Financiën en Economie

Minister zoekt oplossing voor knelgevallen

Geen schadevergoeding
voor varkensboeren

DEN HAAG – Minister Van Aartsen van landbouw blijft bij zijn standpunt dat hij varkenshouders niet hoeft te betalen voor de varkensrechten die hij van hen afneemt. In tegenstelling tot wat veel juristen menen is er volgens hem geen sprake van onteigening. Een financiële compensatie is daarom niet nodig.

Van Aartsen schrijft dit in antwoord op vragen van de Eerste Kamer over de Herstructureringswet voor de varkenshouderij. De minister is er ook van overtuigd dat zijn plannen niet in strijd zijn met de grondwet. Praktisch alle landbouwwoordvoerders van de Eerste Kamer hadden hier vragen over gesteld.

Om zijn standpunt te onderbouwen geeft Van Aartsen in de antwoorden, een stuk van bijna 80 pagina's, veel voorbeelden van jurisprudentie in vergelijkbare zaken. Zo herinnert hij aan de sanering van de visserijvloot, waarbij de overheid licenties van de vissers afnam. Net als bij de varkensrechten gaat het hierbij om productierechten die de vissers en de varkenshouders voor niets hebben gekregen.

Van Aartsen gaat ook in op de angst van de Eerste Kamer dat door zijn beleid juist gezinsbedrijven zullen verdwijnen en er alleen megabedrijven overblijven. Dat is zo, aldus de minister, maar ook zonder herstructurering zou die trend zich doorzetten. Gezinsbedrijven zullen er echter altijd blijven. Om die gezinsbedrijven enigszins te ontzien, hoeft er bij verkoop van het bedrijf binnen de familie niet gekort te worden op de rechten. Bij andere transacties vindt er een afroming plaats.

Tevreden
Het ministerie werkt momenteel aan een regeling voor knelgevallen. Dat zijn varkenshouders die door omstandigheden in de bedrijfsvoering geen of veel minder varkensrechten toebedeeld krijgen dan waar ze recht op hebben. Aan de Eerste Kamer schrijft Van Aartsen dat hij deze boeren niet met geld zal compenseren. De regeling bestaat eruit dat bij de vaststelling van het quotum varkensrechten rekening wordt gehouden met de specifieke situatie.

Als de Eerste Kamer tevreden is met deze antwoorden kan over korte tijd de plenaire behandeling plaatshebben. De senaat kan ook besluiten tot een tweede schriftelijke vragenronde.