| Buitenland | 23 oktober 1999 |
Bescherming landbouwgrond op de helling in Groot-BrittanniëDe recreatieve kant van boerenlandVan onze buitenlandredactie Uitvoering van sommige van de meest omstreden voorstellen uit het tweehonderd pagina's tellende witboek voor het platteland staat al voor volgend voorjaar op stapel, verklapte The Times. Binnen enkele weken moet de inhoud van het rapport voor iedereen ter inzage liggen, is de bedoeling. Maar bronnen binnen de regering beschouwen de inhoud als dusdanig politiek gevoelig, dat Blair de publicatie wel eens voor zich uit kan schuiven. Doel van de vernieuwingen is het kwijnende platteland een stevige duw in de rug te geven. Zonder verandering is de overheid op zijn hoogst een waarnemer aan de zijlijn, terwijl landelijke ondernemingen en gemeenschappen worstelen met hun problemen, schrijven de opstellers van het rapport. Sommige waarnemers menen echter dat groen licht voor projectontwikkelaars en grijpstuivers voor de overheid op voorhand de twee schragende pijlers lijken in de voorstellen van ambtenaren die de grootste verandering in het landelijk gebied sinds afgelopen vijftig jaar gestalte gaan geven. Meest ver reikende voorstel van de nieuwe Prestatie- en vernieuwingseenheid van het kabinet is het omploegen van regels die het bouwen op belangrijke agrarische gebieden aan banden leggen. In feite betekent dat een streep door het beleid van opeenvolgende naoorlogse regeringen, die meenden dat het belang van landelijk gebied voornamelijk het voeden van de natie betreft. Fortuin Het onderzoek schildert een beeld van een 'levendig' platteland met marktstadjes in een spilfunctie. Mobiliteit en flexibiliteit staan centraal. Obstakels als middeleeuwse wetgeving die het onmogelijk maakt binnen een straal van 10 kilometer van een bestaande markt een nieuwe op te richten moeten uit de weg geruimd. Willen overheidsvoorzieningen voor iedereen bereikbaar blijven, dan moet het gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen worden bevorderd. Zo kan, door de scherpe kantjes van de wetgeving te slijpen, een pub voortaan tevens dienst doen als winkel en postagentschap. Om de Nederlandse situatie als voorbeeld te nemen, de inzet van bibliobussen maakt voor kleine dorpjes het ontbreken van een echte bibliotheek draaglijker. Rijdende winkels krijgen een tweede kans, en de dokter moet gewoon wat vaker in de auto springen. In plaats van afhankelijk te zijn van subsidies, moeten boeren zich als ondernemers gaan opstellen, is de gedachte. Dat de hervorming van het landbouwbeleid van de Europese Unie een belangrijke drijfveer voor de totstandkoming van het rapport vormt, behoeft weinig uitleg. Vroeg of laat breekt immers de tijd aan waarin het afgelopen is met het gesubsidieerd verbouwen van maïs. Blijven maatregelen nu uit, dan staan de Britse boeren straks met de rug tegen de muur. Hun Nederlandse collega's weten er alles van. De grootste invloed heeft de verandering op het zuidoosten, waar het grootste areaal aan beschermd landbouwgebied te vinden is. Gaan de plannen door, dan kunnen boeren een fortuin maken met de verkoop van land voor woningbouwdoeleinden. Kiene ambtenaren suggereren in het 'plattelandsonderzoek' dat het Rijk een deel van de eenmalige hoge winsten zou kunnen belasten. Als andere manier voor Londen om te profiteren van de maatregelen stellen ze voor op nieuwgebouwde huizen een belasting op toegevoegde waarde te heffen. Loterij Plannen te over. Te overwegen valt of het loont overnachtingen te belasten. Restaurants en hotels mogen volgens de plannen gasten verzoeken een vrijwillige heffing te voldoen. Het motief van deze heffing combineert twee gedachten, die kritisch beschouwd op zijn minst ongemakkelijk samengaan. Aan de ene kant is er de overweging dat door toeristen toegebrachte schade aan het milieu moet worden hersteld. Aan de andere kant brengt de heffing geld in het laatje om de voorzieningen voor gasten te verbeteren, zodat er nog meer bezoekers komen. Hiermee houdt het niet op. De schijnbaar Britse variant op het belastingplan voor de toerist van de 21e eeuw voorziet verder in tolhuisjes, en meer en hogere parkeertarieven. Aardig idee is bezoekers verplicht over smalle, kronkelige landwegen te leiden. Daarmee vangt de overheid twee vliegen in één klap. De druk op het hoofdwegenstelsel wordt verlicht, en de gasten komen zo nog eens langs idyllische plaatsjes die zij anders wellicht over het hoofd hadden gezien. Als zij onderweg ook nog wat geld laten rollen, is het plaatje compleet. Grote vraag is of geld bijzaak is in de regeringsplannen, of dat het de hoofdmoot vormt. Zeker is, dat geld een prominente plaats inneemt. Zo besteedt het rapport eveneens aandacht aan Engelse boeren die schrale grond op de heuvels in afgelegen gebieden bewerken. Het onderzoek suggereert de speciale geldelijke tegemoetkoming voor het zware werk stop te zetten. In plaats daarvan krijgen boeren compensatie al naar gelang zij erin slagen bepaalde doeleinden op milieugebied te vervullen. Countryside Agency krijgt een grote rol toebedeeld om de veranderingen te doen slagen. De opstellers van het rapport willen het plattelandsbureau proefprojecten en evaluaties van de nieuwe koers laten uitvoeren. Voor de financiering van de aanvangsfase doet de regering een beroep op gelden die vrijkomen als gevolg van te realiseren besparingen op het Europese landbouwbeleid, op bestaande fondsen en, heel treffend, op loterij-inkomsten. Toekomst |