Kerkelijk Leven

Gebroeders Erskine centraal op eerste Lunterse lezing

„Een zondaar heeft weinig tijd”

Van onze kerkredactie
LUNTEREN – „De Erskines hebben met kracht verkondigd dat God een belovend God is in het Evangelie. Wanneer zij zo over God spreken, bedoelen zij dat God de zaligheid in Zijn Woord belooft. Zij leggen de gemeenten na aan het hart hoe goed God is voor zondige mensen. Hij roept hen tot de zaligheid en belooft eenieder die tot Hem komt, het eeuwige leven”.

In de eerste van de vier kerkhistorische lezingen die jaarlijks plaatsvinden in de Oude Kerk te Lunteren sprak ds. H. Polinder over het leven en het werk van de gebroeders Erskine. Dat zij verkondigden dat God in het Evangelie een belovend God is, illustreerde de christelijke gereformeerde predikant uit Genemuiden met een passage uit een van hun preken: „Een belovend God stelt Zichzelf in het Woord der genade en in de prediking van het Evangelie voor alsof Hij u uit de hemel met naam en toenaam toeriep, zeggende: „Tot u dat is: tot u, zondaars, uit Adam voortgesproten, is het Woord der zaligheid gezonden”. God zendt in de prediking het Woord van de zaligheid tot eenieder”.

Ebenezer Erskine gaat zelfs zover, zei ds. Polinder, dat hij op een gegeven moment zegt: „Welke uitvluchten het ongelovig en bedriegelijk hart ook zou mogen inbrengen, de belofte van God is nochtans aan iedereen die het Evangelie hoort zo nabijgebracht, als de belofte aan Abraham gedaan, wanneer een hoorbare stem uit de hemel tot hem sprak”.

Voorwaarden
De Erskines hebben zich verzet tegen een prediking waarbij een zondaar zich eerst geschikt moet maken om tot Christus te komen, zei de Genemuider predikant. „Een zondaar mag komen tot Christus, omdat God roept, en omdat God de zaligheid aan zondaren belooft. De Erskines hebben dit benadrukt, omdat hier het wezen van de genade in het geding is. Genade is vrije genade, die geen voorwaarden in de mens zoekt. Gods genade is pure genade, van het begin tot het einde. Dat is nog steeds het hart van het Evangelie, wat helder in het licht gesteld moet worden”.

Als tweede opmerkelijke element in de prediking van de gebroeders Erskine, noemde ds. Polinder hun spreken over het geloof. „De Erskines geven ruime aandacht aan het geloof en zijn werkzaamheden. Het geloof is het door de Heilige Geest gewerkte antwoord op de prediking van de belovende God. Het geloof komt tot Christus, omdat het steunt op de belofte. Het geloof komt niet omdat het bij zichzelf een geschiktheid waarneemt om tot Christus te gaan. Het geloof steunt op Gods belovende roepstem”.

Verzoening
Ds. Polinder zei diep onder de indruk te zijn gekomen van de wijze waarop Ralph en Ebenezer Erskine gezanten en ambassadeurs van Christus zijn geweest. „Zij bedienden het Woord der verzoening. Vaak komen we in hun preken tegen dat zij zondaars aan het hart leggen: „Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekende, en heeft het Woord der verzoening in ons gelegd”. De prediking van de Erskines kenmerkt zich door een diepe bewogenheid met hen die onbekeerd zijn. De liefde van Christus heeft hen gedrongen om zondaren voortdurend te wijzen op Christus als de enige en volkomen Zaligmaker. Ze hebben de heerlijkheid van Christus bezongen om zondaren te lokken tot deze bereidwillige Zaligmaker. Ze deden dit met aandrang, omdat ze wisten dat de tijd voor een zondaar kort is”.

De beide broers waren gericht op de eer van hun Heere en Zaligmaker, zei ds. Polinder. „Ze gunden de Heere Jezus alle zielen en de duivel gunden ze er niet een. Ze waren vervuld met een hartstochtelijke liefde tot Christus, Die hun Bruidegom was. In hun prediking bezongen ze Christus' heerlijkheid. Daarbij proef je: dit zijn mensen die Christus vurig beminnen”.