Binnenland 18 augustus 1999

„Nederland moet volgen na Frans besluit”

Borst kan noch wil
abortuspil verbieden

Van onze redactie politiek
DEN HAAG – Minister Borst van Volksgezondheid is niet bij machte de introductie van de abortuspil in ons land tegen te gaan. Maar de minister wil het ook niet, omdat ze deze pil ziet als een van de middelen om zwangerschap af te breken. Daarvoor heeft de politiek „na langdurige politieke en maatschappelijke discussies een wettelijke basis gegeven.”

De minister schrijft dat in antwoord op schriftelijke vragen die het SGP-kamerlid Van der Vlies op 8 juli aan haar heeft gesteld. Mevrouw Borst kwam in die periode met twee voorstellen: de introductie van de abortuspil en het mogelijk maken van late abortus provocatus. Voor de late abortussen (na de wettelijke termijn van 24 weken) bereidt het kabinet een wetsvoorstel voor.

Voor introductie van de abortuspil onder de naam Mifegyne in ons land is een wet noch besluit van de minister nodig, zo blijkt uit de antwoorden van Borst op de vragen van Van der Vlies. De regering kan de introductie van dit 'geneesmiddel' niet tegenhouden, omdat het via de procedure van wederzijdse erkenning op de markt wordt gebracht. Frankrijk heeft voor Mifegyne als geneesmiddel vergunning gegeven en Nederland is op grond van de EU-regels gebonden die vergunning te erkennen.

Niet overhaast
Van der Vlies had gevraagd waarom de beslissing over introductie van de abortuspil zo overhaast is genomen, maar daarvan is volgens de minister geen sprake. Frankrijk heeft voor het middel pas een handelsvergunning afgegeven na zorgvuldige toetsing en dus restte ons land niet meer dan die registratie te accepteren.

Overigens was mevrouw Borst, als ze het al zou kunnen, niet van plan de introductie van de abortuspil in ons land tegen te gaan. Op gebruik van deze pil in de praktijk van de afbreking van de zwangerschap zijn dezelfde regels van toepassing „als voor andere medisch-technische behandelingen” gericht op abortus provocatus. De politieke discussie daarover is gevoerd en de beslissing genomen. Daarom is een verbod „op toepassing van Mifegyne als abortuspil niet aan de orde.”

Tweede Kamer
De minister is ook niet van plan om voor toekomstige beslissingen op dit gebied, die volgens Van der Vlies vergaande „ethische en maatschappelijke consequenties hebben”, fundamentelere afwegingen te maken. Ze ziet ook geen rol voor de Tweede Kamer in deze afweging. Borst gaat ervan uit, zo blijkt uit haar antwoorden „dat de fundamentele afweging van ethische aspecten terzake reeds heeft plaatsgevonden.”

De minister heeft wel de Gezondheidsraad gevraagd haar te adviseren over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de abortuspil voor de praktijk van de „abortushulpverlening” in ons land. Uit dat advies moet blijken of deze pil „een zinvolle aanvulling” is op de abortuspraktijk, waarbij foetussen met behulp van instrumenten uit de moederschoot worden verwijderd.