Buitenland

Geen consensus, laat staan een oplossing voor Baskenland

GAL breekt Spanje behoorlijk op

Door Marie van Beijnum
MADRID – Een mislukte ontvoering in 1983 en aanhoudende speculaties leidden er in Spanje uiteindelijk toe dat de voormalige top van het Spaanse ministerie van binnenlandse zaken in de beklaagdenbank zit. Dit wegens vermeende betrokkenheid bij de antiterreurgroepen (GAL) die in de jaren tachtig 27 moordaanslagen op de Baskische afscheidingsbeweging ETA pleegden.

Bepaald een verheffend gezicht was het niet toen ex-minister van binnenlandse zaken José Barrionuevo eind mei de rechtszaal binnenstapte om te worden gehoord. Hoe kon een hoge ambtenaar van socialistische signatuur het met zijn geweten hebben verantwoord medeplichtig te zijn aan illegale acties tegen de ETA? Natuurlijk ontkende Barrionuevo elke vorm van betrokkenheid bij de doodseskaders die werden ingezet tegen de ETA. Hij noemde de hem aangewreven zaken pure verzinsels die zouden stoelen op een politieke afrekening. Indirect beschuldigde de oud-bewindsman de onderzoeksrechter Baltasar Garzón, El Mundo-hoofdredacteur Pedro J. Ramírez en de huidige regeringspartij van premier José María Aznar. Zij zouden hebben samengespannen om het proces rond de GAL-doodseskaders te realiseren. Het getuigenis van Barrionuevo bracht geen helderheid in iets wat klaarheid moet scheppen in Spanjes schimmige vuile oorlog. Mede daarom wordt het proces voortgezet met het horen van een aantal hoge getuigen, zoals de voormalige premier Felipe González, de huidige vice-premier Alvarez Cascos, de ex-topman van de geheime dienst Perote en de voormalige directeur-generaal van politie Luís Roldán. Intussen heeft de voormalige gouverneur van de Baskische provincie Biscaje Julián Sancristóbal verklaard dat de politieke top van het Spaanse ministerie van binnenlandse zaken juist rechtstreeks was betrokken bij de acties van de GAL tegen de ETA. Sancristóbal was de eerste verdachte die tijdens het proces een direct verband legde tussen de GAL en de politieke top. Spanje wacht af wat de andere verdachten te berde zullen brengen.

Doorn
Het proces heeft alles te maken met de grootste doorn in het Spaanse democratische vlees: de ETA (Euskadi Ta Askatasuna). Hoewel ontstaan in 1959, viert deze afscheidingsbeweging dit jaar het dertigjarige bestaan als revolutionaire terreurbeweging voor Baskenland en Vrijheid. De balans: 189 martelaren die voor de goede zaak van de Baskische onafhankelijkheid hadden gestreden en 768 slachtoffers die in deze drie decennia bij ETA-aanslagen zijn omgekomen (de eerste op 7 juni 1968). Natuurlijk betonen de nationalisten de eer aan hun 189 martelaren en kiest Spanje voor de slachtoffers van de terreur, van wie de laatste enkele weken geleden werd omgebracht.

Terwijl Spanje na de dood van dictator Franco in 1975 een ingrijpende verandering onderging, bleef de ETA volharden in de starre antihouding van 1968. Met hun radicale methodes zoals het nekschot en de bommencampagnes op zonovergoten stranden (1996) hebben de etarra's zelfs een groot deel van de Basken van zich vervreemd.

Een aantal onthutsende terreurdaden van het achterliggende jaar bracht wederom duizenden woedende Spanjaarden op de been, het laatst in februari met de moord op een PP-gemeenteraadslid in Sevilla. Al in 1983 was er vermoedelijk sprake van een groep die de ETA bestreed. In 1983 kidnapte een “GAL”-eskader (Grupos Antiterroristas de Liberación) in het Zuid-Franse Hendaye een ETA-lid dat als ruilobject moest dienen voor een militair die door de ETA werd gegijzeld. De ontvoerde Segundo Marey had echter niets met de ETA te maken. Wel kwam de Franse politie twee Spaanse agenten op het spoor die in 1991 108 jaar gevangenisstraf kregen.

