Kerk en Godsdienst 5 december 2000

„Armoede in de pastorie is in de meeste gevallen taboe”

Ook de dominee staat soms rood

Door S. C. Bax
EDE – Welk gemeentelid heeft er enig benul van dat zijn eigen dominee en diens vrouw, in hun vaak mooie pastorie, gebukt gaan onder de lasten van nog af te lossen studiefinanciering? Wie weet dat de man die zo mooi kan preken ondershands aangegane leningen soms als een blok op de maag liggen? Wie beseft dat het predikantsechtpaar soms zit aan te hikken tegen vervanging van de auto of de fietsen van de kinderen? Wie durft met de dominee over geld te praten?

Financiële problemen in de pastorie blijken tot de best bewaarde geheimen te behoren. Waar kerkenraadsbeslissingen soms als een lopend vuurtje door de gemeente gaan, bereiken alarmerende berichten over pastorieschulden, soms tussen de 60.000 en 100.000 gulden, zelfs de beste vrienden van de dominee niet. Over weinig zaken wordt zo veel stilzwijgen bewaard als over verborgen armoede in de pastorie. Kerkenraad, kerkvoogdij, commissies van beheer, de dominee en zijn vrouw zelf, veelal doen ze er allemaal het zwijgen toe. De gereformeerd vrijgemaakte vakbond GMV besteedde er vorige week aandacht aan.

Als de echtgenote van de predikant een baan buitenshuis heeft, vinden veel gemeenteleden dat eigenlijk ongepast. „Wij betalen hun toch goed?” Een snel rekensommetje leert dat van de 120.000 gulden bruto per jaar voor een predikant na aftrek van de meeste kosten iets meer dan 2000 gulden per maand voor het huishouden overblijft. Wie meent nog steeds dat dat goed betaald is voor een academicus?

Hoewel de situatie in de diverse kerken verschillend is, hoeft geen enkel kerklid te denken dat in zijn kerkverband verborgen armoede in de pastorie niet voorkomt. Ook in kerken die de naam hebben hun predikanten goed tot zeer goed te betalen, zijn er voorgangers die van heel weinig moeten rondkomen. Wie bijvoorbeeld zogenaamde leggers zou lezen van veel kleinere gemeenten, zou schrikken van de lage traktementen. Die stammen vaak nog uit de jaren vijftig. Moet een beroepen predikant daarover zelf beginnen? Of zou een consulent dat moeten doen?

Bespreekbaar
De gereformeerd vrijgemaakte accountant en belastingadviseur Joh. Dekens uit Ede verzorgt al jaren belastingaangiften voor predikanten. Hij maakte het verschillende malen mee dat predikanten financieel totaal vastliepen. Enerzijds zat dit probleem in de taboesfeer en werd er niet over gepraat. Anderzijds zag een kerkenraad of kerkvoogdij het toch wel. Maar hoe het op te lossen? Moet de eerste gemeente van een kandidaat wellicht de studieschuld afbetalen? Of betaalt de tweede gemeente daaraan mee? Misschien kan die gemeente het niet betalen en zit de dominee uiteindelijk met de gebakken peren en durft hij om die reden eigenlijk het beroep niet aan te nemen?

Het zou Dekens heel wat waard zijn als men om de tafel zou gaan zitten en de problemen eerlijk zouden worden besproken. „Het financiële plaatje zou bij het beroepingswerk onderdeel van het gesprek moeten zijn. De pastorie is meer dan een huis met een extra slaapkamer waar de dominee kan studeren. In vrijgemaakte kring heb ik het probleem aangezwengeld. Mijn zorg bleek gegrond.”

Voor veel predikanten was het artikel dat Dekens publiceerde in ”Dienst” (vrijgemaakt toerustingsblad voor pastorale en diaconale medewerkers) precies voldoende om over de drempel van de schroom heen te stappen en het probleem in de eigen gemeente bespreekbaar te maken. Kerkenraden reageerden, opmerkelijk genoeg, in eerste instantie nauwelijks. Steeds meer blijkt dat de ogen opengaan. Er is een proces op gang gekomen.

Semi-permanent
Sinds kort functioneert een werkgroep ”Materiële zaken predikanten”. Leden daarvan komen uit het hele land. De werkgroep treedt op als een semi-permanente, maar niet-ambtelijke, werkgroep. Een medewerker van het GMV neemt aan de werkgroep deel.

„In de praktijk blijkt dat er veel onkunde heerst over de hoogte van traktementen, kostenvergoedingen, huisvestingsregels en fiscale regelingen. Niet voor niets reageerden predikanten massaal toen Roza Accountants in Veenendaal seminars ging beleggen waarin het kantoor adviezen gaf hoe men op een correcte manier van de wettelijke fiscale regels gebruik kon maken.”

Voor Dekens is het niet in de eerste plaats belangrijk dat men niet te veel of te weinig belasting betaalt. Hij liep vooral aan tegen schulden die de pastoriebewoners als een loden last op de schouders drukken. De belastingadviseur heeft inmiddels een flink aantal brieven van bijvoorbeeld domineesvrouwen gekregen waarin hij bedankt wordt voor het feit dat hij de kat de bel aanbond. „Voordat je gaat schrijven over het feit dat je als dominee niet meer kunt rondkomen, dat schulden je zelfs uit de slaap houden, moet er heel wat aan de hand zijn.” Het stapeltje brieven dat hij kreeg, noemt Dekens dan ook het topje van een ijsberg.

Vertekend beeld
Het beeld dat gemeenteleden van het inkomen van hun predikant hebben, is vrijwel altijd vertekend. In veel gevallen worden traktement en onkostenvergoeding in één post genoteerd. „Dan rollen er bedragen uit van boven de 115.000 gulden. Dat is bruto. Daarvan is 15.000 gulden ter dekking van werkelijke kosten. Van de resterende 100.000 gulden gaat in een flink gezin 70 procent naar de Belastingdienst en overige vaste lasten. Veel gemeenteleden vergelijken dat met hun netto-inkomen, dat bijvoorbeeld 3500 gulden per maand is. Dat is iets meer dan 40.000 gulden netto per jaar.

Veel mensen denken echter dat een dominee meer dan tweemaal zo veel verdient als zij. De dominee voelt dat aan en durft er daarom soms al helemaal niet over te beginnen, hoewel er van die ton op nettobasis toch maar heel weinig overblijft.”

Eerste gemeente
Veel problemen beginnen al wanneer de predikant in zijn eerste gemeente komt. In veel gevallen heeft hij een studieschuld. Niet zelden heeft zijn vrouw die ook. Links en rechts wordt wat geld geleend voor meubeltjes. Vaak is het oude studentenautootje aan vervanging toe. Belastingbrieven rollen door de brievenbus van de pastorie en veroorzaken menigmaal flinke paniek.

De belastingdeurwaarder blijkt in de praktijk bij heel wat predikanten op de stoep te staan. Bovendien woont de dominee in de pastorie helemaal niet gratis, zoals sommigen denken. De Belastingdienst telt de vergelijkbare huurwaarde bij het inkomen op. Daarover wordt fors belasting betaald. En het gas voor de verwarming van de vaak grote pastorie mag de dominee zelf betalen.

Wat Dekens uiteindelijk wil bereiken, is dat schuld in de pastorie in een vroegtijdig stadium bespreekbaar wordt. „Er zou regelmatig gekeken moeten worden of inkomsten en uitgaven harmoniëren, zodat schulden kunnen worden voorkomen. Het gaat erom dat predikanten goed geadviseerd worden. De tijd die nu in geldzorgen wordt gestoken, kan in de kerk beter, geestelijker, besteed worden.”