| Financiën en Economie | 2 februari 2000 |
Teleurstelling over teloorgang Doetinchemse veemarktGeen geloei en handjeklap meerDoor H. de Boer De wegwijzers richting het veemarktterrein zijn dun gezaaid in Doetinchem, maar vrachtwagens en personenauto's met paardentrailer vormen een prima gids. Voor de vroege vogels althans, want de handel begint om 6.00 uur. Officieel dan. Ook hier geldt: Wie het eerst komt, het eerst maalt. Bomen Het handjeklap doet folkloristisch aan, maar blijkt nog steeds een effectieve manier van onderhandelen. Het zwartbonte stiertje in de hoek van de markt is zich niet bewust van de pluspunten die zijn baas over hem verkondigt. De handelaar die interesse toont in het dier, kijkt keurend toe, knijpt de stier hier en daar en trekt vervolgens een moeilijk gezicht. Je kunt er niks aan vinden, Gerrit, oordeelt de handelaar, wat wordt gevolgd door een ferme klap op Gerrits hand. Die haalt zijn schouders op: Alleen dat-ie zo duur is, Jan. Klap. Dan pas komen de prijzen. Klap, pats. Wegdrentelen, iets over de schouder roepen en terugkomen. Klap, pets, klap. 't Kan niet, Jan. Jouw probleem, Gerrit. Weer een klets. En nog één. Plotseling komt de markeerstift uit de zak van een besmeurde colbertjas. Het stiertje heeft een nieuwe eigenaar. Rode cijfers Doetinchem staat hiermee op de laatste plaats in de Nederlandse veemarkt top-8. Leeuwarden was vorig jaar de grootste met bijna 330.000 dieren, gevolgd door achtereenvolgens Utrecht, Zwolle, Leiden, Den Bosch, Purmerend en Groningen. De dalende trend wordt landelijk steeds meer zichtbaar. Zo'n 60 procent van het vee gaat tegenwoordig rechtstreeks naar het slachthuis. Met name jonge boeren kiezen liever voor het beuren van een kiloprijs. Ook de angst voor het binnenslepen van ziektes weerhoudt veel veehouders ervan hun dieren, het zogenoemde gebruiksvee, op de markt te kopen. Voorzitter Chr. van Gisbergen van de vakgroep varkenshouderij van LTO-Nederland pleitte afgelopen maandag om die reden voor het afschaffen van alle vaderlandse veemarkten. In zijn ogen biedt de elektronische handel genoeg perspectieven. Als het gesleep met koeien en ander vee maar zoveel mogelijk wordt beperkt, is zijn mening. Kerngezond De lagere aanvoercijfers nekken in ieder geval de veemarkt in Doetinchem. Minder koeien betekenen minder staangeld. Terwijl de kosten minstens gelijk blijven, want of er nu tien koeien poepen of honderd, de schoonmakers komen toch, legt gemeentelijk beleidsmedewerker C. Bosch uit. De gemeente wil nog drie jaar voor de tekorten instaan. Daarna niet meer. Doetinchem wil best in zee gaan met een (agrarische) partij die het initiatief wil nemen de handel overeind te houden, maar meer dan 125.000 gulden op jaarbasis draagt de plaatselijke overheid niet meer bij. Bosch: Dat bedrag zijn we per jaar sowieso al kwijt aan onderhoud van het terrein en de evenementenhal. Jammer, jammer, treurt mevrouw Jansen-Ketz (59) nu al, en met haar vele Doetinchemmers. Wat is er nou gezelliger dan deze markt? Ze staat bekend als het klompenvrouwtje, een naam die ze vanwege haar handel op dinsdag kreeg. Een garagebox aan de rand van het marktplein bevat een keur aan (houten) klompen en rubber laarzen. Ik ben met de veemarkt opgegroeid, vertelt ze. Voor haar als dochter van caféhouder Ketz was het op dinsdag altijd raak. Vader hield ons dan thuis van school, want er moest geld worden verdiend. Pimpelen Een veehandelaar wil vier paar klompen, maat 25 en een kwart. De 60 piek die hij hiervoor kwijt is, komt uit zijn portefeuille, die hij met een ketting heeft beveiligd. Meer zit er ook niet in, deelt hij mee. 't Is niet meer verantwoord het koeiengeld bij je te hebben. Als de bank een beetje meewerkt, heb ik m'n centen morgen in huis. De man (58 jaar) blijkt uit Olst te komen. Nee, geen naam in de krant, want voor hetzelfde geld is de verslaggever van de belasting. Of de veehandelaar over een paar jaar uitwijkt naar de markt in Zwolle? Het is ontzettend jammer dat de boel hier dichtgaat, maar ik pieker er niet over om ergens anders heen te gaan. Ik heb al dertig jaar hier mijn handel gedaan. Als het ophoudt, ga ik wel met pensioen. Meer zorgen maakt hij zich over zijn zoon, die het vak van veehandelaar wel ziet zitten. Als dat nog kan tenminste. Die jongen heeft een gezinnetje. Hij moet nog jaren mee. Maar op het moment is de handel bijzonder slecht. Ik had een paar koeien die op kalven staan. Die moeten 2200 tot 2300 gulden kunnen opbrengen. Meer dan 1650 gulden kon ik vandaag niet beuren. Hoofdschuddend loopt hij in de richting van de warme koffie of iets sterkers. Lapjesmarkt |