Weinig hulpvragen over de zondagVan onze redactie economie Het onderzoek dat de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) heeft laten verrichten naar de gevolgen van de Arbeidstijdenwet voor het werken op zondag leidt bij de diverse maatschappelijke organisaties niet direct tot verontrusting. Voor CNV, FNV en VNO-NCW vormen de onderzoeksresultaten geen aanleiding tot actie. De Commissie Gelijke Behandeling heeft op dit punt nog geen meldingen gehad. De christelijke vakorganisatie CNV heeft niet de indruk dat de kwestie van de zondagsarbeid voor gewetensbezwaarden op dit moment een groot en dringend maatschappelijk probleem is. De woordvoerder van het CNV stelt dat de onderzoeksresultaten van de RMU ook omgedraaid kunnen worden: 68 procent van de bedrijven die 's zondags werken, stelt zijn personeelsleden op grond van gewetensbezwaren vrij van zondagsarbeid. Bij die andere 32 procent is het bovendien echt de vraag of het een probleem wordt. Weinig verzoeken Het CNV heeft in ieder geval op dit gebied nog weinig verzoeken om hulp gehad. Ingrijpende maatregelen zijn dan ook niet nodig om werknemers vrij te stellen van zondagsarbeid, meent de woordvoerder. Mocht dat nodig zijn, dan kunnen wij daar in CAO's meestal goede afspraken over maken. Wel erkent het CNV dat individuele mensen in de problemen kunnen komen. Als dat het geval is, kan dit volgens de vakorganisatie bijna altijd via bemiddeling tussen werkgever en werknemer worden opgelost. De FNV vindt dat de weekwisseling een rustpunt moet blijven, aldus een woordvoerder. Het werken op zaterdag en zondag moet worden ontmoedigd door extra toeslagen te eisen van de werkgevers. De organisatie vindt het een kwestie van goed ondernemerschap als werkgevers bij het indelen van de werktijden rekening houden met hun personeel. Door goed te spreiden in het team moet een werkgever rekening houden met de wens van een moslim om vrijdags vrij te hebben, een jood zaterdags en een christen zondags. De FNV is tegen een uitzonderingspositie voor christenen. Geen moeite heeft de FNV met de kwestie dat ondernemingen in sollicitaties de eis stellen zondags te werken. Een voorwaarde daarbij is dat bedrijven op dit punt open kaart spelen. Als dat het geval is, vindt de vakorganisatie het logisch dat er zondags gewerkt moet worden. Wel vraagt zij zich af of de eis tot bereidheid om zondags te werken nodig is. Uit het RMU-onderzoek blijkt dat de helft van de ondernemingen die op zondag doorgaat, hecht aan deze voorwaarde. Deze groep zou eens in de keuken van de andere 50 procent moeten kijken hoe die dit probleem oplost. Niet zo'n vaart De werkgeversorganisatie VNO-NCW vindt dat het nog niet zo'n vaart loopt met de zondagsarbeid. Het neemt toe, maar de mate waarin is onduidelijk. Wel is er vanwege de toenemende concurrentie een grote druk op bedrijven om zondags te gaan werken. VNO-NCW heeft er geen moeite mee als bedrijven die zondags open zijn van sollicitanten eisen dat ze dan moeten werken. De zondagsarbeid is dan net zoals het salaris en de werktijden een onderdeel van het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden. Het is aan de sollicitant om de sollicitatie door te zetten of niet. In het geval bedrijven overschakelen op zondagsarbeid vindt de woordvoerder dat ze een oplossing moeten zoeken voor werknemers met principiële bezwaren. Dat zich hierbij problemen voor doen, heeft de organisatie nog niet gemerkt. Niet gemeld Christenen die menen dat ze bij sollicitaties zijn benadeeld vanwege het feit dat ze niet op zondag willen werken, kunnen naar de Commissie Gelijke Behandeling stappen. Tot nu toe heeft niemand zich gemeld, zegt mevrouw mr. Y. Timmerman-Buck, ondervoorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling en voorzitter van de kamer die gaat over godsdienstkwesties. Daarbij kan een rol spelen dat het vaak niet duidelijk is waarom iemand niet wordt aangenomen. Toch meent mevrouw Timmerman dat degenen die zich gedupeerd voelen naar de commissie moeten gaan. Wij zullen dan bekijken of de vraag of iemand bereid is om op zondag te werken noodzakelijk is. Van bedrijf tot bedrijf kan dat verschillen. Het kan afhankelijk zijn van het productieproces en de omvang van de onderneming. Een groter bedrijf kan immers gemakkelijker schuiven met zijn personeel. We zullen de argumenten moeten wegen, kijken of ze van voldoende gewicht zijn om het onderscheid tussen mensen te rechtvaardigen. Als dat niet het geval is, handelt een bedrijf in strijd met de antidiscriminatiewet. Wanneer een bedrijf de aanwijzingen van de Commissie Gelijke Behandeling niet opvolgt, kan de gedupeerde werknemer naar de rechter stappen. |