Vier jaar geleden heropende de Spaanse evenknie van de Italiaanse onderzoeksrechter Di Pietro de GAL-affaire. De twee agenten, die zwijggeld hadden gekregen, trokken hun eerdere verklaringen in. Zij bekenden dat de GAL werden aangestuurd door hoge lieden, dat Barrionuevo c.s. van de GAL op de hoogte waren geweest. Bepaalde Spaanse autoriteiten zouden toestemming hebben gegeven om buiten de wet om de ETA aan te pakken. Het voormalige socialistische parlementslid Ricardo García Damboreana probeerde zelfs González als het brein van de GAL aan te klagen. Maar het hooggerechtshof weigerde de parlementaire onschendbaarheid van González op te heffen, dus treedt de socialist dezer dagen alleen als getuige op.

Misstappen
Het verwijt van Barrionuevo aan de Spaanse regeringspartij was niet helemaal onterecht. De misstappen die de socialisten (PSOE, 1982-1996) begingen met de GAL, buit de Partido Popular schaamteloos uit. De partij met aan het hoofd premier Aznar wil de Spaanse geschiedenis ingaan als degene die voor eens en altijd afrekende met de ETA. Daartoe dient ook de harde aanpak van de politie en een politieke isolatie van de ETA. Bij tijd en wijle weet de Guardia Civil moordcommando's van de ETA op te rollen, hetgeen met de nodige tamtam wordt gepresenteerd. Gisteren werden zes mensen aangehouden op verdenking van lidmaatschap van de ETA, terwijl de Franse politie een notoir ETA-leider uitleverde aan Spanje.

Tegenover het offensief uit Madrid lijkt het alternatief van de Baskische president José Antonio Ardanza geen schijn van kans te hebben. Hij stelt een dialoog voor met de politieke tak van de ETA (de partij Herri Batasuna – Eenheid van het Volk), op voorwaarde dat de beweging de wapens neerlegt. De Partido Popular wijst dat af, mede omdat in de voorgestelde dialoog alles ter sprake zou komen, ook de regionale autonomie van Baskenland. Met dat laatste treft men een gevoelige snaar bij de PP want binnen de partij is een afscheiding, laat staan een Noord-Ierse variant voor een oplossing van het Baskische probleem, onbespreekbaar. Anderzijds raken steeds meer Spanjaarden ervan overtuigd dat uitsluitend hard politioneel optreden averechts werkt. Er moet kennelijk naar andere middelen worden gezocht om de ETA te pacificeren.

Een adder onder het gras is de status van het kabinet-Aznar. Zijn minderheidsregering is namelijk afhankelijk van de gedoogsteun van de Baskische nationalisten (de tegenhanger van HB, de PNV) en de Catalaanse nationalisten (CiU). En Madrid kan tegenover de Basken geen enkel gebaar maken zonder ook de Catalanen, die met dezelfde nationalistische ambities zijn behept, te raadplegen.

Regionale verkiezingen
Intussen probeert de populaire minister van binnenlandse zaken Mayor Oreja met een weloverwogen optreden de wanhoop over de voortgaande ETA-terreur de kop in te drukken. Hij stelt zich daarbij streng op tegen de ETA. Ook is hij geneigd tot haalbare concessies aan de Baskische regeringspartij, de nationalistische PNV, de grootste partij binnen de regeringscoalitie van Baskenland. Komende herfst, op 25 oktober, staan er regionale verkiezingen in Baskenland op het programma. Dan zal wederom blijken waar de voorkeur van de bevolking ligt. In ieder geval niet bij de ETA, daarvoor zijn de blauwe lintjes (afkeer van de ETA-terreur) te talrijk geworden. Ook Herri Batasuna, die onlangs nog „repressie” veroordeelde als niet zijnde de oplossing voor het geweld van de ETA, haalt minder stemmen, al is ze nog altijd goed voor zo'n 16 procent van het electoraat. Maar behalve de bommen heeft de ETA een ander kanaal gevonden om de temperatuur hoog te houden. Zo doen gemaskerde jonge ETA-sympathisanten in bendes de ronde om de buurten te intimideren. En daar staan zowel de Baskische als de Spaanse én de Franse politie machteloos tegenover.

Buiten kijf staat wel dat het laatste woord over ETA nog niet is gesproken. Vorige week werd een ETA-commando ontmanteld en daarbij werd een lijst aangetroffen met 632 mogelijke doelwitten van de ETA. Als het complot niet was ontrafeld, had de ETA het lont van de explosieven al aangestoken.