Financiën en Economie 2 februari 2000

Teleurstelling over teloorgang Doetinchemse veemarkt

Geen geloei en handjeklap meer

Door H. de Boer
DOETINCHEM – Het zat er al langere tijd aan te komen, maar toch kunnen zowel handelaren als inwoners van Doetinchem het maar nauwelijks bevatten: hún veemarkt dreigt te verdwijnen. Geen geloei en handjeklap meer op de vroege dinsdagmorgen. Doetinchem zonder veemarkt, dat is net zoiets als Utrecht zonder de dom.

De wegwijzers richting het veemarktterrein zijn dun gezaaid in Doetinchem, maar vrachtwagens en personenauto's met paardentrailer vormen een prima gids. Voor de vroege vogels althans, want de handel begint om 6.00 uur. Officieel dan. Ook hier geldt: Wie het eerst komt, het eerst maalt.

Bomen
Een paar honderd koeien en een handvol stieren staan loom te wachten op de dingen die komen gaan. Ze hebben de ruimte. Vele tientallen meters stang blijven onbenut. De tl-verlichting weet slechts hier en daar echt door de takken van de bomen heen te dringen. Voor boeren en handelaren lijkt het schemerduister geen probleem. Dankzij jarenlange praktijkervaring hebben de mannen aan een half oog genoeg.

Het handjeklap doet folkloristisch aan, maar blijkt nog steeds een effectieve manier van onderhandelen. Het zwartbonte stiertje in de hoek van de markt is zich niet bewust van de pluspunten die zijn baas over hem verkondigt. De handelaar die interesse toont in het dier, kijkt keurend toe, knijpt de stier hier en daar en trekt vervolgens een moeilijk gezicht.

„Je kunt er niks aan vinden, Gerrit”, oordeelt de handelaar, wat wordt gevolgd door een ferme klap op Gerrits hand. Die haalt zijn schouders op: „Alleen dat-ie zo duur is, Jan.” Klap. Dan pas komen de prijzen. Klap, pats. Wegdrentelen, iets over de schouder roepen en terugkomen. Klap, pets, klap. „'t Kan niet, Jan”. „Jouw probleem, Gerrit.” Weer een klets. En nog één. Plotseling komt de markeerstift uit de zak van een besmeurde colbertjas. Het stiertje heeft een nieuwe eigenaar.

Rode cijfers
Het is de vraag hoe vaak dit tafereel zich nog zal herhalen. De gemeente Doetinchem wil niet langer voor de exploitatiekosten opdraaien. Vorig jaar dook de veemarkt 3 ton in de min en de zes jaren ervoor staan ook met rode cijfers in de boeken. Tot overmaat van ramp zijn de vooruitzichten niet gunstig. De aanvoer van vee neemt jaar na jaar af. De markt in de Achterhoek was in 1997 nog goed voor 113.417 stuks verhandeld vee. Het jaar erop was dat 101.564, terwijl de teller in 1999 onder de 10.000-grens dook: 95.797 stuks.

Doetinchem staat hiermee op de laatste plaats in de Nederlandse veemarkt top-8. Leeuwarden was vorig jaar de grootste met bijna 330.000 dieren, gevolgd door achtereenvolgens Utrecht, Zwolle, Leiden, Den Bosch, Purmerend en Groningen. De dalende trend wordt landelijk steeds meer zichtbaar. Zo'n 60 procent van het vee gaat tegenwoordig rechtstreeks naar het slachthuis. Met name jonge boeren kiezen liever voor het beuren van een kiloprijs.

Ook de angst voor het binnenslepen van ziektes weerhoudt veel veehouders ervan hun dieren, het zogenoemde gebruiksvee, op de markt te kopen. Voorzitter Chr. van Gisbergen van de vakgroep varkenshouderij van LTO-Nederland pleitte afgelopen maandag om die reden voor het afschaffen van alle vaderlandse veemarkten. In zijn ogen biedt de elektronische handel genoeg perspectieven. Als het gesleep met koeien en ander vee maar zoveel mogelijk wordt beperkt, is zijn mening.

Kerngezond
Uiteraard deelt de Groep Nederlandse Veemarkten (GNV), waar de acht markten bij zijn aangesloten, die visie niet. De veestapel in Nederland mag inmiddels op een vooroorlogs niveau zijn uitgekomen, de GNV ziet nog steeds toekomst voor de branche. Het risico van ziekteverspreiding is volgens de organisatie miniem. „Bij ons weten is nog nooit een veemarkt aangewezen als bron van besmetting”, aldus een woordvoerder. „En financieel zijn de meeste van onze acht leden kerngezond.”

