Kerk en Godsdienst8 augustus 2001

Gebouw is boven Petrus' huis gezet om archeologische resten te beschermen

De hangende kerk van Kapérnaüm

Door A. Muller
KAPÉRNAUM – Normaal gesproken staat een kerk op de grond, maar de kerk in Kapérnaüm hangt in de lucht. De Franciscaanse Voogdij voor het Heilige Land heeft het gebouw boven het huis van Petrus gezet, om de archeologische resten van dat huis te beschermen en de herinnering aan de bekende discipel te bewaren. Men spreekt dan ook van een monument. De Rooms-Katholieke Kerk opende het achthoekige gebouw op 29 juni 1990.


De kerk lijkt wel wat op een boot. Niet verwonderlijk, want enkele tientallen meters verderop ligt het Meer van Galilea, waar Petrus visser was. De vloer van het achthoekige gebouw loopt trapsgewijs af naar het centrum. Daar heeft de Italiaanse architect Ildo Avetta een grote glasplaat laten aanbrengen. Deze bevindt zich pal boven het huis van Petrus. Vanuit de kerk kunnen de mensen dus in het huis van Petrus kijken. Maar daar is wel goede uitleg bij nodig, want er is niet veel meer van te zien.

De franciscanen schakelden Israëlische bouwkundigen van het Technion in Haifa in om uitgebreide en gecompliceerde studies te verrichten, voordat ze de gewaagde architectuur lieten neerzetten aan de oevers van de bekende binnenzee. Het grote Israëlische aannemersbedrijf Solel Bonneh voerde de bouw uit onder leiding van de Arabische ingenieur Anis Sruji uit Nazareth.

Deze kerk wijkt in een belangrijk opzicht af van andere kerken die op plaatsen zijn gebouwd waar volgens de christelijk traditie belangrijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Normaal gesproken vormt het archeologisch overblijfsel namelijk een centraal onderdeel van het kerkgebouw zelf. De kerk van Ildo Avetta zweeft er als het ware boven.

Stenen
Veel bezoekers van Kapérnaüm komen het gebouw niet binnen. Ze blijven onder de kerk staan om de overblijfselen van het huis van Petrus te bekijken. „Sommige gidsen zeggen: Het was beter geweest de stenen zo te laten”, zegt de Spaanse franciscaner priester Pedro Bon, die de sleutels van de kerk heeft. „Maar stenen op zichzelf hebben geen waarde. Wij herdenken Kapérnaüm vanwege wat de Heere Jezus daar deed. We willen ook een plaats hebben om de mis te vieren.”

Maar was het dan niet mogelijk geweest de kerk een eindje verderop te zetten, zodat de overblijfselen van het huis van Petrus ongestoord in de open lucht zouden liggen? Bon wijst dat argument van de hand. „Dit gebouw beschermt de oudheden. Waar geen bedekking is, verdwijnen de oudheden langzamerhand door regen en wind.”

Pelgrims en toeristen bezoeken de kerk voor overdenkingen, gebeden en avondmaalsvieringen. De kerk behoort niet tot een plaatselijke gemeente. Kapérnaüm is namelijk, op het franciscaner en het Grieks-orthodoxe klooster na, onbewoond.

Traditie
De traditie die stelt dat Petrus hier woonde, is al zeer oud. Stanislao Loffreda, een wetenschapper die in de jaren 1968 tot 1991 archeologisch onderzoek uitvoerde in Kapérnaüm, schrijft in het boekje ”Recovering Capharnaum” dat in de tweede helft van de eerste eeuw christenen al bijeenkwamen in het huis van Petrus.

De huizen uit de eerste eeuw die archeologen in Kapérnaüm opgroeven, zijn eenvoudig, maar ze duiden niet op armoede. De mensen bouwden de muren van zwarte basaltkeien. Ze vulden de kleine gaatjes op met andere stenen. Over de stenen smeerden ze cement. Op het dak plaatsten ze stukken hout, waarover ze ook cement aanbrachten.

De discipel zelf moet ook bescheiden gewoond hebben. Zijn woning bestond slechts uit één kamer, met een deur naar een hofje. Daar kwamen ook andere eenkamerwoningen op uit. Archeologen vonden molenstenen en ovens in dergelijke open binnenplaatsen. Het dagelijks leven speelde zich daar dus af. Dat kon makkelijk, want Kapérnaüm ligt in de Jordaanvallei, waar de temperaturen in de zomer in de middag oplopen tot boven de 35 graden. De mensen sliepen in de kamers en borgen daar hun spullen op.

Onder de huizen in Kapérnaüm bevonden zich geen grote waterputten. De bewoners konden namelijk zoveel zoet water uit het meer halen als ze maar wilden.

Omtrek
Nadat christenen in de vierde eeuw godsdienstvrijheid hadden gekregen, plaatsten ze een 112 meter lange muur om het huis. Daardoor werd het huis van Petrus het centrale punt in een vierkant gebied. De kamer –5,80 bij 6,45 meter– kreeg nieuw plaveisel. Het huis van Petrus werd hiermee een ware ”domus ecclesia” – een huiskerk.

In de tweede helft van de vijfde eeuw onderging het gebied een ware metamorfose. Christenen gooiden zand en puin op de ”domus ecclesia” en de gebouwen eromheen. Ze bouwden een nieuwe kerk in de vorm van drie concentrische achthoeken, met de middelste achthoek pal boven het huis van Petrus. De pauw –het symbool van de onsterfelijkheid –staat afgebeeld op de mozaïekvloer in de centrale achthoek. Door de verandering waren de christenen niet meer in staat het huis van Petrus te zien. „Wij kwamen in Kapérnaüm in het huis van St.-Petrus, dat zich in een basiliek bevindt”, zo schreef de pelgrim Piacenza in het jaar 570.

De metamorfose geschiedde op initiatief van de niet-Joodse christenen in Kapérnaüm. De andere twee groepen waren de Joodse christenen en de orthodoxe Joden.

Kapérnaüm was geen grote plaats. In de Byzantijnse tijd (324-638) moeten er ongeveer 1500 mensen hebben gewoond. Toch bevond de plaats zich aan het begin van de jaartelling op een strategisch punt. Ze lag op de route van de Jordaanvallei naar Damascus, vlak bij de grens tussen Galilea en Gaulonitis. Het plaatsje bevond zich ver van de grote steden af en de omgeving bood een makkelijke schuilplaats voor degenen die op de vlucht waren voor de Romeinse soldaten.

Vergetelheid
In de loop van de eeuwen raakte het dorpje in vergetelheid. In de twaalfde en dertiende eeuw woonden er nog maar enkele Arabieren. In de negentiende eeuw slaagden de franciscanen erin het grootste gedeelte van de 60.000 vierkante meter ruïnes te kopen. Het Grieks-orthodoxe patriarchaat van Jeruzalem wist een ander gedeelte in bezit te krijgen.

De franciscanen plaatsen een grote muur om hun gebied heen om plundering van de synagoge te voorkomen. Deze synagoge is momenteel, samen met het huis van Petrus, een belangrijke attractie. Onder de 4e-eeuwse synagoge bevinden zich zwarte basaltstenen van een synagoge uit de eerste eeuw, die de Heere Jezus bezocht. De synagoge is 23 bij 17 meter en de grootste uit die tijd die in Galilea aangetroffen is.

Dit is het eerste deel in een vierdelige serie over bijzondere kerken in IsraŽl.