Islam
Islam Allah is de god van de islamieten. Het Arabisch woord islam betekent onderwerping of overgave aan de wil van Allah. Iemand die dit doet, wordt een moslim genoemd. Het woord moslim betekent gehoorzaam aan God, maar het betekent ook vredelievend. De islam telt naar schatting 1,2 miljard aanhangers en is nu de tweede wereldreligie. In Nederland leven naar schatting 800.000 moslims. Vijf zuilen Het geloof in de islam steunt op vijf zuilen. 1. De geloofsbelijdenis (sjahadah) Deze begint met het getuigenis: Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn dienaar en profeet. Iedereen die dit uitspreekt, geeft daarmee aan een moslim te willen zijn. Na van de eenheid (tawhid) van Allah getuigd te hebben, getuigt de moslim dat Mohammed en alle andere profeten onfeilbare boodschappers van Allah zijn (risallah). Verder dienen moslims zonder twijfel te geloven in engelen, in de Dag des Oordeels, in de voorbeschikking van het leven op aarde door Allah en in een leven na de dood. Wie enig onderdeel van de shahada ontkent, maakt zich volgens de religieuze wetten schuldig aan afvalligheid. In het hiernamaals staat de moslim die de shahada openlijk ontkent, de hel te wachten. De allergrootste, en onvergeeflijke, zonde tegen Allah is volgens de islam shirk: de opvatting dat Allah partners heeft. 2. Het rituele gebed (salaat) Het gebed wordt vijf keer per dag verricht: voor zonsopgang, het midden van de dag, de namiddag, de avond en 's nachts. Behalve de vijf tijden van de verplichte gebeden die over de dag en de nacht verspreid zijn, zijn er de jaarlijkse feestgebeden, de wekelijkse vrijdaggebeden en de dagelijkse vrijwillige gebeden voor alle volwassen mannen en vrouwen. 3. Armenbelasting (zakaat) Het netto spaargeld van iedere moslim behoort niet alleen hem en zijn familie toe, maar eveneens de behoeftigen, de armen en zes andere sociaal zwakkere groepen, zoals voorgeschreven in de koran. Deze armenbelasting bedraagt 2,5 procent van de netto spaargelden. 4. Vasten Het meest bekend is de vastenperiode in de maand Ramadan. In de heilige maand Ramadan is het vasten vanaf zonsopgang tot zonsondergang verplicht voor alle mannelijke en vrouwelijke moslims. Deze maand onthoud je jezelf van eten, drinken en seksualiteit en wijd je jezelf aan gebed, recitaties uit de koran en goede daden. De afsluiting van de vastenmaand wordt ook wel het suikerfeest' genoemd. 5. De bedevaart (hadj) Iedere moslim is verplicht om één keer in zijn of haar leven op bedevaart te gaan naar de heilige stad Mekka, mits hij of zij zich dit financieel kan veroorloven en hiertoe fysiek in staat is. Hier staat het huis van Allah, de Ka'bah. Meer dan twee miljoen moslims verrichten jaarlijks de pelgrimstocht. Jihad Soms ook de zesde zuil genoemd. In het Westen wordt jihad meestal vertaald met heilige oorlog. Moslims vinden dat geen foute vertaling. Maar de letterlijke vertaling inspanning, geeft aan dat jihad niet uitsluitend betrekking heeft op oorlog, gewelddadigheden of op een islamitisch streven de wereld te veroveren. Sommige moslims onderscheiden de grote geestelijke jihad, het gevecht tegen slechte emoties en daden, van de kleine jihad, de gewapende strijd. Moslims zijn verplicht te vechten om de islam te verdedigen, maar de koran verbiedt uitdrukkelijk een aanvalsoorlog om wereldlijke goederen of macht te veroveren. Zo benadrukt de tweede soera (hoofdstuk) in de koran dat er in godsdienst geen dwang is. Door de geschiedenis heen hebben islamitische heersers het niet zo nauw genomen met het onderscheid tussen een agressieve oorlog en geweld uit zelfverdediging. Maar islamitische staten met agressieve bedoelingen moeten op z'n minst onderdrukking van geloofsgenoten als voorwendsel gebruiken om tot de aanval te kunnen overgaan. Radicale moslims vinden dat jihad (met geweld) de plicht is van iedere moslim. Sharia De islamitische opvattingen over recht en wet verschillen sterk van die in de westerse, geseculariseerde landen. Allah heeft door middel van de koran universele wetten en voorschriften geopenbaard. Wie zich niet aan die regels houdt, gaat tegen Allah, de maatschappij en zichzelf in. Wie zich aan de regels en rituelen houdt, leeft het enig juiste menselijke leven. Maar welke wetten en regels voor moslims bindend zijn, was en is niet altijd onmiddellijk duidelijk. Het geheel van islamitische wetten heet sharia, letterlijk het pad naar de bron of levenspad. Soennieten Het merendeel van de moslims, zo'n 90 procent, is soenniet, een woord dat in het Arabisch betekent: de mensen die trouw zijn aan de overlevering van Mohammed en aan de gemeenschap. De soennieten erkennen geen leergezag en er bestaan in de gemeenschap verschillende religieuze opvattingen naast elkaar. De gewoonten en uitspraken van Mohammed en zijn volgelingen vormen samen de soenna. Sjiieten Sjiieten vormen zo'n 10 procent van alle moslims. Zij verschillen met soennieten van mening over de opvolging van Mohammed. Zij wijzen de eerste drie kaliefen af en erkennen alleen de vierde kalief, Imam Ali, de schoonzoon van Mohammed. Volgens hen beslist Allah en niet de gemeenschap van gelovigen wie kalief of imam (geestelijk leider) is. Mohammed had Ali als zijn opvolger en als geestelijk leider aangewezen, aldus de sjiieten. Het religieuze leergezag berust volgens de sjiietische opvatting bij de imam. Ali was de eerste imam en na hem volgden er nog elf. Het merendeel van de sjiieten woont in Iran, Irak en Azerbeidzjan. Zij geloven dat de laatste imam niet is overleden, maar dat Allah hem in de negende eeuw heeft verborgen. |