Financië en Economie17 juni 1999

Bezwaarde werknemers in de knel

„Je wordt eenling”

Door J. Visscher
De zondag bladdert af. Steeds meer bedrijven openen de poorten op de eerste dag van de week. Wat doen werknemers met principiële bezwaren tegen zondagsarbeid? Twee betrokkenen reageren.

Het zijn onzekere tijden voor H. Benjert (40) uit 's-Gravenpolder. Zijn baas denkt erover voortaan ook op zondag de machines te laten draaien. Voor Benjert, kerkend bij de Gereformeerde Gemeenten, is zondagsarbeid uitgesloten. „Daar begin ik absoluut niet aan.”

De Zeeuw verdient zijn brood bij een frietverwerkende fabriek (280 arbeidsplaatsen) in Bergen op Zoom. Meestal is hij werkzaam in de inpakhal of in de schillerij, soms fungeert hij als chef.

Na de komst van een nieuwe directeur, een jaar geleden, kwam tot schrik van Benjert zondagsarbeid op de agenda te staan.

Vooralsnog zwijgen de machines op de dag des Heeren. Maar dat kan gauw veranderen. „Op de lange termijn gaat ons bedrijf op zondag open, denk ik. Nu ziet de toekomst er wazig uit. Er gaan geruchten dat bezwaarden worden overgeplaatst naar de vestiging in Tilburg. Die blijft op zondag dicht.”

Feller
De reformatorische werknemer ontmoet steeds minder begrip voor zijn moeite met werken op zondag. „Oudere collega's kunnen zich meestal heel goed in mijn gedachtegang verplaatsen en tonen begrip, maar bij de jongere generatie is dat vaak anders. Er wordt gezegd: Wij hebben altijd jullie zin gedaan, nu moeten jullie maar eens naar ons luisteren. Ik merk dat er minder binding is. Je wordt op den duur eenling.”

Binnen het bedrijf is Benjert zeker niet de enige die moeite heeft met zondagsarbeid. Een enquête onder het personeel bracht aan het licht dat 28 procent per se niet op de eerste dag van de week wil werken.

De huidige baas lijkt er niet wakker van te liggen. Benjert, lid van de ondernemingsraad: „In een brief hebben we de directeur geschreven dat op zondagsarbeid geen zegen rust. De directeur denkt daar anders over. Als het economisch gezien voordeel oplevert, gaat de fabriek zeven dagen per week door, luidt zijn redenering. Al zegt hij ook christen te zijn, rooms-katholiek.”

Soms kan het uiten van principiële bezwaren de 'tegenpartij' „feller” maken, stelt Benjert. „Ik heb op een gegeven moment onze dominee ingelicht. Achteraf heb ik me wel afgevraagd of het verstandig is als er discussies komen tussen een directeur en een predikant. Je kunt van de regen in de drup terechtkomen.”

Grensverleggend
De Zeeuw merkt dat bezwaarde collega's „zoekende zijn” naar werk waar ze niet worden geconfronteerd tegen zondagsarbeid. Zelf kreeg hij een aantal „baantjes” aangeboden, onder meer bij een uienverwerkingsbedrijf.

Toch is Benjert nog niet van plan te vertrekken. „Ik probeer er alles aan te doen om in ons bedrijf zondagsarbeid tegen te houden. Ik ben vrij nauw betrokken bij veranderingsprocessen in het bedrijf, ook in verband met onderhandelingen over een CAO. Het zou gek zijn om nu op te stappen. Ik hoop dat andere gewetensbezwaarden zo lang mogelijk blijven. Samen staan we sterker.”

Binnen reformatorische kring staan de neuzen overigens lang niet in dezelfde richting, signaleert Benjert. „Sommigen hebben er geen moeite mee om 's zondagsavonds om elf uur te beginnen, of in de auto te stappen naar het werk. Anders lig ik toch maar op bed, luidt het argument. Ik denk echter dat je dan grensverleggend bezig bent. Ik vrees dat je op een gegeven moment bereid zult zijn zondagavonds om 8 uur je werkkleren al aan te trekken.”

Voorbede
Ook A. D. van 't Hof uit Elburg werd geconfronteerd met zondagswerk. In zijn bedrijf, een fabriek voor aardappelproducten, is sabbatsarbeid afgeblazen, voorlopig althans. Het leek onafwendbaar, een paar jaar terug. De Wezepse fabriek (250 arbeidsplaatsen) ging over op de productie van een vers aardappel-en-groenteproduct met een korte houdbaarheid. Voor de verpakte maaltijden die op maandag in de winkelschappen dienden te liggen, zouden de werknemers op zondag aan de slag moeten.

Een technische aanpassing bracht echter uitkomst. Door de producten langer te koken, worden ze langer houdbaar. De fabriekspoorten bleven 's zondags op slot. Tot op heden.

Het stemt Van 't Hof, lid van de ondernemingsraad, tot dankbaarheid. „Het past niet in de Veluwse cultuur om op zondag te werken. Uit onderzoek bleek dat 90 procent van de werknemers dat niet zag zitten. Verheugend was dat de kerken in de omgeving met ons meeleefden, voorbede deden.”

Ondanks de 'overwinning' is Van 't Hof, hervormd in Elburg, er allerminst gerust op dat zondagswerk taboe blijft. „Als steeds meer van onze afnemers, supermarkten, op zondag de deuren openen, vrees ik dat ons bedrijf ooit toch op zondag gaat draaien. Je merkt ook dat het begrip voor je standpunten afneemt. Soms gaan werknemers je provoceren. Dan laden ze bijvoorbeeld op zondagavond een vrachtwagen.”