshouding. Maar daar is meer voor nodig dan letterkennis. Terug naar de sola's van de Reformatie. Bedelend om de Heilige Geest.