Economie14 oktober 2000

Ethisch beleggen groeit vijf keer zo snel als traditionele markt

„Kapitaal krijgt een geweten”

Van onze redactie economie
AMSTERDAM – Duurzaam beleggen is bezig aan een opvallende opmars. Dit segment is de afgelopen tien jaar in Nederland ongeveer vijf keer zo snel gegroeid als de traditionele beleggingsmarkt. Ethiek in de snelle wereld van het grote geld is geen modegril, verwachten kenners. „Kapitaal krijgt stapje voor stapje een geweten”, aldus SER-voorzitter H. Wijffels.

Gisteren, op de tweede Dag van het Ethisch Beleggen, georganiseerd door de ASN Bank (onderdeel van de SNS Reaal Groep), bleek dat inmiddels 10 miljard gulden duurzaam wordt belegd. In 1987 ging het nog om zo'n 750 miljoen gulden. „Kleine stroompjes als de ASN Bank, de Triodosbank en latere fondsen werden een beekje. Inmiddels zien we een rivier”, aldus oud-topman J. Verheij van SNS Reaal Groep.

Wapenindustrie
De meeste banken en financiële instellingen hebben nu, aangespoord door het succes van de trendsetters, ethische fondsen in huis. Beleggers die daar in stappen, krijgen de garantie dat hun geld niet wordt geïnvesteerd in bedrijven die zich bezighouden met de productie of distributie van nucleaire energie, om maar eens wat te noemen.

Ook de wapen-, drank- en tabaksindustrie zullen niet snel in beeld komen. Ondernemingen die serieus werk maken van de zorg voor het milieu en bijvoorbeeld het naleven van mensenrechten én die daarnaast het interne sociale beleid (onder meer aandacht voor vrouwen, minderheden, arbeidsongeschikten) goed op de rails hebben staan, komen wel op het verlanglijstje voor.

De „spectaculaire groei” van ethische fondsen is niet alleen te danken aan beleggers die puur uit idealistische motieven handelen, wil Verheij wel kwijt. Gewoon dollartekens, of euro's, in de ogen komt nog steeds voor. „Duurzaamheid rendeert. Dubbele rendementscijfers trekken ook andere categorieën mensen aan.” Ethische fondsen doen daarbij door de bank genomen niet onder voor hun 'normale' tegenhangers.

Bedrijfscodes
Volgens SER-voorzitter Wijffels worden ondernemingen veel vaker dan voorheen aangesproken op de maatschappelijke effecten van hun gedrag. „En denk niet dat dit bij de eerstvolgende recessie wel weer overwaait. Verantwoord ondernemen is geen modeverschijnsel. Aan het eerste deel van het Duitse gezegde ”Erst das Fressen, dann die Moral” is in de twintigste eeuw ruim voldaan. Nu is de moraal aan de beurt. Beleggers zullen steeds meer eisen stellen aan de maatschappelijke aspecten van beleggingen.”

Wijffels ziet dat veel bedrijven inmiddels goed reageren op de signalen vanuit de maatschappij. Het gaat niet meer alleen om de onderste cijfers op de verlies- en winstrekening. „Er ontstaat een juiste perceptie op wat tegenwoordig verantwoord eigenbelang heet. Dat heeft onder meer allerlei bedrijfscodes tot gevolg, waarin staat hoe men zich wil gedragen. De chemiesector bijvoorbeeld rapporteert jaarlijks op een grondige manier over de uitstoot van zaken die slecht zijn voor natuur en milieu.”

Kapitaal is dus niet meer neutraal, aldus de SER-voorzitter, maar krijgt een ethische dimensie. Voor managers ligt echter tegelijkertijd een groot gevaar op de loer. „Van die mensen wordt wel verlangd dat de winst per aandeel minstens met 10 procent per jaar groeit. Dat is onder meer de belangrijkste drijfveer van alle acquisities en fusies van de afgelopen jaren, alle strategische bespiegelingen ten spijt. Maar die rendementseis leidt al heel snel tot onduurzaam gedrag. En dan zou je terug bij af zijn.”

De banksector loopt op het gebied van duurzaamheid lang niet voorop, aldus Wijffels, die jarenlang aan het roer stond bij de Rabobank. „Je kunt zelfs stellen dat ze de slag hebben gemist. Conservatisme is op zich een deugd voor de bankier, maar dit punt kan hem, als hij niet uitkijkt, lelijk opbreken.”

Hypocriet
Bij de ethische graad van beleggers zelf zet de SER-voorzitter soms zijn vraagtekens. „De houding ten aanzien van geld is nogal dualistisch. Alle mensen willen er veel van hebben, maar de instellingen die dat voor hen regelen, de banken, deugen niet.” De financiële sector heeft zich op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen wellicht niet altijd even sterk geprofileerd, denkt Wijfels, maar het verwijt dat „de banken” als het even kan van verschillende walletjes proberen te eten, spreekt hem weer niet aan. „Als dat hypocriet is, zijn hun klanten op zijn minst ook hypocriet. Als brede volksbank heb je met alle partijen in dit land rekening te houden.”