De lagere aanvoercijfers nekken in ieder geval de veemarkt in Doetinchem. Minder koeien betekenen minder staangeld. Terwijl de kosten minstens gelijk blijven, want „of er nu tien koeien poepen of honderd, de schoonmakers komen toch”, legt gemeentelijk beleidsmedewerker C. Bosch uit. De gemeente wil nog drie jaar voor de tekorten instaan. Daarna niet meer. Doetinchem wil best in zee gaan met een (agrarische) partij die het initiatief wil nemen de handel overeind te houden, maar meer dan 125.000 gulden op jaarbasis draagt de plaatselijke overheid niet meer bij. Bosch: „Dat bedrag zijn we per jaar sowieso al kwijt aan onderhoud van het terrein en de evenementenhal.”

Jammer, jammer, treurt mevrouw Jansen-Ketz (59) nu al, en met haar vele Doetinchemmers. „Wat is er nou gezelliger dan deze markt?” Ze staat bekend als het klompenvrouwtje, een naam die ze vanwege haar handel op dinsdag kreeg. Een garagebox aan de rand van het marktplein bevat een keur aan (houten) klompen en rubber laarzen. „Ik ben met de veemarkt opgegroeid”, vertelt ze. Voor haar als dochter van caféhouder Ketz was het op dinsdag altijd raak. „Vader hield ons dan thuis van school, want er moest geld worden verdiend.”

Pimpelen
Mevrouw Jansens broer doet nog steeds goede zaken in café-restaurant Ketz. „Maar het aantal boeren is niet te vergelijken met vroeger. Toen hingen ze nog aan de buitenkant van de bus om in Doetinchem te kunnen komen.” Dertig, veertig jaar geleden ging het café al om half drie open, later schoof die tijd op naar 5.00 uur. „Regels en nog eens regels”, verzucht ze. Ook de gezelligheid en sfeer zijn grotendeels verdwenen. „Vroeger bleven de boeren en handelaren tot vier uur 's middags zitten pimpelen. Dat was hun enige uitje in de week. Nu begint mijn broer al om 11.00 uur op te ruimen. Iedereen is gehaast.”

Een veehandelaar wil vier paar klompen, „maat 25 en een kwart”. De 60 piek die hij hiervoor kwijt is, komt uit zijn portefeuille, die hij met een ketting heeft beveiligd. Meer zit er ook niet in, deelt hij mee. „'t Is niet meer verantwoord het koeiengeld bij je te hebben. Als de bank een beetje meewerkt, heb ik m'n centen morgen in huis.”

De man (58 jaar) blijkt uit Olst te komen. Nee, geen naam in de krant, want voor hetzelfde geld is de verslaggever van de belasting. Of de veehandelaar over een paar jaar uitwijkt naar de markt in Zwolle? „Het is ontzettend jammer dat de boel hier dichtgaat, maar ik pieker er niet over om ergens anders heen te gaan. Ik heb al dertig jaar hier mijn handel gedaan. Als het ophoudt, ga ik wel met pensioen.” Meer zorgen maakt hij zich over zijn zoon, die het vak van veehandelaar wel ziet zitten. „Als dat nog kan tenminste. Die jongen heeft een gezinnetje. Hij moet nog jaren mee. Maar op het moment is de handel bijzonder slecht. Ik had een paar koeien die op kalven staan. Die moeten 2200 tot 2300 gulden kunnen opbrengen. Meer dan 1650 gulden kon ik vandaag niet beuren.” Hoofdschuddend loopt hij in de richting van de warme koffie of iets sterkers.

Lapjesmarkt
Mocht het doek voor de veemarkt daadwerkelijk vallen, en daar ziet het wel naar uit, dan zoekt de gemeente nog een bestemming voor het terrein. „Voorlopig kan het dienen als parkeerplaats”, vertelt gemeentewoordvoerder Bosch. De eveneens beroemde lapjesmarkt, even verderop, kampt met ruimtegebrek. Toch ziet Bosch die markt niet zomaar verkassen. „Het is een optie, maar ik denk dat de kooplui niet van hun vertrouwde stek weg willen.” Woningbouw is op de langere termijn niet ondenkbaar, weet Bosch. Wellicht dat dan een straatnaam of plein wordt vernoemd naar de veemarkt, die de stad elke dinsdag kleur gaf – en dat ruim 120 jaar lang.